<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2021:10002</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-10-14T15:00:28</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-10-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-10-14</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10/994354-18 en 10/994450-19</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2021:10002">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2021:10002</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-10-14T11:54:45</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-10-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2021:10002 Rechtbank Rotterdam , 14-10-2021 / 10/994354-18 en 10/994450-19</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2021:10002:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Officier van justitie niet-ontvankelijk verklaard in de vervolging van vennootschap. Pas nadat de rechtspersoon was opgehouden te bestaan is de vervolging aangevangen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2021:10002:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">Rechtbank Rotterdam</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team straf 1</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummers: 10/994354-18 en 10/994450-19</para>
      <para>Datum uitspraak: 14 oktober 2021</para>
      <para>Verstek</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige economische kamer voor strafzaken, in de gevoegde zaken tegen de verdachte rechtspersoon:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [naam verdachte rechtspersoon],</emphasis>
      </para>
      <para>gevestigd aan de [adres verdachte rechtspersoon]</para>
      <para>. </para>
    </parablock>
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1. </nr>Onderzoek op de terechtzitting</title>
    <para>Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 30 september 2021.</para>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2. </nr>Tenlastelegging</title>
    <para>Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaardingen. De tekst van de tenlasteleggingen is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte wordt kort gezegd verweten dat zij zonder vergunning Aceton heeft uitgevoerd naar Syrië terwijl hiervoor een vergunning vereist was op grond van de Sanctiewet 1977.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3. </nr>Ontvankelijkheid officier van justitie</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Standpunt officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie mr. T.R. van Roomen heeft gevorderd het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk te verklaren in beide zaken.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Beoordeling</emphasis>
        </para>
        <para>Het recht tot strafvordering van het Openbaar Ministerie van een rechtspersoon vervalt indien de rechtspersoon is opgehouden te bestaan voordat de strafvervolging is begonnen. De rechtspersoon heeft in dit geval opgehouden te bestaan op het moment dat dit voor derden kenbaar is.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Blijkens een uittreksel van de Kamer van Koophandel van 19 augustus 2021 is de verdachte rechtspersoon met ingang van 11 december 2019 ontbonden, hetgeen diezelfde dag is geregistreerd bij de Kamer van Koophandel. Dat betekent dat vanaf die dag voor derden kenbaar was dat de verdachte rechtspersoon was opgehouden te bestaan. Pas nadien, op 15 januari 2020, is de vervolging van de verdachte rechtspersoon aangevangen door een brief van de officier van justitie waarin zij de verdachte rechtspersoon in kennis stelde van haar voornemen de rechtspersoon te dagvaarden in beide zaken. De rechtbank is met de officier van justitie van oordeel dat de officier van justitie niet-ontvankelijk is in de vervolging van de verdachte rechtspersoon.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4. </nr>Bijlagen</title>
    <para>De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.</para>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5. </nr>Beslissing</title>
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart de officier van justitie niet-ontvankelijk in de vervolging van [naam verdachte rechtspersoon]</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door:</para>
      <para>mr. D.C.J. Peeck, voorzitter,</para>
      <para>en mrs. J.C. Tijink en S.W.H. Bootsma, rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. M. Koek, griffier,</para>
      <para>en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dejongste rechter en griffier zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bijlage I </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Tekst tenlasteleggingen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">10/994354-18</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zij, [naam verdachte rechtspersoon] (voorheen [naam bedrijf]), in of</para>
      <para>omstreeks de periode van 31 oktober 2016 tot en met 10 november 2016, in de</para>
      <para>gemeente Rotterdam, althans in Nederland en/of in (deel)gemeente Beveren en/of</para>
      <para>Antwerpen, althans in België,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>al dan niet opzettelijk, apparatuur en/of (een) goed(eren) en/of technologie</para>
      <para>die voor binnenlandse repressie zou(den) kunnen worden gebruikt, als genoemd</para>
      <para>in bijlage IX van Verordening 36/2012 van de Raad van 18 januari 2012, meer</para>
      <para>specifiek IX.A1.004, geïsoleerd chemisch welbepaalde verbindingen als bedoeld</para>
      <para>in aantekening 1 bij de hoofdstukken 28 en 29 van de gecombineerde</para>
      <para>nomenclatuur, in een concentratie van 90% of meer, te weten:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>- 38,4 MT aceton (CAS RN 67-64-1) (GN-code 2914 11 00)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zonder voorafgaand verkregen vergunning,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>direct of indirect heeft verkocht en/of geleverd en/of heeft overgedragen</para>
      <para>en/of geëxporteerd ten behoeve van een Syrische persoon, entiteit en/of</para>
      <para>lichaam en/of bestemd voor gebruik in Syrië, te weten [naam].</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">10/994450-19</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zij, [naam verdachte rechtspersoon] (voorheen [naam bedrijf]), op een of</para>
      <para>meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 maart 2017 tot en met</para>
      <para>23 mei 2017, in de gemeente Rotterdam, althans in Nederland en/of in Rusland,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>al dan niet opzettelijk, apparatuur en/of (een) goed(eren) en/of technologie</para>
      <para>die voor binnenlandse repressie zou(den) kunnen worden gebruikt, als genoemd</para>
      <para>in bijlage IX van Verordening 36/2012 van de Raad van 18 januari 2012, meer</para>
      <para>specifiek IX.A1.004, geïsoleerd chemisch welbepaalde verbindingen als bedoeld</para>
      <para>in aantekening 1 bij de hoofdstukken 28 en 29 van de gecombineerde</para>
      <para>nomenclatuur, in een concentratie van 90% of meer, te weten:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>-89.6 Metric Ton (MT) aceton (bijlage 2.5, 26)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zonder voorafgaand verkregen vergunning,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>direct of indirect heeft verkocht en/of geleverd en/of heeft overgedragen</para>
      <para>en/of geëxporteerd ten behoeve van een Syrische persoon en/of entiteit en/of</para>
      <para>lichaam en/of bestemd voor gebruik in Syrië, te weten [naam].</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>