<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2020:9991</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-11-06T14:48:03</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-11-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-10-09</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/10/597206 / FA RK 20-3701</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2020:9991">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2020:9991</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-11-06T14:47:25</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-11-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2020:9991 Rechtbank Rotterdam , 09-10-2020 / C/10/597206 / FA RK 20-3701</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2020:9991:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>artikel 3:193 BW. Benoeming wettelijk vereffenaar van ontbonden huwelijksgemeenschap.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2020:9991:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">Rechtbank Rotterdam</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team familie</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer / rekestnummer: C/10/597206 / FA RK 20-3701</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beschikking van 9 oktober 2020 betreffende de benoeming tot vereffenaar van ontbonden gemeenschap</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [naam 1] , kantoorhoudende te Nieuw-Lekkerland, </para>
      <para>in haar hoedanigheid van bewindvoerder in de wettelijke schuldsaneringsregeling van [naam 2] (hierna: de vrouw) als gevolmachtigde van de naamloze vennootschap <emphasis role="bold">ABN AMRO BANK N.V.</emphasis>, statutair gevestigd te Amsterdam, </para>
      <para>advocaat mr. P.H.J. Nij Bijvank te Hardenberg.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Belanghebbende:</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">mr. M. SPAA,</emphasis>  kantoorhoudende te Voorburg,</para>
      <para>in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van <emphasis role="bold">[naam 3]</emphasis> (hierna: </para>
      <para>de man).</para>
      <para>advocaat mr. drs. R.L.G. Kraaijvanger te Voorburg.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [naam 1] hierna ook aan te duiden als de bewindvoerder en mr. M. Spaa ook als de curator.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1. </nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>het verzoekschrift met bijlagen, ingekomen op 25 mei 2020;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de brief met bijlagen, gedateerd 12 juni 2020 van mr. Nij Bijvank;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het verweerschrift met bijlagen, ingekomen op 27 augustus 2020;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het faxbericht met bijlagen, gedateerd 8 september 2020 van mr. Nij Bijvank;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het faxbericht met bijlage, gedateerd 10 september 2020 van mr. Nij Bijvank.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden op 11 september 2020. Daarbij zijn verschenen:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>
            [naam 1] , bijgestaan door haar advocaat mr. Nij Bijvank, die aantekeningen (voor zover voorgedragen) in het geding heeft gebracht;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>mr. M. Spaa.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <parablock>
        <para>Op verzoek van de rechtbank heeft de te benoemen wettelijke vereffenaar op </para>
        <para>6 oktober 2020 schriftelijk bevestigd dat hij vrij staat en bereid is om de benoeming te aanvaarden. </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2. </nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>De vrouw en de man zijn met elkaar gehuwd geweest in gemeenschap van goederen. Het huwelijk is ontbonden door inschrijving op 6 maart 2013 van de echtscheidingsbeschikking van deze rechtbank van 19 november 2012 in de registers van de burgerlijke stand. In de beschikking van deze rechtbank van 25 juni 2013 is bepaald dat de man en de vrouw zullen overgaan tot verdeling van de gemeenschap.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>De per 24 februari 2012 ontbonden huwelijksgemeenschap van de vrouw en de man is nog niet verdeeld. Tot deze gemeenschap behoren in ieder geval een bedrijfspand in Rotterdam en schulden aan de ABN AMRO Bank N.V.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>De vrouw is per 31 mei 2015 toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling natuurlijke personen (WSNP) waarin de bewindvoerder als zodanig is benoemd. De WSNP loopt tot en met 31 mei 2021. De man is op 13 juni 2017 in staat van faillissement verklaard met aanstelling van de curator als zodanig.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>De bewindvoerder heeft in maart 2019 bij deze rechtbank ook al het verzoek ingediend tot benoeming van een wettelijke vereffenaar van de onderhavige ontbonden huwelijksgemeenschap. Bij beschikking van deze rechtbank van 1 augustus 2019 is de bewindvoerder niet-ontvankelijk verklaard in dat verzoek. Tegen die beschikking is geen hoger beroep ingesteld.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3. </nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <parablock>
        <para>Het verzoek strekt, na aanvulling daarvan, primair tot benoeming van notaris </para>
        <para>
          [naam 4] te Hardenberg tot vereffenaar en subsidiair tot benoeming van een andere onafhankelijke door de rechtbank aan te wijzen vereffenaar van de ontbonden huwelijksgemeenschap van de vrouw en de man. Het verzoek wordt gegrond op artikel 3:193 lid 1 BW.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Ingevolge artikel 3:193 lid 1 BW kan een schuldeiser wiens vordering op de goederen der gemeenschap kan worden verhaald, de rechter verzoeken een vereffenaar te benoemen wanneer tot verdeling wordt overgegaan voordat de opeisbare schulden daarvan zijn voldaan of wanneer voor hem het gevaar bestaat dat hij niet ten volle of niet binnen een redelijke tijd zal worden voldaan, hetzij omdat de gemeenschap niet toereikend is of niet behoorlijk beheerd of afgewikkeld wordt, hetzij omdat een schuldeiser zich op de goederen van de gemeenschap gaat verhalen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>De bewindvoerder verklaart dat zij het verzoek uitsluitend als gevolmachtigde van de ABN AMRO Bank N.V. heeft ingediend (en niet nogmaals als WSNP-bewindvoerder van de vrouw). Gelet hierop beschouwt de rechtbank de tussenzin in het verzoekschrift “<emphasis role="italic">in haar hoedanigheid van bewindvoerder in de wettelijke schuldsaneringsregeling van [naam 2]</emphasis>” slechts als een beschrijving van de feitelijke situatie. Het beroep van de curator op de niet-ontvankelijkheid van de bewindvoerder als zodanig kan dan ook onbesproken blijven. De curator verklaart zich bovendien niet langer te beroepen op de niet-ontvankelijkheid van de bewindvoerder als gevolmachtigde van de ABN AMRO Bank N.V., zodat de daarop betrekking hebbende verweren evenmin bespreking behoeven. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>De curator verklaart verder zich niet langer te verzetten tegen de verzochte benoeming van een wettelijke vereffenaar van de ontbonden huwelijksgemeenschap van de vrouw en de man. Gelet hierop staat als onweersproken vast dat de ABN AMRO Bank N.V. een in artikel 3:193 lid 1 BW bedoelde schuldeiser is en dat zich een of meer van de in dat artikel genoemde situatie(s) voordoen. Het verzoek is dan ook toewijsbaar. </para>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>3.4.1.</nr>
        <parablock>
          <para>Tussen partijen is de persoon van de te benoemen vereffenaar in geschil. De curator verzet zich tegen de door de bewindvoerder aangedragen notaris [naam 4] . De rechtbank constateert dat notaris [naam 4] de bewindvoerder eerder schriftelijk heeft geadviseerd over onder meer het huwelijksvermogensrecht in de onderhavige kwestie en dat de bewindvoerder en de curator op dat punt inhoudelijk niet op één lijn zitten. De rechtbank acht het dan ook aangewezen om een andere onafhankelijke persoon tot wettelijke vereffenaar te benoemen. Het primaire verzoek zal worden afgewezen. </para>
          <para>Wat betreft het subsidiaire verzoek leggen partijen de keuze voor de te benoemen wettelijke vereffenaar bij de rechtbank neer. Omdat vast staat dat tot de huwelijksgemeenschap in ieder geval een bedrijfspand in Rotterdam behoort, acht de rechtbank het bij de keuze voor de persoon van de vereffenaar van belang dat deze gevestigd is in de regio Rotterdam. Daarnaast acht de rechtbank het van belang dat de vereffenaar kennis heeft van het (internationaal) huwelijksvermogensrecht. Anders dan de curator acht de rechtbank beheersing van de Turkse taal niet doorslaggevend, omdat het niet uitgesloten is dat in Turkije een adviseur zal moeten worden ingeschakeld en dat stukken vertaald zullen moeten worden. In het licht van het vorenstaande acht de rechtbank mr. A.R. Autar, notaris in Rotterdam in staat en geschikt om in de onderhavige zaak op te treden als wettelijke vereffenaar van de ontbonden huwelijksgemeenschap. Dat mr. Autar bij de in r.o. 2.1. bedoelde beschikking van 25 juni 2013 tot notaris was benoemd ten overstaan van wie de werkzaamheden van de verdeling van de huwelijksgemeenschap van de man en de vrouw zouden plaatsvinden, vormt geen belemmering. Vast staat immers dat partijen aan dat deel van de beslissing geen uitvoering hebben gegeven. Mr. Autar heeft zich schriftelijk bereid verklaard de benoeming tot vereffenaar te aanvaarden (zie 1.3.). </para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">proceskosten</emphasis>
      </para>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>3.5.1.</nr>
        <para>Omdat partijen over en weer op enkele punten in het ongelijk zijn gesteld, ziet de rechtbank aanleiding de proceskosten te compenseren in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.</para>
        <para />
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4. </nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>benoemt tot vereffenaar van de ontbonden huwelijksgemeenschap van de vrouw en de man: notaris mr. A.R. Autar, werkzaam bij Kooijman Autar Notarissen, Straatweg 7, 3051 BA Rotterdam, tel 010-285 88 88, info@kooijmanautar.nl);</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>compenseert de proceskosten in die zin dat elke partij de eigen kosten draagt;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>wijst af het meer of anders verzochte.</para>
      <informaltable>
        <tgroup cols="3">
          <colspec colname="colA" />
          <colspec colname="colB" />
          <colspec colname="colC" />
          <tbody>
            <row>
              <entry namest="colA" nameend="colC">
                <para>Deze beschikking is gegeven door mr. M. Fiege, voorzitter, en mr. C. Laukens en mr. D.Y.A. van Meersbergen, rechters, in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier </para>
                <para>mr. E.S. Jansen op 9 oktober 2020.</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry namest="colA" nameend="colC">
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </informaltable>
      <para />
      <parablock>
        <para>Tegen deze uitspraak kan binnen drie maanden na de dag van deze uitspraak door partijen hoger beroep worden ingesteld door indiening van een beroepschrift bij het gerechtshof Den Haag. Een in eerste aanleg niet verschenen partij kan hoger beroep instellen binnen drie maanden na de betekening van deze uitspraak aan hem/haar in persoon dan wel binnen drie maanden nadat zij op andere wijze is betekend en openlijk bekend gemaakt.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>