<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2020:9952</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-11-06T09:59:42</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-11-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">ECLI:NL:RBDHA:2020:11161</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-11-05</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">8672612 CV EXPL 20-3579</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Dordrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2020:9952">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2020:9952</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-11-06T09:54:55</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-11-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2020:9952 Rechtbank Rotterdam , 05-11-2020 / 8672612 CV EXPL 20-3579</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2020:9952:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Nakomingsvordering. Verweer onvoldoende onderbouwd. Vordering toegewezen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2020:9952:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ROTTERDAM</bridgehead>
    <para>zaaknummer: 8672612 CV EXPL 20-3579</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>uitspraak: 5 november  2020</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Dordrecht,</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiseres] , h.o.d.n. [handelsnaam 1]</emphasis>
      </para>
      <para>wonende en handelende te [woonplaats eiseres] ,</para>
      <para>eiseres,</para>
      <para>gemachtigde: Juristu Incassodiensten BV, <?linebreak?></para>
      <para>tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde] , h.o.d.n. [handelsnaam 2] ,</emphasis>
      </para>
      <para>wonende en handelende te [woonplaats gedaagde] , </para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>die procedeert in persoon.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen worden hierna aangeduid als ‘ [eiseres] ’ en ‘ [gedaagde] ’.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1. </nr>Het verloop van de procedure</title>
    <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
    <orderedlist numeration="arabic">
      <listitem>
        <para>de dagvaarding van 16 juli 2020, met producties;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de conclusie van antwoord van 20 juli 2020 en de aanvulling daarop van 17 augustus 2020;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>het tussenvonnis van 20 augustus 2020 waarin een mondelinge behandeling is bepaald;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de aantekening dat de mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 30 september 2020.</para>
      </listitem>
    </orderedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [gedaagde] is niet op de mondelinge behandeling verschenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het vonnis is nader bepaald op heden. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2. </nr>De vaststaande feiten</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Als enerzijds gesteld en anderzijds niet weersproken, staat het volgende tussen partijen vast.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>
        [eiseres] heeft in opdracht van [handelsnaam 2] werkzaamheden verricht. Voor deze werkzaamheden heeft [eiseres] facturen verzonden op 6 en 29 maart en 5, 10 en 25 april 2020. </para>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3. </nr>Het geschil</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          [eiseres] vordert dat [gedaagde] bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, wordt veroordeeld:</para>
        <para>I.  tot betaling aan [eiseres] van een bedrag van € 6.237,-, te vermeerderen met primair de wettelijke handelsrente, subsidiair de wettelijke rente vanaf 25 mei 2020 tot aan de dag van algehele voldoening;</para>
        <para>II. in de buitengerechtelijke kosten van € 686,85;</para>
        <para>III. tot betaling van een bedrag van € 1.210,- aan kosten voor juridische bijstand;</para>
        <para>IV. in de proceskosten en de nakosten.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>
        [eiseres] legt aan zijn vordering ten grondslag dat [gedaagde] is gehouden te betalen voor de werkzaamheden die [eiseres] in opdracht van [handelsnaam 2] heeft verricht. De vordering bedraagt in totaal € 6.237,-. Voor de facturen gold een betalingstermijn van 30 dagen, waarna de wettelijke handelsrente is verschuldigd geworden. [eiseres] heeft buitengerechtelijke kosten moeten maken, welke worden bepaald op € 686,85, </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>
        [gedaagde] heeft op de dagvaarding gereageerd. Hierop wordt in het navolgende ingegaan.</para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4. </nr>De beoordeling</title>
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>Partijen zijn het erover eens dat [eiseres] werkzaamheden heeft verricht voor [handelsnaam 2] en dat [gedaagde] in beginsel voor die werkzaamheden moet betalen. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>
        [gedaagde] heeft aangevoerd dat hij schade heeft geleden doordat [eiseres] zijn werk niet goed heeft uitgevoerd. [eiseres] heeft schade veroorzaakt bij een klant, materialen niet teruggegeven en [gedaagde] bedreigd en diens woning beschadigd, waarvan aangifte is gedaan. [gedaagde] wenst die schade kennelijk te verrekenen.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>
        [eiseres] heeft hetgeen door [gedaagde] is aangevoerd ter zitting gemotiveerd tegengesproken. Daarop heeft [gedaagde] , die immers niet was verschenen, niet gereageerd. Omdat [gedaagde] zijn verweer ook verder niet met enig bewijs heeft onderbouwd, zal daarom aan het verweer voorbij worden gegaan.  De gevorderde hoofdsom van € 6.237,- die verder niet is weersproken zal dan ook worden toegewezen. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4</nr>
      <para>De gevorderde wettelijke rente en buitengerechtelijke kosten zullen eveneens worden toegewezen, nu daartegen geen nader verweer is gevoerd.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5</nr>
      <para>
        [gedaagde] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. Voor toewijzing van de procedurekosten zoals [eiseres] vordert is geen enkele aanleiding nog daargelaten dat ook buitengerechtelijke kosten en proceskosten worden gevorderd. De proceskosten worden op de voet van artikel 237 lid 3 Rv ambtshalve begroot, het salaris van de gemachtigde volgens het standaard liquidatietarief.  </para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5. </nr>De beslissing</title>
    <para>De kantonrechter<emphasis role="bold">:</emphasis></para>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt [gedaagde] aan [eiseres] te betalen een bedrag van € 6.923,85,-, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente als bedoeld in art. 6:119a BW over een bedrag van € 6.237,-vanaf 25 mei 2020 tot aan de dag van algehele voldoening;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van [eiseres] vastgesteld op € 236,- aan griffierecht, € 87,20 aan dagvaardingskosten en € 600,- aan salaris voor de gemachtigde;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en indien [gedaagde] niet binnen veertien dagen na aanschrijving vrijwillig aan dit vonnis heeft voldaan, het nasalaris begroot op € 120,-. Indien daarna betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, dient het bedrag aan nasalaris nog te worden verhoogd met de kosten van betekening; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst af het meer of anders gevorderde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. R.R. Roukema en uitgesproken ter openbare terechtzitting.</para>
      <para>41645</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>