<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2020:9762</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-11-04T10:00:29</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-10-31</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-10-30</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">8746282 CV EXPL 20-31332</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2020:9762">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2020:9762</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-11-03T11:21:02</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-11-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2020:9762 Rechtbank Rotterdam , 30-10-2020 / 8746282 CV EXPL 20-31332</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2020:9762:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>vaststellingsovereenkomst in vonnis.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2020:9762:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ROTTERDAM</bridgehead>
    <para>zaaknummer: 8746282 / CV EXPL 20-31332</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>uitspraak: 30 oktober 2020</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam,</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Hornbach Bouwmarkt (Nederland) B.V.,</emphasis>
      </para>
      <para>gevestigd te Driebergen-Rijsenburg, gemeente Utrechtse Heuvelrug,</para>
      <para>eiseres,</para>
      <para>gemachtigde: Nouta Gerechtsdeurwaarderskantoor B.V., <?linebreak?></para>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde] ,</emphasis>
      </para>
      <para>voorheen h.o.d.n. [naam bouwbedrijf] ,</para>
      <para>wonende te [plaats] , </para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>die procedeert in persoon.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen worden hierna aangeduid als ‘Hornbach’ en ‘ [gedaagde] ’.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1. </nr>Het verloop van de procedure</title>
    <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
    <para />
    <para>- de dagvaarding van 28 juli 2020, met producties;</para>
    <para>- de faxbrief van 10 september 2020 van de gemachtigde van Hornbach met als bijlage de door beide partijen ondertekende vaststellingsovereenkomst.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het vonnis is bepaald op heden. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2. </nr>Het geschil</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Hornbach vordert dat [gedaagde] bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, wordt veroordeeld tot betaling aan Hornbach van € 5.619,71, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 4.999,91 vanaf 23 juli 2020 tot aan de dag van algehele voldoening, met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>Hornbach heeft aan haar vordering ten grondslag gelegd dat [gedaagde] op basis van koopovereenkomsten die partijen met elkaar hebben gesloten gehouden is de op hem rustende betalingsverplichtingen na te komen.</para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3. </nr>De beoordeling</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <parablock>
        <para>Partijen hebben in onderling overleg een regeling getroffen, die zij hebben vastgelegd in de hiervoor bedoelde en door of namens elk van hen ondertekende vaststellingsovereenkomst. </para>
        <para>Deze vaststellingsovereenkomst luidt als volgt:</para>
      </parablock>
      <para>1. [gedaagde] betaalt aan Hornbach een bedrag van € 6.034,03 (terzake hoofdsom, rente en kosten). Dit bedrag zal worden voldaan in vijf (5) opeenvolgende maandelijkse termijnen van € 1.000,00 en een laatste termijn van € 1.034,03 waarbij de eerste betaling zal worden gedaan voor 1 september 2020, en vervolgens voor iedere eerste van de volgende maand.</para>
      <para />
      <para>2. Betaling zal plaatsvinden op rekeningnummer NL50RABO0368149269 ten name van Nouta Gerechtsdeurwaarderskantoor B.V. onder vermelding van dossiernummer [nummer dossier] .</para>
      <para />
      <para>3. Bij niet of niet behoorlijke nakoming van deze regeling is het dan nog openstaande bedrag onmiddellijk en ineens opeisbaar en zal wederom de wettelijke rente worden berekend.</para>
      <para />
      <para>4. Partijen verklaren dat, nadat voormelde betaling heeft plaatsgevonden, zij over en weer niets meer van elkaar te vorderen zullen hebben ter zake van de in het geding zijnde kwestie en zij verlenen elkaar reeds nu voor alsdan ter zake van deze kwestie over en weer finale kwijting. </para>
      <para />
      <para>5. Partijen dragen voor het overige ieder hun eigen (proces)kosten.</para>
      <para />
      <para>6. Partijen verzoeken doorhaling van de zaak per heden.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>De kantonrechter ziet geen aanleiding om dit verzoek niet in te willigen en zal een vonnis wijzen in de lijn met de tussen partijen gesloten regeling. Gelet op de datum van uitspraak van het vonnis zal worden bepaald dat [gedaagde] op 1 november 2020 inmiddels drie termijnen van € 1.000,00 elk zal hebben voldaan. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>Omdat vonnis wordt gewezen kan van doorhaling van de procedure geen sprake zijn.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4</nr>
      <para>Gelet op de getroffen regeling zullen de proceskosten worden gecompenseerd in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt. </para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4. </nr>De beslissing</title>
    <para>De kantonrechter<emphasis role="bold">:</emphasis></para>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt [gedaagde] om aan Hornbach te betalen een bedrag van € 6.034,03 aan hoofdsom, rente en kosten;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>staat [gedaagde] toe om dit totaalbedrag te betalen in vijf opeenvolgende maandelijkse termijnen van € 1.000,00 en een laatste termijn van € 1.034,03, waarbij op 1 november 2020 drie termijnen van € 1.000,00 elk voldaan dienen te zijn en de resterende maandtermijnen vervolgens vanaf 1 december 2020 steeds vòòr iedere eerste van de maand;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en bovendien, maar alléén voor het geval [gedaagde] deze betalingsverplichtingen niet behoorlijk nakomt:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bepaalt dat het ingevolge dit vonnis nog verschuldigde bedrag geheel en ineens opeisbaar is en [gedaagde] wettelijke rente verschuldigd is vanaf het moment dat hij in verzuim is;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. K.J. Bezuijen en uitgesproken ter openbare terechtzitting.</para>
      <para>43416</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>