<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2020:9679</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-10-29T09:29:11</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-10-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-10-28</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10/184548-20</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2020:9679">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2020:9679</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-10-29T09:28:45</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-10-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2020:9679 Rechtbank Rotterdam , 28-10-2020 / 10/184548-20</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2020:9679:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Officier van justitie ontvankelijk in de vervolging, geen schending van het Tallon-criterium.</para>
        <para>Veroordeling voor handel in harddrugs (MDMA).</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2020:9679:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">Rechtbank Rotterdam</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team straf 1</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 10/184548-20</para>
      <para>Datum uitspraak: 28 oktober 2020 </para>
      <para>Tegenspraak</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [naam verdachte] ,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte] , </para>
      <para>ten tijde van het onderzoek op de terechtzitting preventief gedetineerd in de penitentiaire inrichting Grave, </para>
      <para>raadsman mr. C.T. Pittau, advocaat te Amsterdam.</para>
    </parablock>
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1. </nr>Onderzoek op de terechtzitting</title>
    <para>Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 14 oktober 2020.</para>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2. </nr>Tenlastelegging</title>
    <para>Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.</para>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3. </nr>Eis officier van justitie</title>
    <para>De officier van justitie mr. T.J. Lindhout heeft gevorderd:</para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>bewezenverklaring van ten laste gelegde;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van zes maanden met aftrek van voorarrest.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4. </nr>Ontvankelijkheid officier van justitie</title>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie dient niet-ontvankelijk in de vervolging te worden verklaard wegens schending van de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit bij het gebruik van de bijzondere opsporingsbevoegdheid pseudokoop.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aanleiding voor het onderzoek was een advertentie via sociale media waarin drie pillen voor een tientje werden aangeboden. Vervolgens werd de bijzondere opsporingsbevoegdheid pseudokoop ingezet, maar een deugdelijke verslaglegging over de inzet en noodzaak van dit vergaand middel ontbreekt in het dossier. Daarnaast geldt dat het doel van het eerste bevel tot pseudokoop, het achterhalen van de identiteit van de leverancier van de drugs, na de eerste pseudokoop was bereikt. Desondanks werd een tweede en vervolgens nog een derde bevel tot pseudokoop met hetzelfde doel gegeven en werd de verdachte uiteindelijk gevraagd om vijfhonderd pillen te leveren, terwijl de verdachte niet adverteerde met een dergelijke grote hoeveelheid pillen, wat meebrengt dat zijn opzet niet was gericht op levering van de gevraagde hoeveelheid van 500 pillen. Toen dat niet direct lukte, werd de verdachte tot de verkoop daarvan gepusht. Daarmee is bij de derde pseudoverkoop sprake geweest van schending van het Tallon-criterium (het verbod tot uitlokking). </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Oordeel en conclusie van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para>De noodzaak tot en wijze van inzet van het middel pseudokoop ex artikel 126i van het Wetboek van Strafvordering is, gelet op de inhoud van het onderliggende dossier, voldoende onderbouwd en vastgelegd. Nu de raadsman zijn standpunt op dit punt niet verder inhoudelijk heeft onderbouwd, behoeft dit onderdeel van het verweer geen nadere bespreking. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aanleiding van het onderzoek was het openlijk aanbieden van harddrugs via Instagram en Snapchat. Met de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat pseudokoop gelet op de ernst van dit misdrijf een geëigende opsporingsmethode was om te achterhalen wie er achter de verkoop zat. Dat er vervolgens verder werd gerechercheerd met hetzelfde middel was in het beginstadium van het onderzoek gerechtvaardigd, aangezien dit mogelijk meer informatie zou kunnen opleveren ten aanzien van de organisatie achter de drugsverkoop. Er is weliswaar sprake geweest van inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van de verdachte, maar die inbreuk is gelet op het geringe aantal contacten beperkt gebleven; in elk geval beperkter dan door het gedurende langere tijd afluisteren van telefoons of het gedurende langere tijd observeren van een verdachte. Door de verdediging is overigens niet onderbouwd welk minder vergaand middel had moeten worden ingezet. Aan het subsidiariteitsvereiste is dan ook voldaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op de inhoud van de aanvragen pseudokoop en het doel dat met de inzet van dit bijzondere opsporingsmiddel werd beoogd, is de inzet van de politiële pseudokoper niet te zwaar geweest, zodat ook voldaan is aan het proportionaliteitsvereiste.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor wat betreft het verweer dat het Tallon-criterium is geschonden, levert het handelen van de politiële pseudokoper in de onderhavige zaak naar het oordeel van de rechtbank geen uitlokking op. Immers, uit de inhoud van het dossier komt naar voren dat de verdachte </para>
      <para>– reeds voordat hij met de politiële pseudokoper had gesproken – uit eigen beweging van plan was om harddrugs, in het onderhavige geval XTC-pillen, te verkopen. Daartoe plaatste hij namelijk berichten op social media met een prijslijst. Toen hem vervolgens door de politiële pseudokoper werd gevraagd of hij meer dan drie pillen kon leveren, deelde de verdachte mede dat dit geen probleem was. Ook op de vraag van de politiële pseudokoper om vijfhonderd XTC-pillen, antwoordde de verdachte dat hij dat zou gaan regelen en onderhandelde hij als tussenpersoon over de prijs van de verkoop.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op deze omstandigheden is genoegzaam komen vast te staan dat het opzet van verdachte reeds bestond en was gericht op de verkoop van harddrugs en dat hij door de politiële pseudokoper niet tot meer is verleid, laat staan tot wat anders, dan waarop zijn opzet reeds was gericht. Het verweer wordt op alle onderdelen verworpen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5. </nr>Waardering van het bewijs</title>
    <para>Het ten laste gelegde is door de verdachte bekend. Dit feit zal zonder nadere bespreking bewezen worden verklaard.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij </para>
      <para>in de periode 19 maart 2020 tot en met 15 juli 2020 </para>
      <para>te Gorinchem, althans in Nederland,</para>
      <para>tezamen en in vereniging met een ander, heeft verkocht en/of </para>
      <para>afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, </para>
      <para>handels/gebruikers hoeveelheden, </para>
      <para>van een materiaal bevattende MDMA en/of MMDA, zijnde </para>
      <para>een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6. </nr>Strafbaarheid feit</title>
    <para>Het bewezen feit levert op: </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het feit is dus strafbaar.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7. </nr>Strafbaarheid verdachte</title>
    <para>Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte is dus strafbaar.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>8. </nr>Motivering straf </title>
    <para>De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte heeft zich meermalen schuldig gemaakt aan de handel in harddrugs in een tijdsbestek van vier maanden. Hij zocht daarbij actief naar klanten door te adverteren op social media. Dit is een ernstig feit. Harddrugs, waaronder MDMA, zijn voor de gezondheid van gebruikers daarvan zeer schadelijke stoffen. Het gebruik van deze middelen is daarnaast ook bezwarend voor de samenleving, onder andere vanwege de met de verdere verspreiding van harddrugs gepaard gaande criminaliteit. De verdachte heeft zich hier niets van aangetrokken en zich kennelijk laten leiden door eigen financieel gewin. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gezien de ernst van het feit kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een gevangenisstraf. Bij de bepaling van de duur van de gevangenisstraf heeft de rechtbank acht geslagen op straffen die in soortgelijke zaken plegen te worden opgelegd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft ook acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van </para>
      <para>22 september 2020 op naam van de verdachte, waaruit blijkt dat hij niet eerder is veroordeeld voor strafbare feiten. Gelet hierop en vanwege de jeugdige leeftijd van de verdachte zal de rechtbank, ook teneinde de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst wederom strafbare feiten te plegen, een deel van de gevangenisstraf voorwaardelijk opleggen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Alles afwegend acht de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van zes maanden, waarvan twee maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren passend en geboden. </para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>9. </nr>In beslag genomen voorwerpen</title>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Standpunt van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft gevorderd de in beslag genomen mobiele telefoons terug te geven aan de verdachte.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para>Ten aanzien van de in beslag genomen mobiele telefoons, zoals onder 1 en 2 genoemd op de lijst van in beslag genomen voorwerpen van 14 oktober 2020, zal een last worden gegeven tot teruggave aan de verdachte.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>10. </nr>Toepasselijke wettelijke voorschriften</title>
    <para>Gelet is op de artikelen 14a, 14b, 14c, 47 en 57 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet.</para>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>11. </nr>Bijlagen</title>
    <para>De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.</para>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>12. </nr>Beslissing</title>
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart de officier van justitie ontvankelijk in de vervolging;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart bewezen, dat de verdachte het ten laste gelegde feit, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert het hiervoor vermelde strafbare feit;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart de verdachte strafbaar;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt de verdachte tot een <emphasis role="bold">gevangenisstraf voor de duur van 6 (zes) maanden</emphasis>; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot <emphasis role="bold">2 (twee) maanden</emphasis> niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verbindt hieraan een <emphasis role="bold">proeftijd</emphasis>, die wordt gesteld op <emphasis role="bold">2 (twee) jaren</emphasis>;  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tenuitvoerlegging kan worden gelast als de veroordeelde de algemene voorwaarde niet naleeft;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>stelt als <emphasis role="bold">algemene voorwaarde</emphasis> dat de veroordeelde zich vóór het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit zal schuldig maken;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>beslist ten aanzien van de voorwerpen, geplaatst op de lijst van in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, als volgt:</para>
      <para>- gelast de teruggave aan veroordeelde van de onder 1 en 2 genoemde mobiele telefoons; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de veroordeelde met ingang van de dag waarop de totale duur van de tot dan toe ondergane verzekering en voorlopige hechtenis gelijk zal zijn aan die van het onvoorwaardelijk deel van de opgelegde gevangenisstraf.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door:</para>
      <para>mr. M.V. Scheffers, voorzitter,</para>
      <para>en mrs. C.E. Bos en E.M. Rocha, rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van R. Meulendijk, griffier,</para>
      <para>en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 28 oktober 2020.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De oudste en de jongste rechter zijn buiten staat om dit vonnis mede te ondertekenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Bijlage I </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Tekst tenlastelegging </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij </para>
      <para>op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode</para>
      <para>19 maart 2020 tot en met 15 juli 2020 </para>
      <para>te Gorinchem, althans in Nederland,</para>
      <para>tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,</para>
      <para>opzettelijk heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of </para>
      <para>afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft </para>
      <para>gehad,</para>
      <para>één of meer handels/gebruikers hoeveelhe(i)d(en), in elk geval een hoeveelheid </para>
      <para>van een materiaal bevattende amphetamine en/of MDMA en/of MMDA, zijnde </para>
      <para>amphetamine en/of MDMA en/of MMDA een middel als bedoeld in de bij de </para>
      <para>Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van </para>
      <para>artikel 3a van die wet.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>