<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2020:8991</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-10-08T09:58:29</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-10-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-10-01</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10/810030-20</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2020:8991">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2020:8991</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-10-08T09:58:01</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-10-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2020:8991 Rechtbank Rotterdam , 01-10-2020 / 10/810030-20</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2020:8991:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verdenking van passieve omkoping door voormalig gemeenteraadslid van ONS Vlaardingen. Hij wordt vrijgesproken omdat niet kan worden vastgesteld dat zijn handelen gepaard ging met het vereiste (voorwaardelijk) opzet.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2020:8991:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">Rechtbank Rotterdam</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team straf 2</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 10/810030-20</para>
      <para>Datum uitspraak: 1 oktober 2020</para>
      <para>Tegenspraak  </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [naam verdachte] ,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte] , </para>
      <para>ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres: <?linebreak?>[adres verdachte] , [woonplaats verdachte] ,<?linebreak?>raadsman mr. D. Vermaat, advocaat te Barendrecht. </para>
    </parablock>
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1. </nr>Onderzoek op de terechtzitting</title>
    <para>Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 17 september 2020.</para>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2. </nr>Tenlastelegging</title>
    <para>Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.</para>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3. </nr>Eis officier van justitie</title>
    <para>De officier van justitie mr. R.E.I. Steen heeft gevorderd:</para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>bewezenverklaring van het ten laste gelegde;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>veroordeling van de verdachte tot een taakstraf voor de duur van zestig uur, te vervangen door dertig dagen vervangende hechtenis en een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van twee weken, met een proeftijde van twee jaar.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4. </nr>Waardering van het bewijs</title>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">Standpunt officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para>Uitgangspunt bij omkopingsdelicten is het strafbaar stellen van de mogelijkheid dat er een tegenprestatie wordt geleverd. Niet vereist is dat de tegenprestatie daadwerkelijk wordt geleverd of dat sprake is van een causaal verband tussen de beoogde tegenprestatie en de gift. Uit het dossier volgt dat bij het als raadslid aannemen van geldbedragen de verdachte (hierna: [naam verdachte] ) redelijkerwijs heeft moeten vermoeden dat de medeverdachte [naam medeverdachte] (hierna: [naam medeverdachte] ) als wethouder daar iets voor terug verwachtte en dat de  giften dus werden gedaan om hem te bewegen iets te doen of na te laten. Het ten laste gelegde is wettig en overtuigend bewezen. </para>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">Beoordeling</emphasis>
      </para>
      <para>Vaststaat dat [naam verdachte] en [naam medeverdachte] , die samen de partij [naam partij] zijn begonnen en op de kaart hebben gezet, een afspraak hebben gemaakt om maandelijks € 1.000 aan [naam verdachte] te betalen, dat die afspraak later, toen [naam medeverdachte] wethouder was geworden, in de notulen van een bestuursvergadering is vastgelegd, dat in de ten laste gelegde periode twee of drie keer genoemd bedrag aan [naam verdachte] is betaald en dat de betalingen zijn gestopt toen hij uit de fractie was gezet. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wat er ook zij van de (politieke) wenselijkheid van een dergelijke afspraak, de vraag is of [naam verdachte] met die afspraak en de uitvoering daarvan een strafrechtelijk verwijt gemaakt kan worden. Anders dan de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat niet kan worden vastgesteld dat het handelen van [naam verdachte] gepaard ging met het vereiste (voorwaardelijk) opzet. Volgens de verdachten hebben zij al in de beginjaren van de partij met elkaar de afspraak gemaakt dat degene die in de toekomst geen wethouder zou worden door de ander financieel in staat zou worden gesteld om zijn werk als raadslid voor de partij fulltime te kunnen blijven verrichten en dat daaraan op deze manier invulling is gegeven. Dat [naam verdachte] redelijkerwijs heeft moeten vermoeden dat de beoogde bedoelingen van [naam medeverdachte] verder gingen dan deze door hem en [naam medeverdachte] gegeven uitleg, is op geen enkele wijze uit het dossier op te maken. De rechtbank gaat dan ook uit van hun verklaringen. Dit betekent dat niet wettig en overtuigend bewezen is dat [naam verdachte] (voorwaardelijk) opzet had op het hem verweten handelen. Hij zal daarom worden vrijgesproken. </para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5. </nr>Bijlage</title>
    <para>De in dit vonnis genoemde bijlage maakt deel uit van dit vonnis.</para>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6. </nr>Beslissing</title>
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart niet bewezen, dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door:</para>
      <para>mr. V.F. Milders, voorzitter,</para>
      <para>en mrs. W.H.S. Duinkerke en M.J.M. van Beckhoven, rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. M. van Empelen, griffier,</para>
      <para>en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 1 oktober 2020. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De griffier is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Bijlage I </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Tekst tenlastelegging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Hij ,</para>
      <para>in of omstreeks de periode van 1 juni 2018 tot en met 31 oktober 2018,</para>
      <para>te Vlaardingen, althans elders in Nederland,</para>
      <para>als ambtenaar, te weten als raadslid van de partij [naam partij] van de gemeente Vlaardingen,</para>
      <para>een of meer giften en/of beloften, te weten enig(e) geldbedrag(en), in elk geval een beloning/vergoeding, heeft gevraagd en/of aangenomen,</para>
      <para>wetende dat die gift(en) en/of belofte(n) (telkens) werd(en) gegeven of gedaan</para>
      <para>teneinde hem, verdachte, te bewegen om in zijn bediening iets te doen of na te</para>
      <para>laten, of naar aanleiding van iets wat hij, verdachte, in zijn bediening heeft</para>
      <para>gedaan of nagelaten, immers heeft hij standpunten ingenomen en beslissingen</para>
      <para>genomen die in lijn zijn met het verkiezingsprogramma van 2018-2022 van [naam partij]</para>
      <para> en/of met de opvattingen van wethouder [naam medeverdachte]</para>
      <para> , geboren op [geboortedatum medeverdachte] te [geboorteplaats medeverdachte] ,</para>
      <para>in elk geval heeft hij zich loyaal gedragen aan het verkiezingsprogramma van</para>
      <para>2018-2022 van [naam partij] en/of aan de opvattingen van wethouder</para>
      <para>
        [naam medeverdachte] , geboren op [geboortedatum medeverdachte] te</para>
      <para>
        [geboorteplaats medeverdachte] .</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>