<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2020:8796</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-10-05T12:40:41</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-10-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-08-28</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">8388608 CV EXPL 20-8586</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2020:8796">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2020:8796</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-10-05T12:40:11</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-10-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2020:8796 Rechtbank Rotterdam , 28-08-2020 / 8388608 CV EXPL 20-8586</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2020:8796:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Betalingsachterstand onderhoudsabonnement.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2020:8796:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ROTTERDAM</bridgehead>
    <para>zaaknummer: 8388608 CV EXPL 20-8586</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>uitspraak: 28 augustus 2020</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam,</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de naamloze vennootschap </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Energiewacht N.V.,</emphasis>
      </para>
      <para>gevestigd te Assen,</para>
      <para>eiseres,</para>
      <para>gemachtigde: Landelijke Associatie Van Gerechtsdeurwaarders B.V., <?linebreak?></para>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde] ,</emphasis>
      </para>
      <para>wonende te [woonplaats gedaagde] , </para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>gemachtigde: [gemachtigde] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen worden hierna aangeduid als ‘Energiewacht’ en ‘ [gedaagde] ’.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1. </nr>Het verloop van de procedure</title>
    <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
    <orderedlist numeration="arabic">
      <listitem>
        <para>de dagvaarding van 9 maart 2020, met producties;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de conclusie van antwoord, met bijlagen;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de conclusie van repliek tevens akte houdende vermindering en vermeerdering en wijziging van eis, met producties.</para>
      </listitem>
    </orderedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [gedaagde] is in de gelegenheid gesteld om te reageren op de conclusie van repliek van Energiewacht, maar dat heeft hij niet gedaan. Hierna is bepaald dat vonnis zal worden gewezen. Het vonnis is bepaald op heden. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2. </nr>De vaststaande feiten</title>
    <para>Als enerzijds gesteld en anderzijds niet weersproken, staat het volgende tussen partijen vast.</para>
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>
        [gedaagde] heeft een onderhoudsabonnement afgesloten bij Energiewacht. Op grond van deze overeenkomst is Energiewacht verplicht tot het verrichten van onderhoud en is [gedaagde] verplicht om maandelijks € 10,75 aan Energiewacht te betalen. </para>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3. </nr>Het geschil</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>Energiewacht vordert – na wijziging van eis - dat [gedaagde] bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, wordt veroordeeld tot betaling aan Energiewacht van een bedrag van € 110,53, te vermeerderen met de wettelijke rente over een bedrag van € 10,21 vanaf 27 februari 2020 tot aan de dag van algehele voldoening, met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>Energiewacht heeft het volgende aan haar vordering ten grondslag gelegd. [gedaagde] moet op grond van de overeenkomst die partijen met elkaar hebben gesloten maandelijks € 10,75 aan Energiewacht betalen. [gedaagde] is deze verplichting niet nagekomen.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>
        [gedaagde] is het niet eens met de vordering van Energiewacht. Hij voert – kort samengevat – het volgende aan. Vanwege omstandigheden is hij het overzicht over zijn financiën kwijtgeraakt en is het voor hem niet duidelijk hoe de betalingen zijn afgeboekt. Aan Energiewacht is meerdere malen verzocht om een overzicht te verstrekken van alle facturen en betalingen, maar aan deze verzoeken heeft Energiewacht geen gehoor gegeven. Verder zijn de bijkomende kosten erg hoog in verhouding tot de gevorderde hoofdsom.</para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4. </nr>De beoordeling</title>
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>Tussen partijen is niet in geschil dat [gedaagde] voor het onderhoudsabonnement maandelijks € 10,75 moet betalen. Dat [gedaagde] het overzicht over zijn financiën is kwijtgeraakt dient voor zijn risico te komen en ontslaat hem niet van zijn betalingsverplichting jegens Energiewacht. In de conclusie van repliek heeft Energiewacht rekening gehouden met de betaling van [gedaagde] en heeft zij haar eis gewijzigd. [gedaagde] heeft hierop niet meer gereageerd. De vordering van Energiewacht zal dan ook worden toegewezen. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>De hoofdsom bedraagt € 110,53 en is als volgt berekend. De hoofdsom zoals gevorderd bij dagvaarding was € 42,99. Vervolgens heeft Energiewacht haar eis verminderd met € 73,97. Dit bedrag is eerst in mindering gebracht op de vervallen rente (€ 1,19) en de buitengerechtelijke incassokosten (€ 40,-), zodat een bedrag aan hoofdsom resteerde van € 10,21. Daarna heeft Energiewacht haar eis vermeerderd met € 100,32 zodat de totale hoofdsom uitkomt op € 110,53. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>De gevorderde wettelijke rente over een bedrag van € 10,21 zal eveneens worden toegewezen, aangezien [gedaagde] daartegen geen verweer heeft gevoerd. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4</nr>
      <para>Vaststaat dat [gedaagde] op het moment van dagvaarden nog een bedrag aan Energiewacht moest betalen. Energiewacht mocht daarom een procedure starten. De kantonrechter ziet in het verweer van [gedaagde] geen aanleiding om de proceskosten te matigen. [gedaagde] zal als de in het ongelijk gestelde partij dan ook in de proceskosten worden veroordeeld.</para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5. </nr>De beslissing</title>
    <para>De kantonrechter<emphasis role="bold">:</emphasis></para>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt [gedaagde] aan Energiewacht te betalen een bedrag van € 110,53, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over een bedrag van € 10,21 vanaf 27 februari 2020 tot aan de dag van algehele voldoening;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van Energiewacht vastgesteld op € 124,- aan griffierecht, € 86,85 aan dagvaardingskosten en € 72,- aan salaris voor de gemachtigde;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. M. Fiege en uitgesproken ter openbare terechtzitting.</para>
      <para>43416</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>