<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2020:8795</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T17:53:48</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-10-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-08-28</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">8481263 CV EXPL 20-12860</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>Prg. 2020/299</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2020:8795">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2020:8795</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-10-05T12:34:43</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-10-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2020:8795 Rechtbank Rotterdam , 28-08-2020 / 8481263 CV EXPL 20-12860</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2020:8795:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Is gedaagde wel contractspartij? Te hoog bedrag aan BIK gevorderd.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2020:8795:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ROTTERDAM</bridgehead>
    <para>zaaknummer: 8481263 CV EXPL 20-12860</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>uitspraak: 28 augustus 2020</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam,</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Coty Netherlands B.V.,</emphasis>
      </para>
      <para>gevestigd te Amsterdam,</para>
      <para>eiseres,</para>
      <para>gemachtigde: J.S. Belgers, <?linebreak?></para>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Moyzo Uitzendbureau B.V.,</emphasis>
      </para>
      <para>gevestigd te Rotterdam,</para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>vertegenwoordigd door R.H. Davids,</para>
    </parablock>
    <para>2. <emphasis role="bold">[gedaagde] ,</emphasis></para>
    <parablock>
      <para>wonende te [woonplaats gedaagde] , </para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>die niet heeft gereageerd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen worden hierna aangeduid als ‘Coty’, ‘Moyzo’ en ‘ [gedaagde] ’.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1. </nr>Het verloop van de procedure</title>
    <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
    <orderedlist numeration="arabic">
      <listitem>
        <para>de dagvaardingen van 20 april 2020, met bijlagen;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de conclusie van antwoord van Moyzo;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de mail van 22 juni 2020 van Coty.</para>
      </listitem>
    </orderedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [gedaagde] is niet in de procedure verschenen. Tegen hem is verstek verleend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het vonnis is bepaald op heden. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2. </nr>Het geschil</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Coty vordert dat Moyzo en [gedaagde] bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, hoofdelijk worden veroordeeld om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan Coty een bedrag van € 1.399,23 te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente over een bedrag van € 1.329,97 vanaf 23 maart 2020 tot aan de dag van algehele voldoening, met veroordeling van Moyzo en [gedaagde] in de proceskosten.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>Coty heeft het volgende aan haar vordering ten grondslag gelegd. Op grond van tussen partijen gesloten koopovereenkomsten, een geldleenovereenkomst en een overeenkomst van borgtocht zijn Moyzo en [gedaagde] bedragen aan Coty verschuldigd. Moyzo en [gedaagde] zijn hun verplichtingen niet volledig en een overeenkomst van borgtocht zijn Moyzo nagekomen.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>Moyzo is het niet eens met de vordering van Coty. Zij voert het volgende aan. Moyzo heeft inmiddels een andere eigenaar. De overeenkomsten zijn aangegaan door [gedaagde] , de vorige eigenaar van de onderneming. [gedaagde] heeft Moyzo verzekerd dat hij de verantwoordelijkheid op zich zou nemen. </para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3. </nr>De beoordeling</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>Tegen [gedaagde] is verstek verleend. Aangezien Moyzo wel is verschenen, wordt één vonnis gewezen dat als een vonnis op tegenspraak wordt beschouwd. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>De geldlening en overeenkomst van borgtocht zijn - zo blijkt uit de door Coty overgelegde stukken - aangegaan door Procter &amp; Gamble Nederland B.V. enerzijds en JL Beautyshop B.V anderzijds. Coty heeft niet uitgelegd waarom Moyzo zou moeten betalen aan Coty, ondanks dat zij niet als partij op de overeenkomst is vermeld. De vordering kan zonder nadere toelichting daarom niet worden toegewezen.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>De vordering van Coty moet op grond van het volgende echter sowieso worden afgewezen. Coty maakt aanspraak op € 2.432,29 aan buitengerechtelijke kosten. Dit bedrag is hoger dan het in het Besluit bepaalde tarief dat hoort bij de gevorderde hoofdsom. Uitgaande van het juiste tarief heeft Coty recht op een bedrag van € 935,23 en niet op € 2.432,29. Dat betekent dat Moyzo meer dan  wat zij mogelijk aan Coty verschuldigd was, reeds heeft betaald. De vordering van Coty moet daarom worden afgewezen.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4</nr>
      <para>Coty zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. Deze kosten zullen voor Moyzo en [gedaagde] worden vastgesteld op nihil nu zij worden geacht geen kosten te hebben gemaakt.</para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4. </nr>De beslissing</title>
    <para>De kantonrechter<emphasis role="bold">:</emphasis></para>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst de vordering af;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt Coty in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van Moyzo en [gedaagde] vastgesteld op nihil.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. R. Kruisdijk en uitgesproken ter openbare terechtzitting.</para>
      <para>43416</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>