<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2020:8083</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-09-15T09:51:11</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-09-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-09-09</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10/263776-19</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2020:8083">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2020:8083</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-09-15T09:50:29</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-09-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2020:8083 Rechtbank Rotterdam , 09-09-2020 / 10/263776-19</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2020:8083:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Artikel 5 aanhef en onder b van de Leerplichtwet 1969. Vrijspraak. De verdachte was naar het oordeel van de kantonrechter vrijgesteld van de verplichting om te zorgen dat de minderjarige als leerling van een andere school of instelling dan het Avicenna College stond ingeschreven, omdat tegen de richting van die scholen overwegende bedenkingen bestonden; bij het Avicenna College kon de verdachte haar dochter niet inschrijven, omdat deze school geen plek had voor haar. De verdachte zal daarom worden vrijgesproken van het ten laste gelegde.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2020:8083:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">Rechtbank Rotterdam</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team jeugd</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 10/263776-19</para>
      <para>Datum uitspraak: 9 september 2020</para>
      <para>Tegenspraak</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Vonnis van de kantonrechter van de rechtbank Rotterdam in de zaak tegen de verdachte:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [naam verdachte]
        </emphasis>,</para>
      <para>geboren op [geboortedatum verdachte] te [geboorteplaats verdachte] , </para>
      <para>ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres: </para>
      <para>
        [adres verdachte] , [postcode verdachte] [woonplaats verdachte] ,<?linebreak?>gemachtigde drs. P.J. van Zuidam, kantoorhoudende te Lelystad. </para>
    </parablock>
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1. </nr>Onderzoek op de terechtzitting</title>
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van </para>
      <para>26 augustus 2020.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2. </nr>Tenlastelegging</title>
    <para>Aan de verdachte is ten laste gelegd wat is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.</para>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3. </nr>Eis officier van justitie</title>
    <parablock>
      <para>De officier van justitie mr. A.P.G. de Beer heeft gevorderd:</para>
      <para>
        <?linebreak?>primair:</para>
    </parablock>
    <para>- aanhouding van de zaak teneinde de jongere [naam minderjarige] , geboren op <?linebreak?>      [geboortedatum minderjarige] 2006 (hierna te noemen [voornaam minderjarige] ) door de verdachte alsnog te laten<?linebreak?>      inschrijven op het Avicenna College te Rotterdam;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>subsidiair:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>bewezenverklaring van het ten laste gelegde;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>veroordeling van de verdachte tot een geldboete van € 750,-, subsidiair 15 dagen vervangende hechtenis.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4. </nr>Vrijspraak</title>
    <parablock>
      <para>Op basis van de processtukken en wat ter zitting is besproken is komen vast te staan dat [voornaam minderjarige] , de dochter van de verdachte, op de ten laste gelegde datum (2 september 2019) niet stond ingeschreven bij een school voor voortgezet onderwijs. Ook is komen vast te staan dat de verdachte overwegende bedenkingen heeft tegen de richting van de verschillende scholen voor voortgezet onderwijs in de nabije omgeving van de woning van het gezin zoals bedoeld in artikel 5 aanhef en onder b van de Leerplichtwet 1969, met uitzondering van het Avicenna College; tegen de richting van deze school heeft de verdachte geen bezwaren. </para>
      <para>Echter, deze school heeft de verdachte op 14 mei 2019 per email-bericht desgevraagd laten weten dat [voornaam minderjarige] daar niet geplaatst kon worden (voor het schooljaar 2019/2020) in een BBL-klas omdat deze klassen vol zaten. Verder is door deze school in genoemd email-bericht, naar aanleiding van een expliciete vraag van de verdachte, kenbaar gemaakt dat er geen wachtlijst wordt gehanteerd. Ten gevolge hiervan kon [voornaam minderjarige] niet worden ingeschreven op het Avicenna College. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In het proces-verbaal van 28 oktober 2019 (pagina 5) is vermeld dat de leerplichtambtenaar op 12 juni 2019 naar de directeur van het Avicenna College heeft gemaild en dat daarop dezelfde dag per e-mail een antwoord van een teamleider is ontvangen die bevestigde dat de brugklassen vol zaten en dat men de familie zou informeren zodra er een plek zou vrij komen. Uit de stukken en het verhandelde ter zitting is niet gebleken dat de verdachte voor of op de ten laste gelegde datum een dergelijk bericht van de school heeft ontvangen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In genoemd proces-verbaal is op pagina 6 vermeld dat de leerplichtambtenaar op </para>
      <para>25 september 2019 telefonisch gesproken heeft met een administratief medewerker van het Avicenna College, die desgevraagd verklaarde dat de echtgenoot van de verdachte in mei 2019 slechts telefonisch navraag zou hebben gedaan bij de school of er plaats was in de brugklas voor [voornaam minderjarige] . Volgens deze medewerker was hem vervolgens gemeld dat de ouders [voornaam minderjarige] konden aanmelden zodat zij op de wachtlijst zou worden geplaatst; daarna had de schoolleiding niet meer van de ouders vernomen, aldus deze medewerker. Ter zitting is door de verdachte betwist dat het haar echtgenoot is geweest die dit telefoongesprek heeft gevoerd; volgens de verdachte is zij degene die alle telefonische contacten met de scholen onderhoudt, en niet haar echtgenoot. Ter zitting is door alle aanwezigen geconcludeerd dat genoemde mededeling namens het Avicenna College op een vergissing zou kunnen berusten, zodat op dit punt aan de verdachte geen (strafrechtelijk) verwijt gemaakt kan worden. Nog los van de vraag of er in mei 2019 wel of geen telefonisch contact met het Avicenna College is geweest, volgt uit de voorgaande alinea dat de verdachte schriftelijk navraag heeft gedaan en daarop ook een schriftelijk antwoord van het Avicenna College heeft gekregen, inhoudende dat er geen plaats was voor [voornaam minderjarige] en geen wachtlijst wordt gehanteerd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De informatie uit het aanvullend proces-verbaal absoluut verzuim van 17 augustus 2020 heeft betrekking op het jaar 2020 en kan daarom niet als bewijs dienen voor overtreding van de leerplichtwet op de ten laste gelegde datum in september 2019. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter is gelet op het vorenstaande van oordeel dat er geen bewijsmiddelen voorhanden zijn waaruit volgt dat de verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan het ten laste gelegde. De verdachte was naar het oordeel van de kantonrechter vrijgesteld van de verplichting om te zorgen dat [voornaam minderjarige] als leerling van een andere school of instelling dan het Avicenna College stond ingeschreven, omdat tegen de richting van die scholen overwegende bedenkingen bestonden; bij het Avicenna College kon de verdachte haar dochter niet inschrijven, omdat deze school geen plek had voor haar. De verdachte zal daarom worden vrijgesproken van het ten laste gelegde. </para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5. </nr>Bijlage</title>
    <para>De in dit vonnis genoemde bijlage maakt deel uit van dit vonnis.</para>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6. </nr>Beslissing</title>
    <para>De kantonrechter:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart niet bewezen, dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door:</para>
      <para>mr. A.A.J. de Nijs, kantonrechter,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. L.F. Verhaart, griffier,</para>
      <para>en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 9 september 2020.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bijlage </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Tekst tenlastelegging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zij op of omstreeks 2 september 2019 te Zwijndrecht, althans in Nederland</para>
      <para>als degene die zich met de feitelijke verzorging van de jongere [naam minderjarige] </para>
      <para> , geboren op [geboortedatum minderjarige] 2006, had belast,</para>
      <para>niet heeft voldaan aan de verplichting om overeenkomstig de bepalingen van de </para>
      <para>Leerplichtwet 1969 te zorgen dat voornoemde jongere als leerling van een school, </para>
      <para>stond ingeschreven;</para>
      <para>( art 2 lid 1 Leerplichtwet 1969 )</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>