<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2020:8053</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-09-15T10:15:18</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-09-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-08-28</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">8384040</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2020:8053">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2020:8053</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-09-15T10:15:03</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-09-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2020:8053 Rechtbank Rotterdam , 28-08-2020 / 8384040</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2020:8053:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Onrechtmatige daad: afvaren vloedpaal. Causaliteit onvoldoende betwist. Vordering toegewezen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2020:8053:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ROTTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: 8384040 \ CV EXPL  20-8259</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>uitspraak: 28 augustus 2020</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam</emphasis>,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Gemeente Vlaardingen, afdeling Financiën</emphasis>,</para>
      <para>zetelende te Vlaardingen,</para>
      <para>eiseres,</para>
      <para>verweerster in reconventie,</para>
      <para>gemachtigde: Van Houwelingen &amp; Partners Gerechtsdeurwaarders &amp; Incasso te Vlaardingen,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Legero International (Holland) B.V.</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Vlaardingen,</para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>eiseres in reconventie,</para>
      <para>namens wie de heer [naam 1] heeft gereageerd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen worden hierna aangeduid als ‘Gemeente Vlaardingen’ en ‘Legero’.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1. </nr>Het verloop van de procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure volgt uit de volgende processtukken, waarvan de kantonrechter kennis heeft genomen:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>het exploot van dagvaarding met producties van 5 maart 2020;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de conclusie van antwoord/eis in reconventie met producties;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de conclusie van repliek/antwoord in reconventie met producties.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Legero heeft, ondanks dat zij daartoe deugdelijk in de gelegenheid is gesteld, niet gereageerd op de conclusie van repliek/antwoord in reconventie. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>De kantonrechter heeft de uitspraak van dit vonnis nader bepaald op heden.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2. </nr>De vaststaande feiten</title>
    <para>Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend, dan wel niet of onvoldoende gemotiveerd weersproken, staat tussen partijen, voor zover van belang, het volgende vast.</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Uit een “Schaderapport havenwerken” blijkt dat op 5 juli 2017 een vloedpaal aan de Westhavenkade te Vlaardingen t/o nr. 97 is afgevaren door het schip “ [naam schip] ”. Het schaderapport is ondertekend door de gezagvoerder van het schip, de havenmeester en de dienstdoende havenbeambte. De vloedpaal is eigendom van Gemeente Vlaardingen. De [naam schip] is eigendom van Legero.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>De firma [naam bedrijf] heeft in een offerte van 14 juli 2017 de kosten van het vervangen van de vloedpaal begroot op € 9.250,-. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Gemeente Vlaardingen heeft de Nederlandse Organisatie voor Debiteur en Rechtsvordering B.V. (NODR) gemachtigd de schade af te handelen. NODR heeft Legero aansprakelijk gesteld voor de schade. De NODR heeft vervolgens op 7 maart 2018 een bericht aan Legero gestuurd, waarin zij de schade van Legero vordert en daartoe voor zover van belang vermeldt:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">“Wij hebben een aantal keren telefonisch contact gehad met Legero om u de mogelijkheid te bieden om de beschadigde paal (zelf) te inspecteren. Wij spraken [naam 2] en [naam 3] . Zij gaven (in beide gevallen) aan dat de directeur niet beschikbaar zou zijn; (…) Wij zijn in beide gevallen niet door Legero terug gebeld. Wij hebben u (legero) ampele mogelijkheden geboden om de schade aan de paal zelf te inspecteren. Nu u dit niet heeft gedaan, kunt u ons, c.q. onze cliënt de gemeente Vlaardingen, dat niet tegenwerpen. (…) </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De exacte leeftijd van de aangevaren/beschadigde paal was niet meer te achterhalen; de paal verkeerde in een redelijke tot goede staat. Nu de gemeente een volledig nieuwe paal heeft geplaatst, heb ik geoordeeld dat de gemeente hiervan voordeel geniet (ex artikel 6:100 BW) en dat dit voordeel met de offerte(prijs) verrekend dient te worden. Ik heb het voordeel (“afschrijving”) vastgesteld op 30%. Ik stel de schade dan ook vast op € 6.475,00.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De schade bedraagt derhalve:</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Schadeherstel								€ 9.250,00</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Voordeelstoerekening							</emphasis>
          <emphasis role="underline italic">€ 2.775,00     -  </emphasis>
          <emphasis role="italic">Subtotaal								€ 6.475,00</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Gemeentelijke inzet (havenmeester) 2 uur à € 68				€ 136,00</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Expertisekosten en overige kosten ex artikel 6:96 BW 4 uur à € 98	</emphasis>
          <emphasis role="underline italic">€ 392,00       +</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Totaal									€ 7.003,00”</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3. </nr>Het geschil</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <parablock>
        <para>Gemeente Vlaardingen heeft <emphasis role="underline">in conventie</emphasis> gevorderd bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, Legero te veroordelen om aan Gemeente Vlaardingen te betalen </para>
        <para>€ 8.394,62, vermeerderd met de wettelijke rente over € 7.003,- vanaf 5 maart 2020 tot aan de dag van algehele voldoening, met veroordeling van Legero in de kosten van deze procedure. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Aan haar vordering heeft Gemeente Vlaardingen (samengevat) het volgende ten grondslag gelegd. Het schip [naam schip] is tegen de vloedpaal aan gevaren. Legero dient daarom de schade van Gemeente Vlaardingen, door de NODR vastgesteld op € 7.003,00, te vergoeden. Gemeente Vlaardingen maakt daarnaast aanspraak op wettelijke rente en op € 877,43 aan buitengerechtelijke kosten.	</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>Legero heeft de vordering betwist en heeft daartoe (samengevat) het volgende aangevoerd. De vloedpalen aan de Westhavenkade verkeren al lange tijd in slechte staat. De betreffende paal was zodanig rot dat deze al lang voor de vermeende aanvaring vervangen had moeten worden. Dit heeft Legero voor de aanvaring enkele malen kenbaar gemaakt aan de havenmeesters.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>Legero vordert <emphasis role="underline">in reconventie</emphasis> dat Gemeente Vlaardingen wordt gesommeerd om de vloedpalen in het havengebied dat zij beheert, goed te controleren op slijtage en indien noodzakelijk te vervangen. Legero stelt dat Gemeente Vlaardingen te lang wacht met onderhoud, waardoor de palen bijna vanzelf omvallen. Legero wil voorkomen dat dit in de toekomst leidt tot persoonlijk letsel of schade aan haar schepen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>Gemeente Vlaardingen heeft de vordering in reconventie betwist. Zij verzoekt de vordering bij gebrek aan bewijs af te wijzen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6.</nr>
      <para>Op hetgeen partijen verder hebben aangevoerd zal de kantonrechter, voor zover van belang, hierna ingaan.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4. </nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">in conventie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>De vordering van Gemeente Vlaardingen betreft een vordering tot schadevergoeding op grond van een onrechtmatige daad van Legero (artikel 6:162 lid 1 BW). </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Onrechtmatige daad</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>In haar conclusie van antwoord heeft Legero de aanvaring niet expliciet betwist. Zij spreekt wel van de ‘vermeende aanvaring’, waarmee zij impliceert dat zij de aanvaring niet erkent. Legero heeft echter de inhoud van het Schaderapport havenwerken, dat onder meer is ondertekend door de gezagvoerder van de [naam schip] (zie 2.1), niet betwist. Dit brengt mee dat als onvoldoende gemotiveerd betwist vast staat dat de [naam schip] tegen de bewuste vloedpaal is aangevaren, hetgeen is aan te merken als een toerekenbare onrechtmatige daad.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Schade</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>Legero heeft niet betwist dat de vloedpaal door de aanvaring is afgebroken en dat deze vervolgens diende te worden vervangen. Dat sprake is van schade staat derhalve ook vast.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Causaliteit</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>De kantonrechter begrijpt het verweer van Legero aldus dat Legero de causaliteit tussen de aanvaring en de schade betwist. Door haar verweer, dat de paal al zodanig rot was dat deze bij de minste weerstand zou breken, voert Legero immers aan dat Gemeente Vlaardingen de kosten voor de vervanging per definitie had moeten maken en dat er dus geen sprake is van schade die is veroorzaakt door de aanvaring. Ter zake wordt het volgende overwogen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>In het bericht van 7 maart 2018 (zie 2.3) van de NODR aan Legero staat dat de vloedpaal nog in redelijke tot goede staat verkeerde en dat deze voor 30% was afgeschreven (zie 2.3). Gelet hierop had het op de weg van Legero gelegen om feiten te stellen op grond waarvan (indien bewezen) zou kunnen worden aangenomen dat de paal in een (veel) slechtere toestand verkeerde dan door de NODR was vastgesteld. Dat heeft Legero niet gedaan. De enkele stelling van Legero dat zij al voor de aanvaring kenbaar had gemaakt dat de palen in het havengebied aan vervanging toe waren, is daartoe onvoldoende, evenals haar stelling dat de [naam schip] geen schade had, terwijl de schade bij een aanvaring met een ‘gezonde’ paal desastreus zou zijn geweest. Niet alleen valt zonder nadere onderbouwing – die ontbreekt – niet in te zien hoe een aanvaring door een (lichter) schip met een paal zich laat vergelijken met het op zijn plaats houden van een (zwaarder) schip door de betreffende paal, maar bovendien heeft Legero niet onderbouwd dat geen sprake is/was van schade aan het schip. Daar komt nog bij dat Legero, ondanks daartoe in de gelegenheid te zijn gesteld, heeft nagelaten de gesteldheid van deze specifieke paal te controleren na de aanvaring. Een en ander leidt tot het oordeel dat het verweer van Legero op dit punt als onvoldoende onderbouwd wordt gepasseerd. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Slotsom </emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6.</nr>
      <para>De slotsom is dat de schade die Gemeente Vlaardingen heeft geleden omdat zij de paal na de aanvaring moest vervangen, volledig aan de aanvaring kan worden toegerekend. Legero heeft de hoogte van de gevorderde schade niet betwist. De gevorderde schadevergoeding van € 7.003,00 wordt daarom op grond van artikel 6:162 lid 1 BW toegewezen. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Rente</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.7.</nr>
      <para>Gemeente Vlaardingen maakt verder aanspraak op de wettelijke rente over de hoofdsom. Deze vordering is door Legero niet betwist en zal, als op de wet gegrond, worden toegewezen, met inachtneming van het volgende. In de dagvaarding stelt Gemeente Vlaardingen zowel dat de rente berekend tot en met 13 februari 2020 € 514,19 bedraagt als dat de rente berekend tot 5 maart 2020 € 514,19 bedraagt. Gelet hierop zal de rente worden toegewezen als in het dictum bepaald. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Buitengerechtelijke incassokosten</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.8.</nr>
      <para>Gemeente Vlaardingen maakt verder aanspraak op een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten van € 877,43 (inclusief btw). Als onweersproken staat vast dat Gemeente Vlaardingen Legero heeft aangemaand, maar dat dit niet heeft geleid tot betaling. Aldus is Legero een vergoeding voor buitengerechtelijke kosten verschuldigd geworden. De hoogte van die vergoeding is berekend conform het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke kosten en zal daarom worden toegewezen.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Proceskosten</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.9.</nr>
      <para>Als de in het ongelijk gestelde partij wordt Legero veroordeeld in de kosten van deze procedure, tot aan deze uitspraak aan de zijde van Gemeente Vlaardingen vastgesteld op € 599,89 aan verschotten (€ 499,- aan griffierecht en € 100,89 aan dagvaardingskosten) en € 600,- aan salaris voor de gemachtigde.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">in reconventie</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.10.</nr>
      <para>De reconventionele vordering van Legero wordt afgewezen. Legero heeft immers haar vordering nagenoeg niet onderbouwd. Zij heeft niet gesteld welke verplichtingen Gemeente Vlaardingen volgens haar heeft, op welke manier zij hier uitvoering aan geeft en waarom deze uitvoering tekortschiet. Bovendien heeft zij haar belang bij deze vordering ook onvoldoende onderbouwd, nu niet vast staat in welke mate Legero gebruikmaakt c.q. hinder ondervindt van de staat van de betreffende vloedpalen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.11.</nr>
      <para>Legero wordt veroordeeld in de proceskosten van deze procedure in reconventie, tot aan deze uitspraak aan de zijde van Gemeente Vlaardingen vastgesteld op nihil, nu het verweer van Gemeente Vlaardingen voortvloeit uit haar stellingen in conventie.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5. </nr>De beslissing</title>
    <para>De kantonrechter:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">in conventie:</emphasis>
      </para>
      <para>veroordeelt Legero om aan Gemeente Vlaardingen tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen € 7.880,43 aan hoofdsom en buitengerechtelijke kosten, vermeerderd met de wettelijke rente over € 7.003,- te rekenen vanaf 5 juli 2017 tot aan de dag van algehele voldoening;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt Legero in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van Gemeente Vlaardingen vastgesteld op € 599,89 aan verschotten en € 600,- aan salaris voor de gemachtigde;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad en wijst af het méér of anders gevorderde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">in reconventie:</emphasis>
      </para>
      <para>wijst de vordering van Legero af;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt Legero in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van Gemeente Vlaardingen vastgesteld op nihil.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. A.M. Kalmthout en uitgesproken ter openbare terechtzitting.</para>
      <para>33394</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>