<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2020:7355</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-08-24T15:07:59</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-08-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-08-12</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/10/600641 / JE RK 20-2040 &amp; C/10/601742 / JE RK 20-2221</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2020:7355">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2020:7355</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-08-24T15:07:42</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-08-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2020:7355 Rechtbank Rotterdam , 12-08-2020 / C/10/600641 / JE RK 20-2040 &amp; C/10/601742 / JE RK 20-2221</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2020:7355:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verzoekschrift inzake ondertoezichtstelling.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2020:7355:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>beschikking</para>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ROTTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team Jeugd</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaakgegevens: C/10/600641 / JE RK 20-2040 &amp; C/10/601742 / JE RK 20-2221</para>
      <para>datum uitspraak: 12 augustus 2020</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">beschikking ondertoezichtstelling</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaken van</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de Raad voor de Kinderbescherming regio Rotterdam-Dordrecht, hierna te noemen de Raad, gevestigd te Rotterdam, </bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>betreffende</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [naam minderjarige] , </bridgehead>
    <para>geboren op [geboortedatum minderjarige] 2019 te [geboorteplaats minderjarige] , hierna te noemen [voornaam minderjarige] .</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [naam moeder] , </bridgehead>
    <para>hierna te noemen de moeder, wonende te [woonplaats moeder] .</para>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Het procesverloop</title>
    <para>Het procesverloop blijkt uit de volgende stukken:</para>
  </section>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <?linebreak?>
    </title>
    <para>- het verzoekschrift met bijlagen van de Raad van 17 juli 2020, ingekomen bij de griffie op 20 juli 2020;</para>
    <para>- de beschikking van de kinderrechter in deze rechtbank van 5 augustus 2020 en de daaraan ten grondslag liggende stukken. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 12 augustus 2020 heeft de kinderrechter de zaak ter zitting met gesloten deuren behandeld. Gehoord zijn:</para>
    </parablock>
    <para>- de moeder,</para>
    <para>- een vertegenwoordigster van de Raad, mw. [naam vertegenwoordigster 1] , </para>
    <para>- twee vertegenwoordigsters van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming west <?linebreak?>  Zuid-Holland (hierna: de GI), mw. [naam vertegenwoordigster 2] en mw. [naam vertegenwoordigster 3] .</para>
  </section>
  <section>
    <title>
      <?linebreak?>De feiten</title>
    <para>Het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige] wordt uitgeoefend door de moeder.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [voornaam minderjarige] woont bij de moeder.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij beschikking van 5 augustus 2020 is [voornaam minderjarige] voorlopig onder toezicht gesteld tot <?linebreak?>5 november 2020.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Het verzoek</title>
    <para>
      <emphasis role="italic">Ten aanzien van zaaknummer C/10/600641</emphasis> </para>
    <para>De Raad heeft op 17 juli 2020 de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] verzocht voor de duur van twaalf maanden.  </para>
  </section>
  <section>
    <title>
      <?linebreak?>
    </title>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ten aanzien van zaaknummer C/10/601742</emphasis>
        <?linebreak?>De Raad heeft op 5 augustus 2020 de voorlopige ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] verzocht voor de duur van drie maanden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">De standpunten</emphasis>
        <?linebreak?>De Raad heeft ter zitting naar voren gebracht dat er zorgen bestaan over [voornaam minderjarige] en de situatie waarin hij opgroeit. Hij heeft last van de spanningen tussen de ouders. Er is al veel hulpverlening betrokken geweest. Gezien wordt dat het de moeder overstijgt, waardoor zij zichzelf terugtrekt en niet altijd bereikbaar is. Een andere zorg is het gedrag van de vader. Daarnaast heeft er recent een geweldsincident op het station in Dordrecht plaatsgevonden, waarbij de moeder betrokken was en waarvan [voornaam minderjarige] getuige is geweest. De Raad verzoekt een ondertoezichtstelling, zodat een jeugdbeschermer met de moeder kan meekijken en zicht kan houden op [voornaam minderjarige] en zijn ontwikkeling. Gisteren heeft er een intake plaatsgevonden voor de inzet van ambulante spoedhulp (ASH).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De GI heeft de verzoeken van de Raad ondersteund en medegedeeld dat er inmiddels twee huisbezoeken hebben plaatsgevonden en dat ASH is gestart. Ook heeft er een veiligheidsoverleg plaatsgevonden. De vader van [voornaam minderjarige] is een grote zorg, waar de moeder onvoldoende invloed op heeft. Zij kan de vader niet sturen. De moeder moet leren hoe zij ervoor kan zorgen dat de situatie bij haar thuis voldoende veilig blijft voor [voornaam minderjarige] . Er is gekozen voor de inzet van ASH, waarbij ook duidelijke veiligheidsafspraken zijn gemaakt. Indien er opnieuw een politiemelding binnenkomt over het gedrag van de vader , dan moet de moeder kiezen voor haar eigen veiligheid en die van [voornaam minderjarige] . De moeder woont bij de grootmoeder van moederszijde en zij wordt door haar ondersteund. De moeder heeft ook veel te leren. Bezien moet worden in hoeverre de moeder leerbaar is. Het is de GI tot op heden niet gelukt om in gesprek te gaan met de vader van [voornaam minderjarige] . De moeder staat open voor omgang tussen [voornaam minderjarige] en zijn vader. De GI wil dit met de vader bespreken en vervolgens de omgang begeleiden en monitoren.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De moeder heeft ter zitting naar voren gebracht dat zij zich wel zorgen maakt over [voornaam minderjarige] . De relatie tussen haar en de vader van [voornaam minderjarige] is beëindigd. Zij vindt het vervelend dat de vader van [voornaam minderjarige] regelmatig aan de deur komt. Zij ervaart hierdoor veel stress. De moeder staat open voor de betrokkenheid van een jeugdbeschermer, zodat zij de GI kan overtuigen dat [voornaam minderjarige] veilig is bij haar.</para>
      <para>
        <emphasis role="bold" />
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">De beoordeling</emphasis>
        <?linebreak?>Uit de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting is gebleken dat [voornaam minderjarige] ernstig in zijn ontwikkeling wordt bedreigd. De zorgen zijn gelegen in de opvoedsituatie waarin [voornaam minderjarige] opgroeit. Hij is getuige geweest van verbaal en fysiek geweld vanuit de vader jegens de moeder. Hoewel de relatie tussen de ouders inmiddels is beëindigd, is er nog regelmatig sprake van spanningen tussen hen. De vader verschijnt bij de woning van de moeder, waardoor de moeder veel stress ervaart. Er bestaan op die momenten zorgen over de veiligheid [voornaam minderjarige] en de emotionele beschikbaarheid van de moeder voor [voornaam minderjarige] . De zorgen zijn recent in ernst toegenomen, nu er op 27 en 28 juli 2020 aanvullende zorgmeldingen zijn ontvangen vanuit Veilig Thuis omtrent het stalkingsgedrag van de vader alsmede over de betrokkenheid van de moeder bij een geweldsincident, in aanwezigheid van [voornaam minderjarige] . Gelet op voornoemde zorgen is [voornaam minderjarige] voorlopig onder toezicht gesteld. Inmiddels is er gestart met ASH in de thuissituatie en zijn er veiligheidsafspraken gemaakt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <?linebreak?>De kinderrechter acht de betrokkenheid van een jeugdbeschermer noodzakelijk om zicht te kunnen houden op de ontwikkeling en de opvoedsituatie van [voornaam minderjarige] en om passende hulpverlening in te kunnen zetten. Positief is dat de moeder ter zitting heeft uitgesproken open te staan voor de betrokkenheid van de GI, om aan te tonen dat zij [voornaam minderjarige] een veilige opvoedsituatie kan bieden. Bezien moet worden of er mogelijkheden zijn om een vorm van omgang tot stand te brengen tussen [voornaam minderjarige] en zijn vader. Hierbij dient het belang van [voornaam minderjarige] en zijn veiligheid voorop te staan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold" />
      </para>
    </parablock>
  </section>
  <para>Uit het voorgaande volgt dat is voldaan aan het wettelijke criterium genoemd in artikel 1:255 van het Burgerlijk Wetboek. De kinderrechter zal daarom [voornaam minderjarige] onder toezicht stellen voor de duur van twaalf maanden.  </para>
  <section role="beslissing">
    <title>De beslissing<?linebreak?></title>
    <para>De kinderrechter:</para>
    <parablock>
      <para>stelt [voornaam minderjarige] onder toezicht van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming west Zuid-Holland, gevestigd te Dordrecht, met ingang van 12 augustus 2020 tot 12 augustus 2021;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst af het meer of anders verzochte.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="3">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <colspec colname="colC" />
        <tbody>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 12 augustus 2020 door mr. J. van Driel, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. R. Spaans als griffier. </para>
              <para />
              <para>De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 20 augustus 2020.</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:</para>
              <para>-	door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,</para>
              <para>-	door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.</para>
              <para>Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof<?linebreak?>Den Haag. </para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>