<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2020:7236</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-08-18T15:04:13</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-08-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-07-29</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">600482 / HA RK 20-746</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#wraking">Wraking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_burgerlijkProcesrecht">Civiel recht; Burgerlijk procesrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2020:7236">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2020:7236</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-08-18T15:03:49</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-08-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2020:7236 Rechtbank Rotterdam , 29-07-2020 / 600482 / HA RK 20-746</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2020:7236:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verzoekster niet-ontvankelijk in het wrakingsverzoek. De gewraakte gedragingen van de rechter hebben zich voorgedaan ter zitting van 22 juni 2020, alwaar verzoekster en haar advocaat tegenwoordig waren, terwijl de klacht die als een verzoek tot wraking is aangemerkt eerst is ingediend op 30 juni 2020.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2020:7236:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">Rechtbank Rotterdam </bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Meervoudige kamer voor wrakingszaken</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer / rekestnummer: 600482 / HA RK 20-746</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beslissing van 29 juli 2020</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op het verzoek van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [naam verzoekster]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>verzoekster,</para>
      <para>advocaat mr. R.A. Remport Urban,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>strekkende tot wraking van:</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">mr. J.A.P.M. van Meer-Wijtvliet</emphasis>, rechter-plaatsvervanger in de rechtbank Rotterdam, team familie (hierna: de rechter).</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Het procesverloop en de processtukken</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ter zitting met gesloten deuren van 22 juni 2020 is door de rechter van deze rechtbank behandeld de door verzoekster aanhangig gemaakte verzoekschriftprocedure betreffende onder meer vervangende toestemming om te verhuizen.</para>
      <para>Die procedure draagt als kenmerk C/10/589910 / FA RK 20-325.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij brief van 30 juni 2020 heeft verzoekster een klacht ingediend tegen de rechter waarbij voorwaardelijk wraking van de rechter is verzocht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De brief van 30 juni 2020 is door de president van de rechtbank aangemerkt als een wrakingsverzoek.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan de wrakingskamer is ter beschikking gesteld het dossier van de hiervoor omschreven procedure, waarin zich onder meer bevindt:</para>
    </parablock>
    <para>- het proces-verbaal van de hiervoor bedoelde zitting;</para>
    <para>- het wrakingsverzoek.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Behalve de hiervoor genoemde stukken heeft de wrakingskamer voorts nog kennis genomen van de schriftelijke reactie op het wrakingsverzoek van de rechter van 22 juli 2020 en van de schriftelijke reactie van verzoekster van 23 juli 2020 op het proces-verbaal van de zitting en op de reactie van de rechter.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verzoekster en de rechter zijn uitgenodigd voor de zitting waarop het wrakingsverzoek is behandeld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ter zitting met gesloten deuren van 24 juli 2020, waar het wrakingsverzoek is behandeld, zijn verschenen verzoekster, haar partner, de advocaat van verzoekster en de rechter. Verzoekster, haar advocaat en de rechter hebben ieder hun standpunt nader toegelicht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De ontvankelijkheid van het verzoek</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">2.1.</emphasis>
      </para>
      <para>In de eerste plaats is aan de orde de vraag of het wrakingsverzoek tijdig is gedaan, namelijk zodra de feiten en omstandigheden waarop het wrakingsverzoek is gegrond aan verzoekster bekend waren geworden zoals artikel 37 lid 1 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) vereist.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">2.2.</emphasis>
      </para>
      <para>De wrakingskamer is van oordeel dat dit niet het geval is en overweegt daartoe het volgende. Verzoekster heeft aan haar verzoek tot wraking ten grondslag gelegd uitlatingen, gedragingen en beslissingen van de rechter bij gelegenheid van de zitting op 22 juni 2020. Verzoekster was, bijgestaan door haar advocaat, op die zitting tegenwoordig en heeft bij die gelegenheid kennis genomen van die uitlatingen, gedragingen en beslissingen.</para>
      <para>Het is vaste jurisprudentie dat de zinsnede “zodra de feiten en omstandigheden bekend zijn” betekent dat een wrakingsverzoek dient te worden gedaan onmiddellijk na het bekend worden van de feitelijke grond tot wraking, waarbij een korte tijd voor beraad acceptabel is. </para>
      <para>In dit geval is die termijn ruimschoots overschreden. De gewraakte gedragingen van de rechter hebben zich immers voorgedaan ter zitting van 22 juni 2020, terwijl de klacht die als een verzoek tot wraking is aangemerkt eerst is ingediend op 30 juni 2020.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">2.3</emphasis>
      </para>
      <para>Verzoekster heeft aangevoerd dat zij na de zitting meteen overleg heeft gevoerd met haar advocaat over een eventuele klacht of wrakingsverzoek. Zij heeft één á twee dagen de tijd genomen om er rustig over na te denken. Daarna heeft zij zelf een verslag gemaakt van de zitting zodat ze niet zou vergeten hoe het is gegaan. Vervolgens heeft zij de brief opgesteld. Het idee om een klacht dan wel wrakingsverzoek in te dienen was er vrij snel maar door drukte op haar werk en de drukke agenda van haar advocaat heeft het een aantal dagen geduurd voordat zij de brief heeft verzonden. De advocaat van verzoekster heeft aanvullend aangevoerd dat zij wegens haar drukke agenda verzoekster pas een aantal dagen na de zitting heeft kunnen spreken. Daarnaast heeft zij aangevoerd dat er rekening mee moet worden gehouden dat verzoekster informatie over haar juridische positie moest opzoeken en tijd nodig had om de klachten te formuleren. </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <para />
      <parablock>
        <para>Naar het oordeel van de wrakingskamer rechtvaardigen deze omstandigheden en beweegredenen niet dat verzoekster de termijn, waarbinnen een wrakingsverzoek moet worden gedaan, heeft overschreden. Van verzoekster mocht worden verwacht dat zij het verzoek tot wraking binnen enkele dagen na de zitting van 22 juni 2020 deed. Het indienen van het verzoek na acht dagen kan niet worden aangemerkt als “zodra de feiten of omstandigheden bekend zijn geworden”.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">2.5</emphasis>
        </para>
        <para>Het voorgaande leidt tot de conclusie dat verzoekster niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in het wrakingsverzoek.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">2.6</emphasis>
        </para>
        <para>Ten overvloede overweegt de wrakingskamer nog het volgende:</para>
        <para>De wrakingskamer heeft de indruk gekregen dat de communicatie tussen verzoekster en de rechter op de zitting niet optimaal is geweest. Uit het proces-verbaal van de zitting en hetgeen door verzoekster is aangevoerd blijkt echter niet dat er objectief gezien sprake was van vooringenomenheid van de rechter. Hetgeen verzoekster aan haar wrakingsverzoek ten grondslag heeft gelegd zou daarom, ook als het verzoek ontvankelijk was geweest, onvoldoende grond vormen voor het toewijzen van het verzoek. </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- verklaart verzoekster niet-ontvankelijk in het verzoek tot wraking van </para>
    <para>mr. J.A.P.M. van Meer-Wijtvliet.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beslissing is gegeven door mr. W.P.M. Jurgens, voorzitter, mr. M.G.L. de Vette en mr. W.J. Roos-van Toor, rechters. Bij afwezigheid van de voorzitter is deze beslissing door mr. M.G.L. de Vette uitgesproken ter openbare terechtzitting van 29 juli 2020 in tegenwoordigheid van mr. M.L.F. de Leeuw, griffier en door hen ondertekend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Verzonden op: </para>
      <para>aan: </para>
    </parablock>
    <para>- [naam verzoekster] ;</para>
    <para>- mr. R.A. Remport Urban;</para>
    <para>- mr. J.A.P.M. van Meer-Wijtvliet</para>
    <para>- </para>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>