<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2020:7177</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-08-14T08:37:12</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-08-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-07-22</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10/086646-19</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2020:7177">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2020:7177</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-08-14T08:36:52</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-08-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2020:7177 Rechtbank Rotterdam , 22-07-2020 / 10/086646-19</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2020:7177:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Op grond van de inhoud van het dossier kan niet met de benodigde mate van zekerheid worden vastgesteld dat de verdachte enige reële beschikkingsmacht had over de in haar woning aangetroffen heroïne. De verdachte zal daarom worden vrijgesproken van de haar ten laste gelegde feiten.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2020:7177:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">Rechtbank Rotterdam</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team straf 2</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 10/086646-19</para>
      <para>Datum uitspraak: 22 juli 2019 </para>
      <para>Tegenspraak</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [naam verdachte] ,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte] , </para>
      <para>ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:</para>
      <para>
        [adres verdachte] , [postcode verdachte] [woonplaats verdachte] ,</para>
      <para>raadsvrouw mr. O. Saki, advocaat te Rotterdam.</para>
    </parablock>
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1. </nr>Onderzoek op de terechtzitting</title>
    <para>Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 8 juli 2019.</para>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2. </nr>Tenlastelegging</title>
    <para>Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.</para>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3. </nr>Eis officier van justitie</title>
    <parablock>
      <para>De officier van justitie mr. E.M. Harbers heeft gevorderd:</para>
      <para>- vrijspraak van het ten laste gelegde.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4. </nr>Waardering van het bewijs</title>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Standpunt verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>Door de verdediging is vrijspraak bepleit. Daartoe is betoogd dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is dat de verdachte bij het ten laste gelegde feit betrokken is geweest.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Beoordeling</emphasis>
      </para>
      <para>In deze zaak zijn [naam medeverdachte 1] , [naam medeverdachte 2] , [naam medeverdachte 3] en [naam verdachte] als verdachten aangemerkt. In een woning op de [adres delict] in Rotterdam is door de politie een grote hoeveelheid van ongeveer 25 kilo, voor verdere illegale handel bestemde, heroïne aangetroffen en in beslag genomen. Het betreft een relatief kleine woning, die op dat moment werd bewoond door zes personen: de verdachte, haar man [naam medeverdachte 1] en hun vier minderjarige kinderen (in de leeftijd tussen 4 en 15 jaar). In de keuken van de woning zijn goederen en sporen aangetroffen die er op wijzen dat, voorafgaand aan de komst van de politie, op aanzienlijke schaal heroïne is versneden en dat die heroïne daarna opnieuw is samengeperst. </para>
      <para>In de keuken worden diverse werktuigen aangetroffen waarvan het bekend is dat deze worden gebruikt voor het versnijden van harddrugs, zoals een drugspers, mallen, weegschalen, blenders. Op meerdere van die voorwerpen worden bruine poederresten gezien en in de gehele keuken was een bruine waas van poeder zichtbaar. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte heeft onder meer verklaard dat, toen zij met haar kinderen eerder die dag de woning verliet, de keuken schoon was. Verder heeft zij verklaard dat, toen zij die avond in de woonkamer zat, haar man met twee andere mannen in de keuken aanwezig was. Ook heeft zij tegenover de politie ter plaatse verklaard dat zij thuis niets te zeggen heeft, dat haar man de baas is en tegen haar heeft gezegd dat ‘het’ maar voor een paar dagen was. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op basis van de stukken in het dossier kan niet worden vastgesteld dat verdachte wetenschap van én beschikkingsmacht over de aangetroffen hoeveelheid heroïne heeft gehad. In het dossier zijn er weliswaar aanwijzingen te vinden dat de verdachte er mogelijk iets mee te maken heeft gehad en enige wetenschap had van wat er zich in de woning afspeelde, maar niet kan met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid worden vastgesteld dat de verdachte de vereiste beschikkingsmacht over de in haar woning aangetroffen heroïne had. Kortom: op grond van de inhoud van het dossier kan niet met </para>
      <para>de benodigde mate van zekerheid worden vastgesteld dat de verdachte enige reële beschikkingsmacht had over de in haar woning aangetroffen heroïne.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte zal daarom van het ten laste gelegde worden vrijgesproken.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5. </nr>Bijlage</title>
    <para>De in dit vonnis genoemde bijlage maakt deel uit van dit vonnis.</para>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6. </nr>Beslissing</title>
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart niet bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.</para>
      <para>
        <?linebreak?>Dit vonnis is gewezen door:</para>
      <para>mr. W.A.F. Damen, voorzitter,</para>
      <para>en mrs. M.A. van der Laan-Kuijt en M.J.M. van Beckhoven, rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. H.C. Fraaij, griffier,</para>
      <para>en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 22 juli 2019.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De oudste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bijlage  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Tekst tenlastelegging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zij op of omstreeks 11 januari 2019 te Rotterdam tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 25348,8 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende heroïne, zijnde heroïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>