<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2020:6948</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-08-05T08:37:07</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-08-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-07-17</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">8354289</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2020:6948">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2020:6948</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-08-05T08:36:40</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-08-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2020:6948 Rechtbank Rotterdam , 17-07-2020 / 8354289</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2020:6948:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Mondelinge behandeling; gebreken uitgevoerde werkzaamheden tuin</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2020:6948:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ROTTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: 8354289 / CV EXPL 20-6876</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>uitspraak: 17 juli 2020</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam</emphasis>,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1. </nr>
      [eiser 1] ,</title>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">2. [eiser 2]</emphasis>,</para>
      <para>beiden wonende te [woonplaats eisers] ,</para>
      <para>eisers,</para>
      <para>gemachtigde: mr. M.A.M. de Cooman te Amsterdam</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde] , handelend onder de naam [handelsnaam]</emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats gedaagde] ,</para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>procederend in persoon.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eisers worden hierna aangeduid als “ [eiser 1] c.s.” en gedaagde als “ [gedaagde] ”.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>1. </nr>Het verloop van de procedure</title>
    <para>Het verloop van de procedure volgt uit de volgende processtukken, waarvan de kantonrechter kennis heeft genomen:</para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>de dagvaarding van 25 februari 2020, met producties;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>het schriftelijke verweer van [gedaagde] op de rolzitting van 22 april 2020;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de conclusie van repliek, met één productie;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de aantekeningen van de griffier van het mondelinge verweer van [gedaagde] op de rolzitting van 18 juni 2020.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter heeft de uitspraak van dit vonnis bepaald op heden.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2. </nr>Het geschil</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>
        [eiser 1] c.s. vorderen bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde] te veroordelen aan hen te betalen € 8.327,20 aan schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 23 oktober 2019. Voorts vorderen [eiser 1] c.s. dat de kantonrechter de artikelen 12.1, 12.2d, 12.2e, 15.1, 15.4 en 15.5 van de Algemene Voorwaarden van [gedaagde] vernietigt. Ten slotte vorderen [eiser 1] c.s. veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten en in de nakosten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Aan hun vorderingen hebben [eiser 1] c.s. - zakelijk weergegeven en voor zover thans van belang - het volgende ten grondslag gelegd. [gedaagde] heeft in opdracht van [eiser 1] c.s. werkzaamheden verricht in de tuin van [eiser 1] c.s. Conform de offerte van 13 mei 2018 bestonden de uit te voeren werkzaamheden uit het betegelen van de tuin en het plaatsen van waterafvoeren en opsluitbanden. [gedaagde] heeft een deel van de werkzaamheden niet uitgevoerd en heeft het gedeelte van de werkzaamheden, dat wel is verricht, niet deugdelijk uitgevoerd. [eiser 1] c.s. hebben [gedaagde] in kennis gesteld van de geconstateerde gebreken en hebben hem in de gelegenheid gesteld herstelwerkzaamheden uit te voeren. [gedaagde] heeft hier, ondanks ingebrekestelling door [eiser 1] c.s. op 8 oktober 2018, geen gehoor aan gegeven. [eiser 1] c.s. heeft een deskundigenonderzoek laten uitvoeren. De ingeschakelde deskundige heeft geconcludeerd dat de door [gedaagde] verrichte werkzaamheden niet goed en niet deugdelijk zijn uitgevoerd. Voorts heeft de deskundige geconcludeerd dat de werkzaamheden volledig opnieuw dienen te worden verricht. De kosten van deze herstelwerkzaamheden, inclusief vervanging van alle tegels, bedragen - rekening houdend met de reeds door [eiser 1] c.s. verrichte aanbetaling - € 8.327,20, welk bedrag als schadevergoeding van [gedaagde] wordt gevorderd. De bepalingen in de algemene voorwaarden van [gedaagde] , welke zien op de beperking van zijn aansprakelijkheid, komen voorts - ingevolge artikel 6:233 BW jo. artikel 6:237 onder f BW - voor vernietiging in aanmerking, nu deze worden vermoed onredelijk bezwarend te zijn.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>
        [gedaagde] heeft de vordering betwist en heeft daartoe - zakelijk weergegeven en voor zover thans van belang - het volgende aangevoerd. De gevorderde schadevergoeding is volledig buiten proporties. In deze schadevergoeding zijn nieuwe tegels en bloembakken begrepen, terwijl [gedaagde] bij de betegelingswerkzaamheden de oude, gebruikte tegels en bloembakken van [eiser 1] c.s. diende te hergebruiken. [gedaagde] kan zich er wel in vinden dat er enkele fouten in de tuin zijn aan te treffen. [gedaagde] heeft werkzaamheden gedaan, die niet op de offerte stonden. Daarnaast heeft [gedaagde] bepaalde werkzaamheden niet gedaan, omdat deze ook niet op de offerte stonden. Deze worden thans ten onrechte bij [gedaagde] in rekening gebracht.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3. </nr>De beoordeling</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>De kantonrechter acht het gewenst de zaak met partijen te bespreken. Daarbij kunnen partijen de nodige informatie verstrekken. Daartoe wordt een mondelinge behandeling gelast. De mondelinge behandeling zal tevens worden benut voor het beproeven van een minnelijke regeling.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Alle bescheiden die op de zaak betrekking (kunnen) hebben en die nog niet in het geding zijn gebracht, dienen door de partij die deze ter gelegenheid van de mondelinge behandeling ter sprake wil brengen uiterlijk een week voor de zittingsdatum aan de kantonrechter en aan de wederpartij te worden toegezonden.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>Voor [gedaagde] gelden voorts de volgende bijzondere aanwijzingen. [gedaagde] heeft erkend dat er enkele fouten in de tuin zijn aan te treffen, doch heeft vooralsnog niet nader geconcretiseerd op welke fouten hij doelt. Van [gedaagde] wordt verwacht dat hij zijn stelling dienaangaande ter zitting nader uiteenzet. Voorts dient [gedaagde] ter zitting een nadere toelichting te geven op zijn stelling dat [eiser 1] c.s., middels hun schadevergoeding, kosten in rekening brengen voor werkzaamheden, die niet op de offerte staan. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>Partijen dienen in persoon ter zitting te verschijnen of zij moeten ter zitting worden vertegenwoordigd door een persoon die op de hoogte is van de feiten met betrekking tot de onderhavige vordering. Deze vertegenwoordiger moet schriftelijk gemachtigd zijn, ook tot het treffen van een minnelijke regeling.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>De kantonrechter wijst partijen er op dat het niet verschijnen ter zitting in het nadeel van de niet verschijnende partij kan worden uitgelegd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6.</nr>
      <para>De zaak wordt thans naar de hierna te melden rolzitting verwezen teneinde partijen de gelegenheid te bieden hun verhinderdata voor de dan komende drie maanden op te geven, opdat daarmee rekening kan worden gehouden bij het vaststellen van een datum en tijd voor de zitting. Uitstel is niet mogelijk, tenzij beide partijen daarom gezamenlijk verzoeken. De griffier zal vervolgens datum en tijd van de zitting aan partijen mededelen.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4. </nr>De beslissing</title>
    <para>De kantonrechter:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>bepaalt dat partijen (in persoon of behoorlijk vertegenwoordigd en desgewenst met haar gemachtigde) op een nader te bepalen datum en tijd moeten verschijnen in het Gerechtsgebouw te Rotterdam, Wilhelminaplein 100, gebouw B (het rode gebouw), ter zitting van de kantonrechter mr. K.J. Bezuijen;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst partijen op hetgeen hiervoor omtrent het in het geding brengen van (nadere) stukken is bepaald;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verwijst de zaak naar de rolzitting van <emphasis role="bold">woensdag 12 augustus te 14.30 uur</emphasis> teneinde partijen de gelegenheid te bieden hun verhinderdata voor de dan komende drie maanden op te geven;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bepaalt dat de schriftelijke opgaaf uiterlijk de dag voor voormelde rolzitting om 12 uur ter griffie ontvangen dient te zijn; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>houdt iedere verdere beslissing aan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. K.J. Bezuijen en uitgesproken ter openbare terechtzitting.</para>
      <para>44487</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>