<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2020:6739</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-07-29T15:22:29</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-07-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-07-24</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">8557065 CV EXPL 20-17950</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2020:6739">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2020:6739</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-07-29T15:21:55</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-07-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2020:6739 Rechtbank Rotterdam , 24-07-2020 / 8557065 CV EXPL 20-17950</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2020:6739:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Huurachterstand.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2020:6739:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ROTTERDAM</bridgehead>
    <para>zaaknummer: 8557065 CV EXPL 20-17950</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>uitspraak: 24 juli 2020</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam,</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de stichting</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Stichting Woonbron,</emphasis>
      </para>
      <para>gevestigd te Rotterdam,</para>
      <para>eiseres,</para>
      <para>gemachtigde: Flanderijn Gerechtsdeurwaarders, <?linebreak?></para>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1. </nr>
      [gedaagde 1] ,</title>
    <parablock>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">2.</emphasis> <emphasis role="bold">[gedaagde 2] ,</emphasis></para>
      <para>wonende te [woonplaats] , </para>
      <para>gedaagden,</para>
      <para>die procederen in persoon.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen worden hierna aangeduid als ‘Woonbron’ en ‘ [gedaagde 1] c.s.’.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>1. </nr>Het verloop van de procedure</title>
    <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
    <orderedlist numeration="arabic">
      <listitem>
        <para>de dagvaarding van 18 mei 2020, met producties;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de aantekeningen van de griffier van het mondelinge antwoord van [gedaagde 1] c.s.;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>een e-mailbericht van de zijde van [gedaagde 1] c.s. d.d. 10 juni 2020;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>akte vermindering van eis;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>het tussenvonnis van 11 juni 2020 waarin een mondelinge behandeling van partijen is bepaald;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>faxbericht met productie van de zijde van Woonbron d.d. 26 juni 2020; </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 10 juli 2020.</para>
      </listitem>
    </orderedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het vonnis is bepaald op heden. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2. </nr>Het geschil</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Woonbron vordert – na eisvermindering - dat [gedaagde 1] c.s. bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, wordt veroordeeld tot betaling aan Woonbron van een bedrag van € 1.182,16, zijnde de verschuldigde huurtermijnen tot en met juni 2020, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de dag van dagvaarding tot aan de dag van algehele voldoening, een bedrag van € 403,21 aan buitengerechtelijke incassokosten en veroordeling van [gedaagde 1] c.s. in de proceskosten.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>Woonbron heeft het volgende aan haar vordering ten grondslag gelegd. Zij verhuurt aan [gedaagde 1] c.s. de woning aan het adres [adres] te Rotterdam (hierna: ‘het gehuurde’ en/of ‘de woning’). Uit de huurovereenkomst vloeit voort dat [gedaagde 1] c.s. een verplichting heeft tot het betalen van een huurprijs van thans € 920,42 per maand. Hij is deze verplichting echter niet nagekomen. Woonbron heeft nakoming gevorderd van de betalingsverplichting die uit de huurovereenkomst voortvloeit. </para>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3. </nr>Het verweer</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>
        [gedaagde 1] c.s. betwist de vordering. De huur wordt wel betaald en er is geen sprake van een huurachterstand. Als de huur een keer te laat betaald wordt, dan wordt de deurwaarder gelijk ingeschakeld zonder dat er eerst een betalingsherinnering wordt verzonden. Volgens [gedaagde 1] c.s. bestaat het door Woonbron gevorderde bedrag alleen uit rente. Bovendien is [gedaagde 1] c.s. van  mening dat de huurprijs te hoog is in verhouding tot de kwaliteit van het gehuurde.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4. </nr>De beoordeling</title>
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>Tussen partijen is in geschil of er een huurachterstand is. Bij faxbericht d.d. 26 juni 2020 en ter zitting is door Woonbron gesteld dat de huurachterstand tot en met de maand juni 2020 € 1.182,16 bedraagt. Het bestaan van een huurachterstand is door [gedaagde 1] c.s. betwist, maar hij heeft dit niet met concrete feiten onderbouwd. Ter gelegenheid van de mondelinge behandeling is [gedaagde 1] , hoewel behoorlijk opgeroepen, zonder bericht van verhindering niet verschenen. Zijn verweer wordt dan ook als onvoldoende onderbouwd verworpen en de vordering van Woonbron zal worden toegewezen.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>De gevorderde wettelijke rente zal eveneens worden toegewezen, nu daartegen geen nader verweer is gevoerd.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>Woonbron maakt tevens aanspraak op een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. Voldoende gebleken is dat voldaan is aan de wettelijke vereisten, zodat ook het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten zal worden toegewezen.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4</nr>
      <para>
        [gedaagde 1] c.s. zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. </para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5. </nr>De beslissing</title>
    <para>De kantonrechter<emphasis role="bold">:</emphasis></para>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt [gedaagde 1] c.s. hoofdelijk, des dat de een betalend de ander voor een gelijk deel zal zijn bevrijd, om aan Woonbron te betalen € 1.585,37 aan achterstallige huur berekend tot en met de maand juni 2020 en kosten, vermeerderd met de wettelijke rente in de zin van artikel 6:119 BW over € 1.182,16 vanaf de dag van dagvaarding tot de dag van algehele voldoening;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt [gedaagde 1] c.s. hoofdelijk, des dat de een betalend de ander voor een gelijk deel zal zijn bevrijd, in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van Woonbron vastgesteld op € 105,09 aan dagvaardingskosten, € 499,- aan griffierecht en € 360,- aan salaris voor de gemachtigde van Woonbron;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst af het meer of anders gevorderde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. N. Freese en uitgesproken door mr. S.H. Poiesz ter openbare terechtzitting.</para>
      <para>43416 </para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>