<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2020:6278</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-10-02T15:22:16</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-07-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-05-20</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">8315213 VZ VERZ 20-1841</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_arbeidsrecht">Civiel recht; Arbeidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>AR-Updates.nl 2020-0810</rdf:li>
          <rdf:li>VAAN-AR-Updates.nl 2020-0810</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2020:6278">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2020:6278</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-07-17T09:25:44</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-07-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2020:6278 Rechtbank Rotterdam , 20-05-2020 / 8315213 VZ VERZ 20-1841</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2020:6278:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Geregelde ontbinding.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2020:6278:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ROTTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: 8315213 VZ VERZ 20-1841</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>uitspraak: 20 mei 2020</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">beschikking van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam,</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verzoekster] ,</emphasis>
      </para>
      <para>wonende te [woonplaats verzoekster] ,</para>
      <para>verzoekster,</para>
      <para>gemachtigde: mr. H.A. Groeneveld,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">VAN LEEUWEN SCHOONMAAK VLS B.V., </emphasis>
      </para>
      <para>gevestigd te Zwijndrecht,</para>
      <para>verweerster,</para>
      <para>gemachtigde: mr. S.O. Voogt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen worden hierna nader aangeduid als “ [verzoekster] ” en “VLS”. </para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1. </nr>Het verdere verloop van de procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <parablock>
        <para>Het verloop van de procedure volgt uit de volgende processtukken, waarvan de kantonrechter kennis heeft genomen:</para>
        <para> de tussenbeschikking van 22 april 2020 en de daaraan ten grondslag liggende processtukken.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <parablock>
        <para>De mondelinge behandeling heeft in aanwezigheid van partijen plaatsgevonden op </para>
        <para>15 mei 2020. Van deze mondelinge behandeling is een proces-verbaal opgemaakt. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3</nr>
      <para>De uitspraak van de beschikking is bepaald op heden.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2.</nr>De beoordeling </title>
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <parablock>
        <para>Ter zitting is gebleken dat partijen het er in feite over eens zijn dat door alle verwikkelingen die hebben plaatsgevonden tussen partijen de arbeidsverhouding zodanig verstoord is geraakt dat voortzetting van de arbeidsovereenkomst in redelijkheid niet van [verzoekster] kan worden gevergd. Zoals reeds bij tussenbeschikking van 22 april 2020 is overwogen is, gelet op hetgeen partijen in de stukken hebben gesteld en het verhandelde ter zitting, voldoende gebleken van omstandigheden die van dien aard zijn dat de arbeidsovereenkomst billijkheidshalve dient te eindigen als bedoeld in artikel 7:671c lid </para>
        <para>1 BW. Niet gebleken is dat [verzoekster] een verwijt treft van de thans ontstane situatie. </para>
        <para>Nu [verzoekster] ook ter zitting heeft gepersisteerd bij haar verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst en VLS zich heeft gerefereerd aan het oordeel van de kantonrechter zal de arbeidsovereenkomst op grond van artikel 7:671b lid 8 sub a BW worden ontbonden met ingang van 1 juli 2020. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>Ter zitting hebben partijen overeenstemming bereikt over de hoogte van de aan [verzoekster] toekomende beëindigingsvergoeding, aangezien VLS zich bereid heeft verklaard aan haar vergoeding te betalen ten bedrage van € 9.000,00 bruto. In dat bedrag is begrepen de aanspraak van [verzoekster] uit hoofde van artikel 7:673 BW ter zake van de transitievergoeding. De kantonrechter acht de vergoeding van € 9.000,00 bruto in de gegeven omstandigheden redelijk en zal die vergoeding dan ook opnemen in deze beschikking. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <parablock>
        <para>Partijen hebben voorts in het kader van de beëindiging van de arbeidsovereenkomst nadere afspraken gemaakt die zijn vastgelegd in het proces-verbaal van de zitting van</para>
        <para>15 mei 2020.  </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4</nr>
      <para>Nu partijen overeenstemming hebben bereikt over de vergoeding van € 9.000,00 bruto hoeft aan [verzoekster] geen intrekkingstermijn gegeven te worden zoals bedoeld in artikel 7:686a lid 6 BW.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5</nr>
      <para>Gelet op de aard van het geschil bestaat geen aanleiding om de ene partij de proceskosten van de andere partij te laten vergoeden. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3. </nr>De beslissing</title>
    <para>de kantonrechter,</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>ontbindt de arbeidsovereenkomst tussen partijen met ingang van <emphasis role="bold">1 juli 2020;</emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt VLS tot betaling aan [verzoekster] van een bedrag van € 9.000.00 bruto;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bepaalt dat partijen ieder de eigen kosten van deze procedure dragen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is gegeven door mr. C.H. Kemp-Randewijk en uitgesproken ter openbare terechtzitting.</para>
      <para>829</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>