<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2020:6165</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-07-14T11:26:48</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-07-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-07-02</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10/994552-15</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2020:6165">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2020:6165</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-07-14T11:25:49</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-07-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2020:6165 Rechtbank Rotterdam , 02-07-2020 / 10/994552-15</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2020:6165:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Uitreiking gerechtelijk stuk aan rechtspersoon in het buitenland. Rechtbank constateert fout in de Wet USB. De bepaling m.b.t. de uitreiking van gerechtelijke stukken aan natuurlijke personen in het buitenland (art. 36e, derde lid, Sv) is niet langer van overeenkomstige toepassing verklaard op betekening van gerechtelijke mededelingen aan rechtspersonen in het buitenland  (art. 36m Sv). Uit de MvT bij de Wet USB blijkt dat dit niet de bedoeling van de wetgever is geweest. De rechtbank leest art. 36m Sv verbeterd, in die zin dat art. 36e, derde lid, Sv ook van toepassing is op betekening van gerechtelijke mededelingen aan rechtspersonen in het buitenland. Oproeping aan de rechtspersoon in het buitenland had moeten worden toegezonden naar het statutaire vestigingsadres. Daarvan is niet gebleken. Oproeping nietig.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2020:6165:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">Rechtbank Rotterdam</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team straf 1</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 10/994552-15</para>
      <para>Datum uitspraak: 2 juli 2020</para>
      <para>Tegenspraak</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">VONNIS (ontneming) </emphasis>
      </para>
      <para>van de rechtbank Rotterdam, meervoudige economische kamer voor strafzaken, op de vordering als bedoeld in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) van de officier van justitie in de zaak tegen de veroordeelde rechtspersoon:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [naam rechtspersoon] , ook handelend onder de naam [handelsnaam] , </emphasis>
      </para>
      <para>gevestigd aan de [vestigingsadres rechtspersoon] , [vestigingsplaats rechtspersoon] , Curaçao.</para>
      <para>gemachtigd raadsman mr. H.W.A.A. de Jong, advocaat te Rotterdam</para>
    </parablock>
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1. </nr>Onderzoek op de terechtzitting</title>
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van </para>
      <para>18 juni 2020.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2. </nr>Voorafgaande veroordeling</title>
    <para>Bij vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige economische kamer voor strafzaken, van 15 maart 2018 is [naam rechtspersoon] (hierna: [naam rechtspersoon] ) veroordeeld voor het medeplegen van een overtreding van een voorschrift gesteld bij artikel 10.60, tweede lid, van de Wet milieubeheer, opzettelijk begaan, meermalen gepleegd. </para>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3. </nr>Vordering</title>
    <para>De officier van justitie mr. mr. P.P.A.M. Notenboom heeft in zijn ontnemingsvordering d.d. 24 februari 2020 gevorderd dat de rechtbank het bedrag vaststelt waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e Sr wordt geschat en [naam rechtspersoon] de verplichting oplegt tot betaling aan de Staat van het geschatte voordeel, welk voordeel door de officier van justitie is gesteld op € 13.217.878,80.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>In de ontnemingsvordering is tevens vermeld dat [naam rechtspersoon] wordt opgeroepen om te verschijnen op de terechtzitting in deze rechtbank op 18 juni 2020.  </para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4. </nr>Preliminaire verweren</title>
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>
        <emphasis role="underline">Geldigheid oproeping</emphasis>
      </para>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>4.1.1.</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Standpunt verdediging</emphasis>
          </para>
          <para>Aangevoerd is dat de oproeping nietig is. In het dossier bevindt zich een rechtshulpverzoek d.d. 28 februari 2020 van de officier van justitie aan de autoriteiten op Curaçao met het verzoek om de vordering met oproeping voor de zitting van 18 juni 2020, die bij het rechtshulpverzoek is gevoegd, aan [naam rechtspersoon] te doen toekomen en de bijgaande akte in te vullen en voor ontvangst door de geadresseerde te laten ondertekenen. </para>
          <para>In het dossier bevindt zich geen akte van uitreiking. Evenmin blijkt van een verzending van de oproeping aan het correcte adres van [naam rechtspersoon] . Er is daarom geen sprake van een (rechtsgeldige) betekening van de oproeping. </para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.1.2.</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Juridisch kader</emphasis>
          </para>
          <para>De veroordeelde rechtspersoon is gevestigd op Curaçao. Wat betreft de beoordeling van de toepasselijke regeling, dient Curacao als “buitenland” te worden beschouwd.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Voor de uitreiking van gerechtelijke stukken aan een rechtspersoon in het buitenland bestaat in het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) geen afzonderlijke bepaling. Voor 1 januari 2020, de datum van de inwerkingtreding van de Wet herziening tenuitvoerlegging strafrechtelijke beslissingen (hierna: Wet USB), golden op grond van art. 532 Sv (oud) de bepalingen met betrekking tot de uitreiking van gerechtelijke stukken aan natuurlijke personen in het buitenland (artikel 588, tweede en vierde lid, Sv (oud)) ook voor rechtspersonen.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Sinds de inwerkingtreding van de Wet USB is de uitreiking van gerechtelijke stukken aan natuurlijke personen in artikel 36e Sv geregeld. Artikel 36e, derde lid, Sv bepaalt dat de uitreiking van gerechtelijke stukken aan een geadresseerde van wie de woon- of verblijfplaats in het buitenland bekend is, geschiedt – kort gezegd – door toezending van de gerechtelijke mededeling. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Artikel 36j Sv regelt de uitreiking van gerechtelijke stukken aan een rechtspersoon. De kennisgeving gschiedt aan de woonplaats van de rechtspersoon, de plaats van het kantoor van de rechtspersoon of aan de woonplaats van een van de bestuurders. De woonplaats van de rechtspersoon is de plaats waar deze statutair is gevestigd.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Artikel 36m Sv regelt welke betekenisvoorschriften van overeenkomstige toepassing zijn op de uitreiking van gerechtelijke stukken aan een rechtspersoon. Daarin is artikel 36e, derde lid, Sv niet van overeenkomstige toepassing verklaard. Wel zijn artikel 36e, tweede en vierde lid, Sv hierop van overeenkomstige toepassing verklaard. Naar het oordeel van de rechtbank is dit een fout in de Wet USB en had de wetgever in artikel 36m Sv behoren te verwijzen naar artikel 36e, <emphasis role="underline">derde</emphasis> en vierde lid, Sv. In de Memorie van Toelichting bij artikel 36e Sv (pag. 58, tweede alinea) staat immers:</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">“Het voorgestelde derde en vierde lid corresponderen met het tweede en vierde lid van het huidige artikel 588 Sv. Aan deze huidige bepalingen wordt inhoudelijk niets gewijzigd.”</emphasis>
          </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>De rechtbank zal artikel 36m Sv daarom verbeterd lezen in die zin dat hierin – voor zover hier relevant – wordt verwezen naar artikel 36e, derde lid, Sv. Op basis hiervan concludeert de rechtbank dat de oproeping aan de rechtspersoon had dienen te worden toegezonden naar het statutaire vestigingsadres.</para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.1.3</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Beoordeling</emphasis>
          </para>
          <para>In het dossier bevindt zich geen akte van uitreiking of een ander document waaruit blijkt dat de oproeping is verzonden. Evenmin kan uit een uittreksel uit de Kamer van Koophandel te Curaçao blijken op welk adres de veroordeelde rechtspersoon is gevestigd. Gelet hierop is niet gebleken dat de oproeping op de bij de wet voorgeschreven wijze aan [naam rechtspersoon] is uitgereikt. Ook overigens blijkt uit het dossier niet dat de oproeping [naam rechtspersoon] heeft bereikt. </para>
        </parablock>
      </paragroup>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5. </nr>Beslissing</title>
    <para>De rechtbank: </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart de oproeping nietig.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door:</para>
      <para>mr. J.L.M. Boek, voorzitter,</para>
      <para>en mrs. I.M.A. Hinfelaar en D.F. Smulders, rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. K. Aagaard, griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De jongste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen. </para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>