<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2020:6074</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-07-10T11:53:32</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-07-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-07-01</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10/751066-19</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2020:6074">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2020:6074</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-07-10T11:52:55</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-07-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2020:6074 Rechtbank Rotterdam , 01-07-2020 / 10/751066-19</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2020:6074:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Veroordeling ontucht met minderjarige prostituee. Veroordeling tot een gevangenisstraf van een dag en een taakstraf van 150 uren. Bij de strafmaat is aansluiting gezocht bij de LOVS-oriëntatiepunten. Geen aanwijzingen voor minderjarigheid zoals bedoeld in de LOVS-oriëntatiepunten.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2020:6074:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">Rechtbank Rotterdam</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team straf 3</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 10/751066-19</para>
      <para>Datum uitspraak: 1 juli 2020</para>
      <para>Tegenspraak</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [naam verdachte] ,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren te [geboorteplaats verdachte] ( [geboorteland verdachte] ) op [geboortedatum verdachte] , </para>
      <para>ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres </para>
      <para>
        [adres verdachte] te [postcode verdachte] [woonplaats verdachte] , </para>
      <para>raadsman mr A. Dogan, advocaat te Rotterdam.</para>
    </parablock>
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1. </nr>Onderzoek op de terechtzitting</title>
    <para>Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 17 juni 2020.</para>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2. </nr>Tenlastelegging</title>
    <para>Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.</para>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3. </nr>Eis officier van justitie</title>
    <para>De officier van justitie mr. M. Blom heeft gevorderd:</para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>bewezenverklaring van het ten laste gelegde;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 8 maanden waarvan 4 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4. </nr>Waardering van het bewijs</title>
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>
        <emphasis role="underline">Bewijswaardering</emphasis>
      </para>
      <paragroup>
        <nr>4.1.1.</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Standpunt verdediging</emphasis>
          </para>
          <para>De verdediging heeft bepleit dat de verdachte wordt vrijgesproken van het ten laste gelegde feit. De verklaringen van [naam slachtoffer] zijn inconsistent en onbetrouwbaar en steunbewijs ontbreekt. De verdachte heeft weliswaar meerdere keren een sekafspraak gepland met [naam slachtoffer] , maar tot een daadwerkelijke ontmoeting is het nooit gekomen. Hij heeft dan ook nooit seksuele handelingen verricht met haar. De WhatsApp-gesprekken waarin de verdachte zegt dat hij het lekker vond en dat hij van diep en hard houdt, gaan over telefoonsex en niet over een fysieke ontmoeting.</para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.1.2.</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Beoordeling</emphasis>
          </para>
          <para>De verklaringen van [naam slachtoffer] komen er – kort gezegd – op neer dat zij in oktober of november 2018 één seksafspraak heeft gehad met de verdachte. Ze heeft toen vaginale seks met hem gehad en hij heeft haar daarvoor betaald. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Tegenover deze verklaring staat de verklaring van de verdachte, inhoudende dat hij weliswaar meerdere keren met [naam slachtoffer] een seksafspraak had gepland en dat hij contact met haar heeft gehad, maar dat hij haar nooit daadwerkelijk heeft ontmoet en dus ook geen seksuele handelingen met haar heeft verricht. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Het verweer dat de verklaringen van [naam slachtoffer] inconstistent en onbetrouwbaar zouden zijn, wordt verworpen. Weliswaar weet [naam slachtoffer] zich niet precies te herinneren wanneer een en ander is gebeurd, maar zij heeft tegenover de politie direct de verdachte als één van haar (drie) klanten aangewezen en stellig en herhaaldelijk verklaard dat zij één keer betaalde seks met hem heeft gehad. De rechtbank acht de ontkenning van de verdachte ongeloofwaardig en overweegt daartoe als volgt. In het dossier bevinden zich WhatsApp-gesprekken tussen de verdachte en [naam slachtoffer] van 27 november 2018 waarin de verdachte onder andere aan [naam slachtoffer] vraagt <emphasis role="italic">‘vond je het lekker?’ </emphasis>waarna de verdachte zegt <emphasis role="italic">‘ik ook, ik hou van diep en hard’</emphasis>. Ook vraagt [naam slachtoffer] op 7 december 2018 aan de verdachte of hij binnenkort wil afspreken en of hij alvast geld wil overmaken, waarop de verdachte reageert <emphasis role="italic">‘ik geef eigenlijk niet zomaar geld vooraf ook al heb ik je 1x geneukt’.</emphasis> Deze WhatsApp-berichten in onderling verband beschouwd passen meer bij de verklaring van [naam slachtoffer] dat zij betaalde seks heeft gehad met de verdachte, dan bij de verklaring van de verdachte dat hij [naam slachtoffer] nooit heeft ontmoet, laat staan seks met haar zou hebben gehad. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Al met al worden de verklaringen van [naam slachtoffer] ondersteund door de overige inhoud van het dossier. Dit geldt niet voor de verklaringen van de verdachte. Op grond daarvan acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte tegen betaling seksuele handelingen heeft verricht met [naam slachtoffer] . Vast staat dat zij destijds 17 jaar was. Het feit dat de verdachte dat pas achteraf vernam is voor de bewezenverklaring niet relevant, nu de minderjarigheid een geobjectiveerd bestanddeel vormt van de delictsomschrijving. Dit bestanddeel is bewezen indien objectief komt vast te staan dat de minderjarige tussen de 16 en 18 jaar oud is.</para>
        </parablock>
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.1.3.</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Conclusie</emphasis>
          </para>
          <para>Het ten laste gelegde is gelegde is bewezen. </para>
        </parablock>
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Bewezenverklaring</emphasis>
        </para>
        <para>In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>hij, </para>
        <para>in de periode van 01 oktober 2018 tot en met 07 december 2018 te </para>
        <para>Rotterdam, ontucht heeft gepleegd met [naam slachtoffer] , geboren op [geboortedatum slachtoffer] 2001, </para>
        <para>die zich beschikbaar stelde tot het verrichten van een of meer seksuele </para>
        <para>handelingen met een derde tegen betaling en die de leeftijd van zestien jaren </para>
        <para>maar nog niet de leeftijd van achttien jaren had bereikt, welke ontuchtige handeling bestond uit het</para>
        <para>brengen en houden van zijn, verdachtes, penis in de vagina van die [naam slachtoffer] .</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Voor zover in de bewezenverklaarde tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5. </nr>Strafbaarheid feit</title>
    <para>Het bewezen feit levert op:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">ontucht plegen met iemand die zich beschikbaar stelt tot het verrichten van</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">seksuele handelingen met een derde tegen betaling en die de leeftijd van zestien</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">jaren maar nog niet de leeftijd van achttien jaren heeft bereikt.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het feit is dus strafbaar. </para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6. </nr>Strafbaarheid verdachte</title>
    <para>Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.</para>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>7. </nr>Motivering straffen</title>
    <paragroup>
      <nr>7.1.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Algemene overweging</emphasis>
        </para>
        <para>De straffen die aan de verdachte worden opgelegd, zijn gegrond op de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.2.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Feit waarop de straffen zijn gebaseerd</emphasis>
        </para>
        <para>De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het tegen betaling hebben van seks met een minderjarige. De verdachte heeft door zijn handelen bijgedragen aan het in stand houden van jeugdprostitutie en hij heeft met zijn handelen de lichamelijke integriteit van het slachtoffer geschonden.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.3.</nr>
      <para>
        <emphasis role="underline">Persoonlijke omstandigheden van de verdachte</emphasis>
      </para>
      <paragroup>
        <nr>7.3.1.</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Strafblad</emphasis>
          </para>
          <para>De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 27 mei 2020, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.</para>
        </parablock>
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>7.3.2.</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Rapportage </emphasis>
          </para>
          <para>Reclassering Nederland heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 27 november 2019. Dit rapport houdt onder meer het volgende in.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>De reclassering ziet geen risicofactoren. De verdachte heeft geen psychische klachten en heeft een pro sociale houding. Ten aanzien van zijn seksualiteitsbeleving ziet de reclassering geen bijzonderheden. Het recidiverisico wordt als laag ingeschat en bij een veroordeling wordt een (voorwaardelijke) straf zonder bijzondere voorwaarden geadviseerd. De reclassering vindt interventies of toezicht niet nodig. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>De rechtbank heeft acht geslagen op dit rapport.</para>
        </parablock>
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.4.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Conclusies van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie heeft bij het formuleren van de strafeis verwezen naar recente jurisprudentie van verschillende rechtbanken en gerechtshoven. De rechtbank heeft kennis genomen van deze jurisprudentie en stelt vast dat deze uitspraken zijn gedaan in de periode vóór 1 maart 2020. Op 1 maart 2020 heeft het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS) echter oriëntatiepunten opgesteld ten aanzien van de strafmaat voor ontucht met een minderjarige. Bij de bepaling van de strafmodaliteit en de duur van de op te leggen straf heeft de rechtbank acht geslagen op deze oriëntatiepunten, waarin twee categorieën worden onderscheiden. De eerste categorie betreft ontucht met een minderjarige tegen betaling. Als uitgangspunt daarvoor geldt de oplegging van een korte onvoorwaardelijke gevangenisstraf en een taakstraf voor de duur van 150 uren. De tweede categorie betreft ontucht met een minderjarige tegen betaling waarbij aannemelijk is dat er voor de verdachte aanwijzingen zijn dat sprake is van uitbuiting of minderjarigheid. Als uitgangspunt daarvoor geldt oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 4 maanden. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie heeft gesteld dat er voor de verdachte aanwijzingen waren dat sprake was van minderjarigheid en heeft daartoe aangevoerd dat het slachtoffer niet heeft geadverteerd maar dat zij reageerde op een advertentie van de verdachte. Deze enkele omstandigheid acht de rechtbank echter onvoldoende om te concluderen dat er een aanwijzing was voor  minderjarigheid. Dat neemt niet weg dat de verdachte zich van de precieze leeftijd van het slachtoffer had moeten vergewissen. Dat heeft hij nagelaten en daarvoor draagt hij verantwoordelijkheid. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Gelet op het vorenstaande sluit de rechtbank voor wat betreft de strafmodaliteit en  -maat aan bij de hiervoor bedoelde eerste categorie van de orientatiepunten van het LOVS. Aan de verdachte zal dan ook een korte onvoorwaardelijke gevangenisstraf en een taakstraf voor de duur van 150 uren worden opgelegd. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8. </nr>Toepasselijke wettelijke voorschriften</title>
    <para>Gelet is op de artikelen 22c, 22d en 248b van het Wetboek van Strafrecht.</para>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>9. </nr>Bijlagen</title>
    <para>De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.</para>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>10. </nr>Beslissing</title>
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart bewezen, dat de verdachte het ten laste gelegde feit, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert het hiervoor vermelde strafbare feit;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart de verdachte strafbaar;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt de verdachte tot een <emphasis role="bold">gevangenisstraf voor de duur van 1 (één) dag</emphasis>;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van <emphasis role="bold">150 (honderdvijftig) uren</emphasis>, waarbij Reclassering Nederland dient te bepalen uit welke werkzaamheden de taakstraf dient te bestaan;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>beveelt dat, voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van <emphasis role="bold">75 (vijfenzeventig) dagen</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door:</para>
      <para>mr. P. Putters, voorzitter,</para>
      <para>en mrs. R. Brand en W.J.M. Diekman, rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. A.M. in 't Veld, griffier,</para>
      <para>en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De oudste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bijlage I </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Tekst tenlastelegging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij, </para>
      <para>in of omstreeks de periode van 01 oktober 2018 tot en met 07 december 2018 te </para>
      <para>Rotterdam, ontucht heeft gepleegd met [naam slachtoffer] , geboren op [geboortedatum slachtoffer] 2001, </para>
      <para>die zich beschikbaar stelde tot het verrichten van een of meer seksuele </para>
      <para>handelingen met een derde tegen betaling en die de leeftijd van zestien jaren </para>
      <para>maar nog niet de leeftijd van achttien jaren had bereikt, </para>
      <para>welke ontuchtige handeling(en) bestond(en) uit het</para>
      <para>(meermalen) brengen en/of houden van zijn, verdachtes, penis in de vagina van </para>
      <para>die [naam slachtoffer] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>