<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2020:6060</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-07-13T09:54:49</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-07-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-02-28</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">8110808 CV EXPL 19-45059</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2020:6060">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2020:6060</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-07-13T09:54:25</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-07-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2020:6060 Rechtbank Rotterdam , 28-02-2020 / 8110808 CV EXPL 19-45059</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2020:6060:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Koopovereenkomst webwinkel</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2020:6060:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ROTTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: 8110808 CV EXPL 19-45059</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>uitspraak: 28 februari 2020</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam</emphasis>,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Incasso Partners B.V.</emphasis>, </para>
      <para>gevestigd te Leiden,</para>
      <para>eiseres,</para>
      <para>gemachtigde: Van Es Gerechtsdeurwaarders en Incasseerders, <?linebreak?></para>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats gedaagde] , </para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>die zelf procedeert.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen worden hierna aangeduid als ‘Incassopartners’ en ‘ [gedaagde] ’.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1. </nr>Het verloop van de procedure</title>
    <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
    <orderedlist numeration="arabic">
      <listitem>
        <para>de dagvaarding van 12 september 2019, met bijlagen;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de aantekeningen van het mondelinge antwoord van 30 oktober 2019, met bijlagen;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de conclusie van repliek, met bijlagen;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de aantekeningen van de mondelinge reactie van 28 januari 2020.</para>
      </listitem>
    </orderedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het vonnis is bepaald op heden. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2. </nr>De vordering</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Incassopartners vordert dat [gedaagde] bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, wordt veroordeeld tot betaling aan Incassopartners van een bedrag van € 57,78, te vermeerderen met de wettelijke rente over een bedrag van € 17,40 vanaf 30 augustus 2019 tot aan de dag van algehele voldoening, met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>Het door Incassopartners gevorderde bedrag bestaat uit € 17,40 aan hoofdsom, € 40,00 aan buitengerechtelijke incassokosten en € 0,38 aan vervallen rente.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>Incassopartners legt aan haar vordering ten grondslag dat [gedaagde] uit hoofde van de door hem met de webwinkel [website] gesloten koopovereenkomst een bedrag van € 17,40 verschuldigd was. [website] heeft haar vordering op [gedaagde] overgedragen aan Klarna Bank AB (hierna: Klarna). Klarna heeft de vordering vervolgens verkocht aan Incassopartners. Incasso Partners vordert nakoming van de koopovereenkomst.</para>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3. </nr>Het verweer</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>
        [gedaagde] voert – kort gezegd – als verweer dat hij de facturen al heeft voldaan.</para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4. </nr>De beoordeling</title>
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>Vaststaat dat [gedaagde] bestellingen heeft geplaatst bij de webwinkel [website] en dat hij daarvoor € 17,40 aan [website] moest betalen. Beoordeeld moet daarom worden of [gedaagde] dit bedrag al heeft betaald. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>
        [gedaagde] heeft een betalingsbewijs overgelegd waaruit blijkt dat hij op 25 oktober 2019 € 16,00 heeft betaald met als omschrijving “ [omschrijving] ”. Volgens Incassopartners heeft deze betaling echter betrekking op de bestelling van twee baseballshirts. Incassopartners verwijst daarbij naar haar e-mailbericht van 22 oktober 2019. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>
        [gedaagde] heeft niet weersproken dat hij twee (gewone) shirts en twee baseballshirts heeft besteld bij [website]. Het nummer dat [gedaagde] bij zijn betaling heeft vermeld komt overeen met de bestelling voor de twee baseballshirts. Het bedrag komt ook met die bestelling overeen. De betaling van € 16,00 ziet dus op de bestelling van de twee baseballshirts en heeft geen betrekking op de twee (gewone) shirts, waarvan in deze procedure betaling wordt gevorderd. [gedaagde] moet daarom nog € 17,40 betalen voor de twee (gewone) shirts. [gedaagde] heeft nog aangevoerd dat hij de jas en de sportbroek niet gekregen heeft, maar daar vordert Incassopartner ook geen betaling van.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4</nr>
      <para>Incassopartners maakt aanspraak op een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. Zij heeft een brief overgelegd waarin zij [gedaagde] heeft aangemaand om binnen twee weken na ontvangst van de brief te betalen. [gedaagde] heeft niet betwist dat hij deze brief heeft ontvangen. Er is daarom voldaan aan artikel 6:96 lid 6 BW. Dit deel van de vordering zal daarom ook worden toegewezen.  </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5</nr>
      <para>Incasso Partners vordert de wettelijke (handels)rente. Omdat geen sprake is van een handelsovereenkomst, zal de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW worden toegewezen. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6</nr>
      <para>
        [gedaagde] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. </para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5. </nr>De beslissing</title>
    <para>De kantonrechter:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt [gedaagde] aan Incassopartners te betalen een bedrag van € 57,78, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over een bedrag van € 17,40 vanaf 30 augustus 2019 tot aan de dag van algehele voldoening;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van Incassopartners vastgesteld op € 121,00 aan griffierecht, € 85,18 aan dagvaardingskosten en € 72,00 aan salaris voor de gemachtigde;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. H.M. van de Ven en uitgesproken ter openbare terechtzitting.</para>
      <para>43416</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>