<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2020:5738</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-07-17T12:17:26</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-07-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-07-01</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/10/524656 / HA ZA 17-355</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2020:5738">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2020:5738</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-07-17T12:17:09</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-07-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2020:5738 Rechtbank Rotterdam , 01-07-2020 / C/10/524656 / HA ZA 17-355</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2020:5738:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Herstelvonnis t.a.v. eindvonnis van 1 april 2020.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2020:5738:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="8a7ead08-f4f6-4fc6-98fa-6de9b45f16f5" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="c2c742eb-69c1-43f2-b896-d3e8ebd8c9b8" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>vonnis</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ROTTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team handel en haven</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer / rolnummer: C/10/524656 / HA ZA 17-355</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Herstelvonnis van 1 juli 2020</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1. </nr>
      [naam eiser] ,</title>
    <parablock>
      <para>	wonende te [woonplaats eiser] , België,</para>
      <para>eiser in conventie,</para>
      <para>verweerder in reconventie,</para>
      <para>2.	de vennootschap naar het recht van de plaats van haar vestiging</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">	HELVETIA ASSURANCES S.A.</emphasis>,</para>
      <para>	gevestigd te Courbevoie Cedex, Frankrijk,</para>
      <para>eiseres in conventie,</para>
      <para>advocaat mr. J.F. van der Stelt te Rotterdam,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">ZANDKREEK B.V.</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Goes,</para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>eiseres in reconventie,</para>
      <para>advocaat mr. T. Roos te Capelle aan den IJssel.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen zullen hierna [eisers] en Zandkreek worden genoemd. [naam eiser] en Helvetia Assurances S.A. zullen afzonderlijk [naam eiser] en Helvetia worden genoemd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>1. </nr>Het verzoek tot verbetering </title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Bij faxbrief van 2 april 2020 heeft de advocaat van [eisers] aan de rechtbank verzocht om verbetering van het op 1 april 2020 in deze zaak gewezen eindvonnis, in dier voege:</para>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>1.1.1.</nr>
        <para>dat bij de optelling in rov. 2.40 worden toegevoegd de bedragen van € 41.733,00 ter zake van post <emphasis role="italic">3a - staalwerk reparatie sb voorschip</emphasis> en € 3.100,00 ter zake van post <emphasis role="italic">3e - conservering</emphasis>, die volgens rov. 2.12 voor vergoeding in aanmerking komen, zodat de optelling sluit op € 265.191,00;</para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>1.1.2.</nr>
        <para>dat dit herstel wordt verwerkt in rov. 2.44 bij de aan [naam eiser] , respectievelijk Helvetia toekomende bedragen;</para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>1.1.3.</nr>
        <para>dat het <emphasis role="italic">dictum </emphasis>overeenkomstig de aangepaste rov. 2.44 wordt hersteld.</para>
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>De rechtbank heeft Zandkreek in de gelegenheid gesteld zich over dit verzoek uit te laten. De advocaat van Zandkreek heeft bij e-mails van 23 april 2020 en 25 juni 2020 aan de rechtbank medegedeeld dat Zandkreek zich refereert aan het oordeel van de rechtbank.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2. </nr>De beoordeling</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>De rechtbank is van oordeel dat [eisers] terecht heeft gewezen op de door haar genoemde onvolkomenheden in het eindvonnis van 1 april 2020. Die onjuistheden vormen kennelijke rekenfouten die zich voor eenvoudig herstel lenen, als bedoeld in artikel 31 Rv.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Daartoe in de gelegenheid gesteld, heeft Zandkreek medegedeeld zich te refereren aan het oordeel van de rechtbank. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Daarom zal de rechtbank de gesignaleerde fouten herstellen zoals door [eisers] verzocht.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3. </nr>De beslissing</title>
    <para>De rechtbank</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>herstelt rov. 2.40 van het op 1 april 2020 gewezen eindvonnis in dier voege dat deze komt te luiden als volgt, waarbij de herstellingen dik zijn gedrukt:</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.40.</nr>
      <parablock>
        <para>Dit brengt de rechtbank tot de slotsom dat aan de zijde van de ‘Ben Gus’ als toerekenbare schade valt aan te merken:</para>
        <para>Post 1		€     2.293,-</para>
        <para>Post 2		€     1.568,-</para>
        <para>€     2.862,-</para>
        <para>Post 3		<emphasis role="bold">€   41.733,-</emphasis></para>
        <para>
          <emphasis role="bold">€     3.100,-</emphasis>
        </para>
        <para>€     4.974,-</para>
        <para>Post 4		€   44.595,-</para>
        <para>Post 5		€     2.154,-</para>
        <para>Post 6		€   47.250,-</para>
        <para>Post 7		€   65.000,-</para>
        <para>Post 8		€     5.417,-</para>
        <para>Post 9		€     6.512,-</para>
        <para>Post 10	€     1.438,-</para>
        <para>Post A	€   27.138,-</para>
        <para>Post B	€     2.000,-</para>
        <para>Post C	€     1.041,-</para>
        <para>Post D	€     3.856,-</para>
        <para>		€        748,-</para>
        <para>
          <emphasis role="underline">€     1.512,- +</emphasis>
        </para>
        <para>€ <emphasis role="bold">265.191,00</emphasis></para>
        <para>bedrijfsschade			€   74.739,70</para>
        <para>expertisekosten			€   16.341,60</para>
        <para>buitengerechtelijke kosten		<emphasis role="underline">€     3.596,80 + </emphasis></para>
        <para>derhalve in totaal			€ <emphasis role="bold">359.869,10</emphasis>.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>herstelt rov. 2.44 van het op 1 april 2020 gewezen eindvonnis in dier voege dat deze komt te luiden als volgt, waarbij de herstellingen dik zijn gedrukt:</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.44</nr>
      <parablock>
        <para>Het vorenstaande leidt tot de volgende slotsom.</para>
        <para>Ter zake van materiële schade (cascoschade en interventiekosten) acht de rechtbank aan de aanvaring toerekenbaar € <emphasis role="bold">265.191,00</emphasis>. Daarvan komt één tiende deel toe aan [naam eiser] , derhalve € <emphasis role="bold">26.519,10</emphasis>, en negen tienden aan Helvetia, derhalve € <emphasis role="bold">238.671,90</emphasis>.</para>
        <para>Ter zake van bedrijfsschade acht de rechtbank aan de aanvaring toerekenbaar €74.739,70. Daarvan komt € 47.739,70 toe aan [naam eiser] en € 30.000,- aan Helvetia.</para>
        <para>De vergoeding van expertisekosten van € 16.341,60 komt toe aan Helvetia.</para>
        <para>De vergoeding van buitengerechtelijke kosten komt toe aan [naam eiser] .</para>
        <para>Deze schadeposten worden vermeerderd met de wettelijke rente bedoeld in artikel 6:119 BW, zoals gevorderd. </para>
        <para>Van die schadeposten is telkens 60% toewijsbaar ten laste van Zandkreek. Dat leidt tot de volgende toewijsbare bedragen:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>aan [naam eiser] :</para>
        <para>60% van € <emphasis role="bold">26.519,10</emphasis>, derhalve	€ <emphasis role="bold">15.911,46</emphasis></para>
        <para>60% van € 44.739,70, derhalve	<emphasis role="underline">€ 26.843,82</emphasis></para>
        <para>	deze bedragen tezamen		€ <emphasis role="bold">42.755,28</emphasis></para>
        <para>te vermeerderen met de wettelijke rente bedoeld in artikel 6:119 BW te berekenen vanaf de datum van de aanvaring, 4 maart 2015; </para>
        <para>60% van € 3.596,80, derhalve	€   2.158,08,</para>
        <para>te vermeerderen met de wettelijke rente bedoeld in artikel 6:119 BW te berekenen vanaf de datum van de dagvaarding, 3 maart 2017;</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>en aan Helvetia:</para>
        <para>60 % van € <emphasis role="bold">238.671,90</emphasis>, derhalve	€ <emphasis role="bold">143.203,14</emphasis></para>
        <para>60% van € 30.000,-, derhalve	<emphasis role="underline">€    18.000,00</emphasis></para>
        <para>deze bedragen tezamen		€ <emphasis role="bold">161.203,14</emphasis></para>
        <para>te vermeerderen met de wettelijke rente bedoeld in artikel 6:119 BW te berekenen vanaf de datum van de aanvaring, 4 maart 2015;</para>
        <para>60 % van € 16.341,60, derhalve	€ 9.804,96,</para>
        <para>te vermeerderen met de wettelijke rente bedoeld in artikel 6:119 BW te berekenen vanaf de desbetreffende factuurdata.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>herstelt het dictum van het op 1 april 2020 gewezen eindvonnis in dier voege dat dit komt te luiden als volgt, waarbij de herstellingen dik zijn gedrukt:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>3.	De beslissing</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>
        <emphasis role="underline">in conventie</emphasis>:</para>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>3.1.1.</nr>
        <parablock>
          <para>veroordeelt Zandkreek om aan [naam eiser] te betalen:</para>
          <para>een bedrag van € <emphasis role="bold">42.755,28</emphasis>, te vermeerderen met de wettelijke rente bedoeld in artikel 6:119 BW te berekenen vanaf 4 maart 2015 tot aan de dag van algehele voldoening;</para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>3.1.2.</nr>
        <parablock>
          <para>veroordeelt Zandkreek om aan Helvetia te betalen:</para>
          <para>een bedrag van € <emphasis role="bold">161.203,14</emphasis>, te vermeerderen met de wettelijke rente bedoeld in artikel 6:119 BW te berekenen vanaf 4 maart 2015 tot aan de dag van algehele voldoening;</para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>3.1.3.</nr>
        <parablock>
          <para>veroordeelt Zandkreek om aan Helvetia te betalen:</para>
          <para>een bedrag van € 9.804,96, te vermeerderen met de wettelijke rente bedoeld in artikel 6:119 BW te berekenen vanaf de desbetreffende factuurdata tot aan de dag van algehele voldoening;</para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>3.1.4.</nr>
        <parablock>
          <para>veroordeelt Zandkreek om aan [naam eiser] te betalen:</para>
          <para>een bedrag van € 2.158,08, te vermeerderen met de wettelijke rente bedoeld in artikel 6:119 BW te berekenen vanaf 3 maart 2017 tot aan de dag van algehele voldoening;</para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>3.1.5.</nr>
        <para>verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;</para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>3.1.6.</nr>
        <para>wijst af het meer of ander gevorderde;</para>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>
        <emphasis role="underline">in reconventie</emphasis>:</para>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>3.2.1.</nr>
        <parablock>
          <para>veroordeelt [naam verweerder] om aan Zandkreek te betalen:</para>
          <para>een bedrag van € 11.445,80 , te vermeerderen met de wettelijke rente bedoeld in artikel 6:119 BW te berekenen vanaf 4 maart 2015 tot aan de dag van algehele voldoening; en</para>
          <para>een bedrag van € 4.645,96 te vermeerderen met de wettelijke rente bedoeld in artikel 6:119 BW te berekenen vanaf 1 april 2015 tot aan de dag van algehele voldoening; en</para>
          <para>een bedrag van € 2.400,00 , te vermeerderen met de wettelijke rente bedoeld in artikel 6:119 BW te berekenen vanaf 14 juli 2017 tot aan de dag van algehele voldoening;</para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>3.2.2.</nr>
        <para>verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;</para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>3.2.3.</nr>
        <para>wijst af het meer of ander gevorderde;</para>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>
        <emphasis role="underline">in conventie en in reconventie</emphasis>:</para>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>3.3.1.</nr>
        <para>compenseert de proceskosten zodat ieder van partijen haar eigen kosten draagt.</para>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>bepaalt dat deze verbeteringen onder de vermelding van de datum 1 juli 2020 worden vermeld op de minuut van het vonnis van 1 april 2020,</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>gelast ieder van partijen, voor zover zij dit niet reeds heeft gedaan, de ontvangen grosse dan wel het ontvangen afschrift van het vonnis van 1 april 2020 na ontvangst van dit herstelvonnis aan de griffie van de rechtbank te retourneren.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. W.P. Sprenger en ondertekend en op 1 juli 2020 in het openbaar uitgesproken door de rolrechter mr. C. Bouwman.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>1928</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>