<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2020:5678</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-06-30T09:31:51</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-06-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-06-05</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10/264471-18 vorderingen TUL VV: 10/042828-18 + 10/007009-17</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2020:5678">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2020:5678</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-06-30T09:30:51</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-06-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2020:5678 Rechtbank Rotterdam , 05-06-2020 / 10/264471-18 vorderingen TUL VV: 10/042828-18 + 10/007009-17</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2020:5678:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vrijspraak bedreiging</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2020:5678:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">Rechtbank Rotterdam</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team straf 1</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 10/264471-18</para>
      <para>Parketnummers vorderingen TUL VV: 10/042828-18 + 10/007009-17</para>
      <para>Datum uitspraak: 5 juni 2020</para>
      <para>Tegenspraak (art. 279 Sv)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [naam verdachte],</emphasis>
      </para>
      <para>geboren te [geboorteplaats verdachte] (Marokko) op [geboortedatum verdachte], </para>
      <para>ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres [adres  verdachte], [woonplaats verdachte], </para>
      <para>gemachtigd raadsman mr. P.M. Iwema, advocaat te Rotterdam.</para>
    </parablock>
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1. </nr>Onderzoek op de terechtzitting</title>
    <para>Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 5 juni 2020.</para>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2. </nr>Tenlastelegging</title>
    <para>Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.</para>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3. </nr>Eis officier van justitie</title>
    <para>De officier van justitie mr. C. de Kimpe heeft gevorderd:</para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>bewezenverklaring van het ten laste gelegde;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 dagen met aftrek van voorarrest, waarvan 14 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar en als bijzondere voorwaarden dat de verdachte zich voor zijn problematiek klinisch zal laten opnemen voor de duur van maximaal één jaar, dat hij zich aansluitend daaraan onder ambulante behandeling zal laten stellen en zal verblijven in een instelling voor begeleid wonen en dat hij in het kader van controle op alcoholgebruik mee zal werken aan urinecontroles; </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>dadelijke uitvoerbaarheid van genoemde bijzondere voorwaarden;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde strafdelen in de zaken met parketnummer 10/042828-18 en parketnummer 10/007009-17.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4. </nr>Vrijspraak</title>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Standpunt officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para>De  ten laste gelegde bedreiging kan wettig en overtuigend bewezen worden verklaard. De aangifte van de broer van de verdachte vindt immers steun in de verklaringen die de moeder van de verdachte ter plaatse – via haar buurvrouw vertaald – en later bij de politie heeft afgelegd.</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Beoordeling</emphasis>
      </para>
      <para>In zijn aangifte heeft de broer van de verdachte verklaard dat de verdachte hem in de woning van en in aanwezigheid van hun moeder heeft bedreigd met de woorden: ‘Ik maak je af, ik maak jou dood’. Tegelijkertijd  spreekt uit die aangifte, bezien in verband met overige verklaringen en stukken van familieleden, een roep om hulp: de familie kan niet langer het hoofd bieden aan de problemen die de verdachte - mede als gevolg van zijn alcoholverslaving - veroorzaakt. Dat achterliggende motief maakt dat - nog meer dan normaal - behoedzaam met de verklaring van de aangever om moet worden gegaan. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit de verklaringen van de moeder van de verdachte blijkt dat er zich in huis inderdaad – zoals kennelijk vaker gebeurt – een vervelende situatie met een venijnige woordenwisseling heeft voorgedaan, maar daaruit volgt niet dat de verdachte de ten laste gelegde dreigende woorden tegen zijn broer heeft geuit. De tenlastegelegde bedreiging met de dood vindt daarom feitelijk onvoldoende steun in andere bewijsmiddelen dan de aangifte, terwijl dat steunbewijs juist nodig was in het licht van het mogelijk achterliggende motief van de aangifte. Bij deze stand van zaken is de rechtbank er onvoldoende van overtuigd dat de bedreiging, op de wijze zoals ten laste is gelegd, heeft plaatsgevonden.  </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Conclusie</emphasis>
      </para>
      <para>Het ten laste gelegde is niet wettig en overtuigend bewezen. De verdachte wordt daarvan vrijgesproken.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5. </nr>Vorderingen tenuitvoerlegging</title>
    <para>De officier van justitie heeft de tenuitvoerlegging gevorderd van de respectievelijk bij vonnis van 5 april 2017 en van 13 maart 2018 van de politierechter in deze rechtbank opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraffen van één maand en tien dagen.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Omdat de verdachte wordt vrijgesproken van het ten laste gelegde en dus geen sprake is van een overtreding van de aan de vonnissen verbonden algemene voorwaarde, dat hij voor het einde van de proeftijd geen nieuwe strafbare feiten zou plegen, zullen beide vorderingen worden afgewezen. </para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6. </nr>Bijlage</title>
    <para>De in dit vonnis genoemde bijlage maakt deel uit van dit vonnis.</para>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>7. </nr>Beslissing</title>
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart niet bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst af de gevorderde tenuitvoerlegging van de bij vonnis van 5 april 2017 van de politierechter in deze rechtbank aan de veroordeelde opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst af de gevorderde tenuitvoerlegging van de bij vonnis van 13 maart 2018 van de politierechter in deze rechtbank aan de veroordeelde opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door:</para>
      <para>mr. J.H. Janssen, voorzitter,</para>
      <para>en mrs. A. Bonder en M.M. Dolman, rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. F.M.H. van Mullekom, griffier,</para>
      <para>en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 5 juni 2020.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De oudste en jongste rechter en de griffier zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bijlage </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Tekst tenlastelegging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op of omstreeks 24 december 2018 te Rotterdam [naam slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door die [naam slachtoffer] dreigend de woorden toe te voegen ik maak je af, ik maak jouw dood’, althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>