<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2020:5652</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-06-29T13:07:55</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-06-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-06-26</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">FT RK 20-330</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_insolventierecht">Civiel recht; Insolventierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001860&amp;artikel=8&amp;g=2019-01-01">Faillissementswet 8</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2020:5652">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2020:5652</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-06-29T13:05:10</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-06-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2020:5652 Rechtbank Rotterdam , 26-06-2020 / FT RK 20-330</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2020:5652:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verzet – niet-ontvankelijk – schriftelijk verweerschrift ingediend</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2020:5652:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">Rechtbank Rotterdam</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team insolventie</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">verzet niet-ontvankelijk</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>insolventienummer [nummer]</para>
      <para>uitspraakdatum: 26 juni 2020</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vonnis op het verzetschrift van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [opposant]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [adres, postcode en woonplaats]</para>
      <para>opposant,</para>
      <para>advocaat: mr. W. Suttorp,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>strekkende tot vernietiging van het vonnis van deze rechtbank van 9 juni 2020, waarbij opposant in staat van faillissement is verklaard met benoeming van mr. W.J. Roos-van Toor tot rechter-commissaris en met aanstelling van mr. E.J. Luten tot curator.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het verzetschrift is op 22 juni 2020 ter griffie ontvangen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitspraak is bepaald op heden.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De schuldenaar die in staat van faillissement is verklaard heeft, als hij op de aanvraag tot faillietverklaring is gehoord, gedurende acht dagen na de dag van de uitspraak recht van hoger beroep (artikel 8, eerste lid van de Faillissementswet, hierna: Fw). Als de schuldenaar niet op de aanvraag tot faillietverklaring is gehoord, heeft hij gedurende veertien dagen na de dag van de uitspraak recht van verzet (artikel 8, tweede lid, Fw). </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vast staat dat mr. Suttorp namens opposant voorafgaand aan de telefonische zitting een verweerschrift heeft ingediend tegen de aanvraag tot faillietverklaring. Ook als de schuldenaar zijn standpunt alleen schriftelijk naar voren heeft gebracht, is hij gehoord in de hiervoor bedoelde zin. De in het verweerschrift naar voren gebrachte verweren zijn door de rechtbank ook beoordeeld in het vonnis van 9 juni 2020. Hieruit volgt dat opposant niet het recht van verzet toekomt, maar alleen dat van hoger beroep. Daaraan doet niet af dat (de advocaat van) opposant, hoewel op de bij de wet voorgeschreven wijze opgeroepen, niet telefonisch is gehoord, ondanks pogingen daartoe door de rechtbank tijdens de zitting.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Opposant kan het recht van verzet niet ontlenen aan de voetnoot onder het vonnis van faillietverklaring. Daarin staat vermeld dat degene aan wie de Faillissementswet dat recht toekent verzet kan instellen gedurende veertien dagen na de dag van deze uitspraak. Een dergelijke mededeling kan de wettelijke regeling van rechtsmiddelen niet opzij zetten. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Opposant dient derhalve niet-ontvankelijk te worden verklaard in zijn verzet.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>- verklaart opposant niet-ontvankelijk in zijn verzet.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. F. Damsteegt-Molier, rechter, en in aanwezigheid van mr. M. Mouthaan, griffier, in het openbaar uitgesproken op 26 juni 2020.<footnote-ref linkend="_3b81b309-5aec-402b-9c9f-be4a5deddb5b" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">De griffier is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_3b81b309-5aec-402b-9c9f-be4a5deddb5b" label="1">
    <para>Tegen deze uitspraak kan degene aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak, hoger beroep instellen. Het hoger beroep kan uitsluitend door een advocaat worden ingesteld bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof dat van deze zaak kennis moet nemen.</para>
    <para />
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>