<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2020:5564</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-06-26T09:00:05</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-06-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-04-09</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">7967941 CV EXPL 19-5305 (tussenvonnis)</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Dordrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2020:5564">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2020:5564</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-06-25T08:28:05</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-06-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2020:5564 Rechtbank Rotterdam , 09-04-2020 / 7967941 CV EXPL 19-5305 (tussenvonnis)</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2020:5564:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vordering uit geldlening. Betalingen vader aan zoon ter ondersteuning kosten levensonderhoud. Lening of schenking? Vormen betalingsafspraak vader en zoon en betalingen zoon erkenning verplichting terug te betalen of zijn deze gedaan uit morele verplichting (natuurlijke verbintenis)? Bewijsopdracht geldlening slaagt niet. (Tussenvonnis). Zie ook ECLI:NL:RBROT:2020:5563 (Vonnis) en ECLI:NL:RBROT:2020:5565 (Eindvonnis)</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2020:5564:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ROTTERDAM</bridgehead>
    <para>zaaknummer: 7967941 CV EXPL 19-5305</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>uitspraak: 9 april 2020 (bij vervroeging)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Dordrecht,</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiser] ,</emphasis>
      </para>
      <para>wonende te [woonplaats eiser] ,</para>
      <para>eiser,</para>
      <para>gemachtigde: mr. drs. D.H. Pols,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde] ,</emphasis>
      </para>
      <para>wonende te [woonplaats gedaagde] ,</para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>gemachtigde: mr. E.J. van Pelt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen worden hierna aangeduid als respectievelijk ‘vader’ en ‘ [zoon] ’.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1. </nr>Het verloop van de procedure</title>
    <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
    <orderedlist numeration="arabic">
      <listitem>
        <para>het tussenvonnis van 6 februari 2020;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de akte uitlating met producties van vader van 5 maart 2020;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de antwoordakte van [zoon] van 2 april 2020;</para>
      </listitem>
    </orderedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitspraak van het vonnis is bij vervroeging bepaald op heden. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2. </nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">De bewijsopdracht van vader</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Aan vader was opgedragen te bewijzen:</para>
      <paragroup>
        <nr>2.1.1.</nr>
        <para>feiten en omstandigheden op grond waarvan blijkt dat vader met [zoon] is overeengekomen dat de door vader aan [zoon] betaalde bedragen door [zoon] zouden moeten worden terugbetaald en/of </para>
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>2.1.2.</nr>
        <para>dat [zoon] de noemers “aflossing schuld” en “aflossing lening” heeft aangebracht op de in het tussenvonnis van 6 februari 2020 onder 2.7 genoemde betalingen vanaf zijn bankrekening.</para>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Is vader geslaagd in de bewijsopdracht? </emphasis>
          </para>
        </parablock>
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>De stellingen die vader inneemt in zijn akte kunnen niet tot bewijs dienen en worden overigens ook gemotiveerd betwist door [zoon] . </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Voor de hiervoor genoemde stelling onder 2.1.2 heeft vader geen bewijzen overgelegd.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Voor de hiervoor genoemde stelling onder 2.1.1 heeft vader stukken in het geding gebracht die deels reeds in de procedure in het geding waren gebracht en zijn gewogen. Deze stukken leveren onvoldoende bewijs op van de stelling. Het niet-ondertekende concept van de geldleningsovereenkomst levert evenmin bewijs op van het bestaan van wilsovereenstemming tussen vader en [zoon] .</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>Vader heeft ook twee schriftelijke verklaringen in het geding gebracht. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>De broer van [zoon] heeft in zijn verklaring geschreven dat [zoon] vaak tegen hem (de broer) heeft verteld dat hij het geld moest terugbetalen. Deze verklaring ondersteunt de stelling van vader. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <para>Ook de (nieuwe) echtgenote van vader verklaart schriftelijk. De echtgenote heeft geschreven dat zij heeft gehoord dat [zoon] <emphasis role="italic">zou</emphasis> terugbetalen. Dit deel van de verklaring ondersteunt de te bewijzen stellingen onvoldoende, want het gaat immers over de vraag of [zoon] <emphasis role="italic">moest</emphasis> terugbetalen. Daarentegen is in de verklaring ook te lezen dat er een afspraak was tot aflossing en dat kan op een plicht tot terugbetaling duiden. Dit laatste ondersteunt in dat geval de stelling van vader.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.8.</nr>
      <para>De beide schriftelijke verklaringen worden door [zoon] inhoudelijk en gemotiveerd betwist. Nu beide verklaringen niet onder ede bij de rechter zijn afgelegd kan aan deze verklaringen vooralsnog onvoldoende bewijs worden ontleend.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.9.</nr>
      <para>Nu vader heeft aangeboden zijn echtgenote en (andere) zoon als getuige te doen horen zal de kantonrechter daartoe overgaan.      </para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3. </nr>De beslissing</title>
    <para>De kantonrechter<emphasis role="bold">:</emphasis></para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>gelast een getuigenverhoor aan de zijde van vader;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Verwijst de zaak verwijst naar de rol van <emphasis role="bold">23 april 2020</emphasis> voor het opgeven van de naam en woonplaats van de te horen getuigen, met opgave van de verhinderdata tot en met 31 oktober 2020 (zulks mede gelet op de huidige sluiting van de rechtbank vanwege de coronacrisis) van hemzelf, zijn gemachtigde en de getuigen en zo mogelijk van de tegenpartij, waarna een dag voor het getuigenverhoor zal worden vastgesteld;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>bepaalt dat, als een getuigenverhoor wordt gehouden, beide partijen in persoon daarbij aanwezig moeten zijn om eventueel aansluitend op het verhoor de zaak te bespreken en om te bekijken of een schikking mogelijk is;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>houdt iedere verdere beslissing aan.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. M. Aukema en uitgesproken en ondertekend door mr. G.A.F.M. Wouters ter openbare terechtzitting.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>42248 / 24134</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>