<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2020:497</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-01-23T15:17:11</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-01-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-01-21</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10/057857-19</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2020:497">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2020:497</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-01-23T15:16:16</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-01-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2020:497 Rechtbank Rotterdam , 21-01-2020 / 10/057857-19</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2020:497:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Veroordeling plegen van voorbereidingshandelingen ten aanzien van bewerken van heroïne (voorhanden hebben versnijdingsmiddelen, hydraulische persen en persmallen) en voorhanden hebben kleine hoeveelheid heroïne. Taakstraf 80 uren en 1 maand gevangenisstraf voorwaardelijk.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2020:497:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">Rechtbank Rotterdam</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team straf 3</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 10/057857-19</para>
      <para>Datum uitspraak: 21 januari 2020</para>
      <para>Tegenspraak</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [naam verdachte] ,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren te [geboorteplaats verdachte] (Suriname) op [geboortedatum verdachte] , </para>
      <para>ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres </para>
      <para>
        [adres verdachte] te [woonplaats verdachte] , </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>raadsman mr. A.J.M. Vélu, advocaat te Rotterdam.</para>
    </parablock>
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Onderzoek op de terechtzitting</title>
    <para>Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 7 januari 2020.</para>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Tenlastelegging</title>
    <parablock>
      <para>Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding, zoals deze op de terechtzitting overeenkomstig de vordering van de officier van justitie is gewijzigd. </para>
      <para>De tekst van de gewijzigde tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht. </para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Eis officier van justitie</title>
    <para>De officier van justitie mr. P. Wijnands heeft gevorderd:</para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>bewezenverklaring van het tenlastegelegde;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>veroordeling van de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 40 (veertig) uren met aftrek van voorarrest en een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 1 (één) maand, met een proeftijd van 2 (twee) jaren.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Waardering van het bewijs</title>
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Bewijswaardering</emphasis>
        </para>
        <para>De verdachte heeft ter zitting toegegeven dat hij wist dat er - door een persoon die hij kende uit de drugswereld - versnijdingsmiddelen en een drugspers in zijn woning werden gestald. Hij heeft verder ter zitting weliswaar verklaard dat hij de persmallen als oud ijzer wilde verkopen, maar dat staat niet aan bewezenverklaring in de weg, nu de verdachte bij de rechter-commissaris heeft verklaard dat alle bij hem aangetroffen spullen door dezelfde persoon zijn gebracht. De ten laste gelegde feiten zijn dus door de verdachte bekend en zullen op basis hiervan en op grond van de overige inhoud van het dossier bewezen worden verklaard. </para>
        <para>Het verweer van de verdediging dat het onder 1 ten laste gelegde niet wettig en overtuigend  bewezen kan worden, omdat de verdachte niet de eigenaar was van de aangetroffen middelen en goederen, wordt verworpen. Vast kan worden gesteld dat de verdachte wist van de in zijn woning aangetroffen goederen en middelen. Hij heeft er dan ook beschikkingsmacht over gehad. Daarmee heeft hij deze voorhanden gehad en heeft hij zich schuldig gemaakt aan het onder 1 ten laste gelegde. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Bewezenverklaring</emphasis>
        </para>
        <para>In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Feit 1:</emphasis>
        </para>
        <para>hij</para>
        <para>op 9 maart 2019 te Rotterdam</para>
        <para>tezamen en in vereniging met een ander om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk telen, bereiden, bewerken,</para>
        <para>verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en/of binnen het</para>
        <para>grondgebied van Nederland brengen van heroïne, in elk geval een</para>
        <para>hoeveelheid van een materiaal bevattende heroïne, zijnde heroïne een</para>
        <para>middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, voor te bereiden en/of te bevorderen,</para>
        <para>stoffen, te weten circa 9690 gram ,</para>
        <para>paracetamol en caffeïne, 5 hydraulische persen en 9 persmallen, voorhanden heeft gehad, waarvan verdachte wist dat die bestemd waren tot het plegen van die feiten;</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Feit 2:</emphasis>
        </para>
        <para>hij</para>
        <para>op 9 maart 2019 te Rotterdam</para>
        <para>opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 3,4 gram, in elk geval een</para>
        <para>hoeveelheid van een materiaal bevattende heroïne, zijnde heroïne</para>
        <para>een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel</para>
        <para>aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Voor zover in de bewezenverklaarde tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Strafbaarheid feiten</title>
    <para>De bewezen feiten leveren op:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Feit 1: <emphasis role="bold">medeplegen van om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden of te bevorderen, voorwerpen en stoffen voorhanden hebben, waarvan hij weet dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit. </emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Feit 2: <emphasis role="bold">opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet</emphasis></para>
      <para>
        <emphasis role="bold">gegeven verbod.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. De feiten zijn dus strafbaar.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>Strafbaarheid verdachte</title>
    <para>Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.</para>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>7</nr>Motivering straffen </title>
    <paragroup>
      <nr>7.1.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Algemene overweging</emphasis>
        </para>
        <para>De straffen die aan de verdachte worden opgelegd, zijn gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.2.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Feiten waarop de straffen zijn gebaseerd</emphasis>
        </para>
        <para>De verdachte heeft in zijn woning versnijdingsmiddelen, te weten paracetamol en caffeïne, en hydraulische persen en persmallen voorhanden gehad. De verdachte heeft zich daarmee schuldig gemaakt aan het plegen van voorbereidingshandelingen ten aanzien van het bewerken van harddrugs. Bovendien heeft de verdachte een kleine hoeveelheid heroïne voorhanden gehad. Het is een feit van algemene bekendheid dat harddrugs grote gevaren opleveren voor de gezondheid van gebruikers. Daar komt bij dat de handel in en het gebruik van verdovende middelen gepaard gaan met verschillende vormen van (ernstige) criminaliteit, waardoor de samenleving ernstige schade wordt berokkend. De rechtbank rekent het de verdachte aan dat hij met zijn handelen een bijdrage heeft geleverd aan de instandhouding van deze drugscriminaliteit.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.3.</nr>
      <para>
        <emphasis role="underline">Persoonlijke omstandigheden van de verdachte</emphasis>
      </para>
      <paragroup>
        <nr>7.3.1.</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Strafblad</emphasis>
          </para>
          <para>De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van <?linebreak?>3 december 2019, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.</para>
        </parablock>
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.4.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Conclusies van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Gezien de ernst van de feiten kan in beginsel niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een gevangenisstraf. De rechtbank zal echter, overeenkomstig de eis van de officier van justitie, afzien van het opleggen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf, gelet op de relatief beperkte rol van de verdachte in het geheel van de omstandigheden. In plaats daarvan wordt een taakstraf opgelegd en een voorwaardelijke gevangenisstraf, teneinde de verachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank is evenwel anderzijds van oordeel dat de duur van de door de officier van justitie geëiste taakstraf in onvoldoende mate recht doet aan de ernst van het bewezenverklaarde, zodat een taakstraf van een langere duur dan door de officier van justitie geëist zal worden opgelegd.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>Toepasselijke wettelijke voorschriften</title>
    <para>Gelet is op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 47 en 57 van het Wetboek van Strafrecht en artikelen 2, 10, 10a van de Opiumwet.</para>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>9</nr>Bijlagen</title>
    <para>De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.</para>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>10</nr>Beslissing</title>
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart bewezen, dat de verdachte de ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart de verdachte strafbaar;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van <emphasis role="bold">80 (tachtig) uren</emphasis>, waarbij de Reclassering Nederland dient te bepalen uit welke werkzaamheden de taakstraf dient te bestaan;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde taakstraf in mindering wordt gebracht volgens de maatstaf van twee uren per dag, zodat na deze aftrek <emphasis role="bold">72 (tweeënzeventig) uren</emphasis> te verrichten taakstraf resteert;</para>
      <para>beveelt dat, voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 36 (zesendertig) dagen;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt de verdachte tot een <emphasis role="bold">gevangenisstraf voor de duur van 1 (één) maand</emphasis>, <?linebreak?></para>
      <para>bepaalt dat deze gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op 2 jaar;  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tenuitvoerlegging kan worden gelast als de veroordeelde de algemene voorwaarde niet naleeft;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>stelt als algemene voorwaarde:</para>
    </parablock>
    <para>- de veroordeelde zal zich vóór het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maken.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>mr. R. Brand, voorzitter,</para>
      <para>en mrs. W.J.M. Diekman en S.N. Abdoelkadir, rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. A.M. in ’t Veld, griffier,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Bijlage I </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Tekst gewijzigde tenlastelegging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1 </para>
    <parablock>
      <para>hij </para>
      <para>op of omstreeks 9 maart 2019 </para>
      <para>te Rotterdam </para>
      <para>tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, </para>
      <para>om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de </para>
      <para>Opiumwet, te weten het opzettelijk telen, bereiden, bewerken, verwerken, </para>
      <para>verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en/of binnen het </para>
      <para>grondgebied van Nederland brengen van heroïne, in elk geval een </para>
      <para>hoeveelheid van een materiaal bevattende heroïne, zijnde heroïne een </para>
      <para>middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, voor te bereiden </para>
      <para>en/of te bevorderen, </para>
      <para>een stof, te weten circa 9690 gram, althans een hoeveelheid, </para>
      <para>paracetamol en/of caffeïne, en/of 5, althans een of meer hydraulische pers(en) en/of 9, </para>
      <para>althans een of meer persmallen, voorhanden heeft gehad, waarvan </para>
      <para>verdachte en/of zijn mededader(s) wist(en) of ernstige redenen had te </para>
      <para>vermoeden, dat die bestemd was/waren tot het plegen van dat/die </para>
      <para>feit(en); </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2 </para>
    <parablock>
      <para>hij </para>
      <para>op of omstreeks 9 maart 2019 </para>
      <para>te Rotterdam </para>
      <para>tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, </para>
      <para>opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 3,4 gram, in elk geval een </para>
      <para>hoeveelheid van een materiaal bevattende heroïne, zijnde heroïne </para>
      <para>een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel </para>
      <para>aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>