<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2020:4711</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-05-29T15:22:49</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-05-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-05-29</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">8359742 \ CV EXPL  20-859</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Dordrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2020:4711">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2020:4711</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-05-29T14:34:19</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-05-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2020:4711 Rechtbank Rotterdam , 29-05-2020 / 8359742 \ CV EXPL  20-859</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2020:4711:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Kredietovereenkomst. .Het niet kunnen betalen van de vordering is geen reden om de vordering af te wijzen, want betalingsproblemen ontslaan gedaagde niet van de uit de kredietovereenkomst voortvloeiende betalingsverplichting.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2020:4711:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ROTTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: 8359742 \ CV EXPL  20-859</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>uitspraak: 28 mei 2020</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Dordrecht</emphasis>,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">mr. Rutger Jan graaf Schimmelpenninck</emphasis>, en <emphasis role="bold">mr. Bernardus Franciscus Maria Knüppe</emphasis>, in hun hoedanigheid van curatoren van de naamloze vennootschap <emphasis role="bold">DSB Bank N.V. in faillissement</emphasis>, h.o.d.n. Finqus,</para>
      <para>kantoorhoudende te Amsterdam,</para>
      <para>eisers,</para>
      <para>gemachtigde: Incassobureau Fiditon, h.o.d.n. Vesting Finance,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats gedaagde] ,</para>
      <para>gedaagde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen zullen hierna respectievelijk “de curatoren” en “ [gedaagde] ” genoemd worden. </para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1. </nr>Het verloop van de procedure</title>
    <para>Het verloop van de procedure volgt uit de volgende processtukken, waarvan de kantonrechter kennis heeft genomen:</para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>het exploot van dagvaarding van 12 februari 2020, met producties;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de aantekening van de griffier van het mondelinge antwoord van 5 maart 2020 van [naam persoon] namens [gedaagde] , met bijgevoegd een brief van [gedaagde] ;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de conclusie van repliek;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de conclusie van dupliek.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter heeft de uitspraak van dit vonnis bepaald op heden.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2. </nr>De vaststaande feiten</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Op 17 december 2001 hebben [naam persoon] en [gedaagde] een overeenkomst van hypothecair doorlopend krediet (hierna: de kredietovereenkomst) gesloten met DSB Financieringen B.V. Het kredietlimiet bedroeg fl. 59.000,- (Nederlandse gulden) en er was een kredietvergoeding verschuldigd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>DSB Financieringen B.V. is door middel van een juridische fusie per 30 september 2009 gefuseerd en opgegaan in DSB Bank N.V. (hierna: DSB). </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>
        [naam persoon] heeft zijn aandeel in de kredietovereenkomst afgekocht. DSB heeft op enig moment de kredietovereenkomst met [gedaagde] opgezegd, omdat de kredietfaciliteit geruime tijd een niet-toegestane limietoverschrijding vertoonde en deze niet werd aangezuiverd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>DSB is in staat van faillissement verklaard met benoeming van mr. Schimmelpenninck en mr. Knüppe tot curator.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3. </nr>De vordering</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>De curatoren hebben bij dagvaarding gevorderd bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde] te veroordelen aan hen te betalen € 12.500,-, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag en met veroordeling van [gedaagde] in de kosten van deze procedure. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>De curatoren hebben aan hun vordering het volgende ten grondslag gelegd. DSB heeft de kredietovereenkomst die zij met [gedaagde] had gesloten opgezegd. De curatoren hebben uit hoofde van het krediet opeisbaar van [gedaagde] te vorderen € 35.718,82 aan hoofdsom en € 3.428,30 aan vertragingsrente tot en met de datum van de dagvaarding. Om hun moverende redenen hebben de curatoren hun vordering beperkt tot € 12.500,-. Zij behouden zich het recht voor om in een later stadium tot dagvaarden van [gedaagde] voor de restant hoofdsom, alsmede de wettelijke rente en (buitengerechtelijke) kosten over te gaan. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4. </nr>Het verweer</title>
    <para>
      [gedaagde] heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering moet worden afgewezen, omdat zij geen geld heeft om de vordering te betalen. </para>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>5. </nr>De beoordeling</title>
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>
        [gedaagde] heeft de vordering erkend en heeft niet betwist dat zij nog een schuld van € 35.718,82 aan DSB heeft. Dit betekent dat de vordering van de curatoren in beginsel kan worden toegewezen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>
        [gedaagde] heeft aangevoerd dat zij de vordering niet kan betalen. De curatoren hebben in dit kader toegelicht dat [gedaagde] al jaren zegt dat zij niet kan betalen en bij haar niets te halen valt, maar dat [gedaagde] in gebreke blijft om te bewijzen dat zij niet kan betalen en geen enkel betalingsvoorstel heeft gedaan. De curatoren willen [gedaagde] daarom niet langer uitstel meer geven om te betalen en zagen zich genoodzaakt om de vordering uit handen te geven aan hun incassogemachtigde en uiteindelijk deze procedure te starten. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>De kantonrechter is van oordeel dat het niet kunnen betalen van de vordering geen reden is om de vordering af te wijzen, want betalingsproblemen ontslaan [gedaagde] niet van de uit de kredietovereenkomst voortvloeiende betalingsverplichtingen. [gedaagde] heeft zelf erkend dat zij verantwoordelijk is voor de schuld bij DSB en niet haar echtgenoot [naam persoon] . Het ligt dan ook op haar weg om haar schuld te betalen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <para>De vordering van de curatoren wordt daarom toegewezen. [gedaagde] wordt veroordeeld om het gevorderde bedrag van € 12.500,- te betalen aan de curatoren. Het is aan [gedaagde] om met de curatoren in overleg te treden over de betaling van de vordering. De kantonrechter wijst [gedaagde] erop dat de curatoren hun vordering in deze procedure beperkt hebben tot € 12.500,-, maar dat dit niet betekent dat [gedaagde] het meerdere van haar schuld niet meer aan de curatoren verschuldigd is. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.5.</nr>
      <para>De gevorderde wettelijke rente wordt als onbetwist en op grond van de wet toegewezen vanaf de dag van de dagvaarding. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.6.</nr>
      <para>
        [gedaagde] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6. </nr>De beslissing</title>
    <para>De kantonrechter:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt [gedaagde] om aan de curatoren tegen kwijting te betalen € 12.500,-, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van de dagvaarding tot aan de dag van algehele voldoening;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van de curatoren vastgesteld op € 341,09 aan verschotten en € 720,- aan salaris voor de gemachtigde;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. C. van Steenderen-Koornneef en uitgesproken ter openbare terechtzitting.</para>
      <para>31688</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>