<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2020:4449</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-05-19T13:25:03</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-05-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-04-16</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/10/590687 / JE RK 20-317</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2020:4449">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2020:4449</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-05-19T13:24:43</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-05-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2020:4449 Rechtbank Rotterdam , 16-04-2020 / C/10/590687 / JE RK 20-317</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2020:4449:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing gewezen t.t.v. corona-maatregelen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2020:4449:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>beschikking</para>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ROTTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team Jeugd</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaakgegevens: C/10/594909 / JE RK 20-1017</para>
      <para>datum uitspraak: 16 april 2020</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">beschikking ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de Raad voor de Kinderbescherming Rotterdam-Dordrecht, </bridgehead>
    <para>hierna te noemen de Raad, gevestigd te Rotterdam,</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>betreffende</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [naam minderjarige] , </bridgehead>
    <para>geboren op [geboortedatum minderjarige] 2003 te [geboorteplaats minderjarige] , hierna te noemen [voornaam minderjarige] .</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [naam moeder] ,</bridgehead>
    <para> hierna te noemen de moeder, wonende te [woonplaats moeder] ,</para>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [naam vader] , </bridgehead>
    <para>hierna te noemen de vader, wonende te [woonplaats vader] .</para>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Het procesverloop</title>
    <para>Het procesverloop blijkt uit de volgende stukken:</para>
    <para>- de beschikking van de kinderrechter in deze rechtbank van 21 februari 2020 en de daaraan ten grondslag liggende stukken;</para>
    <para>- het verzoekschrift met bijlagen van de Raad van 14 april 2020, ingekomen bij de griffie op 14 april 2020.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De mondelinge behandeling stond ter zitting gepland op 16 april 2020. </para>
      <para>Vanwege het beleid van de Raad voor de rechtspraak om verspreiding van het coronavirus tegen te gaan, zoals dat op 16 maart 2020 op <emphasis role="underline">www.rechtspraak.nl</emphasis> is gepubliceerd, heeft er geen fysieke zitting plaatsgevonden. Gelet hierop heeft de kinderrechter op 16 april 2020 de volgende personen telefonisch gehoord:</para>
    </parablock>
    <para>- de vader,</para>
    <para>- de moeder, bijgestaan door mw. P.M. van Nimwegen, tolk Spaans,</para>
    <para>- de zus van [voornaam minderjarige] , mw. [naam zus] , als informant,</para>
    <para>- een vertegenwoordiger van de Raad, dhr. [naam vertegenwoordiger] ,</para>
    <para>- een vertegenwoordigster van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond, hierna te noemen de GI, mw. [naam vertegenwoordigster] .</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [voornaam minderjarige] is in de gelegenheid gesteld om telefonisch te worden gehoord. De kinderrechter heeft meermaals geprobeerd om telefonisch met hem in contact te komen. </para>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">De feiten</emphasis>
        <?linebreak?>Het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige] wordt uitgeoefend door de ouders.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [voornaam minderjarige] verblijft bij zijn zus, mw. [naam zus] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij beschikking van 31 januari 2020 is [voornaam minderjarige] voorlopig onder toezicht gesteld tot 30 april 2020. De kinderrechter heeft bij die beschikking ook een machtiging uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] bij de zus verleend, die bij beschikking van 21 februari 2020 is verlengd tot 30 april 2020.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>Het verzoek</title>
    <para>De Raad heeft de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] verzocht tot aan zijn meerderjarigheid. Tevens wordt een machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] bij zijn zus, te weten mw. [naam zus] , gevraagd tot aan zijn meerderjarigheid.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Raad heeft het verzoek gehandhaafd en als volgt toegelicht. Er is sprake van zowel kindeigen problematiek als zorgen in zijn opvoedsituatie. De relatie tussen [voornaam minderjarige] en zijn ouders (met name met de vader) is ernstig verstoord. [voornaam minderjarige] wil niet terug naar zijn ouders en wil bij zijn zus blijven wonen. Gelet op de spanningen in de thuissituatie is ook de Raad van mening dat [voornaam minderjarige] niet terug naar de ouders kan. De komende periode zal de GI hulp in moeten zetten om de relatie tussen [voornaam minderjarige] en de ouders te verbeteren en zal duidelijk moeten worden waar [voornaam minderjarige] zal gaan wonen. Daarnaast is het van belang dat er zicht wordt gehouden op de schoolgang van [voornaam minderjarige] en dat hij niet meer in aanraking komt met de politie. </para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>De standpunten</title>
    <para>De GI staat achter het verzoek van de Raad. De GI is op zoek naar een geschikte woonplek voor [voornaam minderjarige] . Er wordt gedacht aan kamertraining. Ter overbrugging zal [voornaam minderjarige] bij zijn zus verblijven. [voornaam minderjarige] is met zijn coach op zoek naar een opleiding waar hij gemotiveerd voor is. Daarnaast is het van belang dat er aandacht wordt besteed aan contactherstel tussen [voornaam minderjarige] en zijn ouders.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De ouders hebben geen verweer gevoerd tegen het verzoek van de Raad. De ouders willen dat [voornaam minderjarige] een goede plek krijgt, waar hij rust krijgt en volwassen wordt. De ouders staan achter de tijdelijke plaatsing bij zijn zus. </para>
    </parablock>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>De beoordeling</title>
    <para>Uit de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting blijkt dat [voornaam minderjarige] ernstig in zijn ontwikkeling wordt bedreigd. [voornaam minderjarige] vertoont zelfbepalend gedrag en onttrekt zich aan het ouderlijk gezag. De ouders ervaren weinig grip op [voornaam minderjarige] . De relatie tussen [voornaam minderjarige] en zijn ouders is dusdanig verstoord dat hij niet langer bij de ouders kan wonen. Daarnaast is er sprake van fors schoolverzuim en is [voornaam minderjarige] in aanraking gekomen met de politie. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op dit moment is er weinig zicht op de achterliggende problematiek van [voornaam minderjarige] . De kinderrechter acht, evenals de Raad, nader onderzoek wenselijk zodat er passende hulpverlening kan worden ingezet en er een bij hem aansluitende woonvorm kan worden gevonden. [voornaam minderjarige] verblijft momenteel bij zijn zus, waar er sprake lijkt van een prille positieve ontwikkeling. [voornaam minderjarige] is gemotiveerd voor school en lijkt te profiteren van de hulpverlening tijdens de voorlopige ondertoezichtstelling. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kinderrechter het van belang dat de GI betrokken blijft om de huidige positieve lijn te bestendigen en waar nodig verdere hulpverlening in te zetten. Gelet op de verstoorde relatie tussen [voornaam minderjarige] en zijn ouders is de kinderrechter van oordeel dat het verblijf van [voornaam minderjarige] bij zijn zus gecontinueerd moet worden in afwachting van een geschikte woonvorm waar [voornaam minderjarige] kan werken aan zijn zelfstandigheid. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit het voorgaande volgt dat is voldaan aan het wettelijke criterium genoemd in artikel 1:255 van het Burgerlijk Wetboek (BW). Ook is de kinderrechter van oordeel dat de uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] noodzakelijk is in het belang van de verzorging en de opvoeding, zoals genoemd in artikel 1:265b van het BW. De kinderrechter zal daarom [voornaam minderjarige] onder toezicht stellen en een machtiging tot uithuisplaatsing bij de zus verlenen tot aan zijn meerderjarigheid. </para>
    </parablock>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>De beslissing</title>
    <para>De kinderrechter:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>stelt [voornaam minderjarige] onder toezicht van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond, gevestigd te Rotterdam, met ingang van 16 april 2020 tot 22 januari 2021;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verleent machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] bij de zus, mw. [naam zus] , met ingang van 16 april 2020 tot 22 januari 2021;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="3">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <colspec colname="colC" />
        <tbody>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 16 april 2020 door mr. M.P. van der Stroom, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. W.A. Graven als griffier. </para>
              <para />
              <para>De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 12 mei 2020.</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
              <para />
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:</para>
              <para>-	door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,</para>
              <para>-	door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.</para>
              <para>Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof<?linebreak?>Den Haag. </para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>