<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2020:4286</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-05-13T11:07:21</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-05-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-05-01</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">7908318 CV EXPL 19-30144</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2020:4286">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2020:4286</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-05-13T11:06:48</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-05-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2020:4286 Rechtbank Rotterdam , 01-05-2020 / 7908318 CV EXPL 19-30144</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2020:4286:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vordering is ingetrokken tijdens de mondelinge behandeling, proceskostenveroordeling op verzoek van gedaagde.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2020:4286:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ROTTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: 7908318 CV EXPL 19-30144</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>uitspraak: 1 mei 2020</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam</emphasis>,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiseres] ,</emphasis>
      </para>
      <para>wonende te [woonplaats eiseres] ,</para>
      <para>eiseres,</para>
      <para>gemachtigde: mr. S. Aksu-Ari, advocaat te Rotterdam,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde] ,</emphasis>
      </para>
      <para>wonende te [woonplaats gedaagde] ,</para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>gemachtigde: mr. R. Vane, advocaat te Waddinxveen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen worden hierna aangeduid als ‘ [eiseres] ’ en ‘ [gedaagde] ’. </para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1. </nr>Het verloop van de procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>Het verloop van de procedure volgt uit de volgende processtukken, waarvan de kantonrechter kennis heeft genomen:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>het exploot van dagvaarding van 9 juli 2020, met producties;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de conclusie van antwoord, met producties;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de conclusie van repliek, met producties;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de conclusie van dupliek; </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het tussenvonnis van 28 februari 2020 waarbij een mondelinge behandeling tussen partijen is gelast;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de brief van 13 maart 2020 aan de zijde van [eiseres] , met producties.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>Tijdens de mondelinge behandeling op 20 april 2020 heeft [eiseres] aangegeven dat zij de procedure wenst in te trekken. Dit is op 20 april 2020 ook door [eiseres] per e-mail bevestigd. [gedaagde] heeft tijdens de mondelinge behandeling en bij e-mail van 20 april 2020 aangegeven dat hij niet akkoord is met doorhaling van de procedure en verzocht om [eiseres] te veroordelen in de proceskosten. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3</nr>
      <para>De kantonrechter heeft de uitspraak van dit vonnis vervolgens bepaald op heden. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2. </nr>De vordering</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Aanvankelijk heeft [eiseres] gevorderd bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, voor recht te verklaren dat [gedaagde] aansprakelijk is voor de door [eiseres] geleden en nog te lijden materiële en immateriële schade ten gevolge van het geweldsincident dat [eiseres] op 31 augustus 2015 is overkomen, [gedaagde] te veroordelen de schade die nader opgemaakt moet worden bij staat, te vergoeden binnen twee weken na deze uitspraak, [gedaagde] te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 10.000,00 bij wijze van voorschot op de totale schadevergoeding, [gedaagde] te veroordelen tot betaling van de wettelijke rente over het totale schadebedrag vanaf 31 augustus 2015 en [gedaagde] te veroordelen in de kosten van de procedure. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3. </nr>Het verweer</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>
        [gedaagde] heeft de vordering gemotiveerd betwist en concludeert tot niet-ontvankelijkheid, dan wel afwijzing van de vordering van [eiseres] . Tevens met veroordeling van [eiseres] in de proceskosten, vermeerderd met de wettelijke rente. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4. </nr>De beoordeling</title>
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>Op grond van artikel 246 lid 1 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering kan doorhaling van de procedure alleen plaatsvinden op verzoek van beide partijen. Doorhaling op eenzijdig verzoek is niet mogelijk. Het afzien van [eiseres] om verder te procederen wordt zo begrepen dat zij haar vordering tegen [gedaagde] niet langer handhaaft. De vordering zal daarom worden afgewezen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>
        [eiseres] heeft gelet op het voorgaande te gelden als de in het ongelijk gestelde partij en wordt daarom veroordeeld in de proceskosten van [gedaagde] , die tot aan deze uitspraak worden vastgesteld op € 480,00 aan salaris voor de gemachtigde van [gedaagde] (bestaande uit 1 punt à € 480,00). De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt ook toegewezen. Aan de door [gedaagde] genomen conclusie van dupliek en de gehouden mondelinge behandeling worden geen salarispunten toegekend, omdat [eiseres] al in haar conclusie van repliek heeft aangegeven haar vordering te willen intrekken. De daarna door [gedaagde] gemaakte kosten zijn dan ook nodeloos gemaakt, zodat deze op grond van artikel 237 lid 1 Rv voor zijn rekening blijven.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5. </nr>De beslissing</title>
    <para>De kantonrechter:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst de vordering af;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt [eiseres] in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van [gedaagde] vastgesteld op € 480,00 aan salaris voor de gemachtigde, te vermeerderen met de wettelijke rente in de zin van artikel 6:119 Burgerlijk Wetboek ingaande 14 dagen na de datum van dit vonnis tot aan de dag van de algehele voldoening;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart dit vonnis voor zover het de kostenveroordeling betreft uitvoerbaar bij voorraad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. C.H. Kemp-Randewijk en uitgesproken ter openbare terechtzitting.</para>
      <para>44485</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>