<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2020:4095</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-05-11T14:41:19</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-05-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-05-01</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">8261817 CV EXPL 20-1434</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2020:4095">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2020:4095</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-05-11T14:40:59</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-05-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2020:4095 Rechtbank Rotterdam , 01-05-2020 / 8261817 CV EXPL 20-1434</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2020:4095:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>eiseres niet ontvankelijk. Zij was voor uitbrengen dagvaarding op de hoogte van bewind en had de bewindvoerder moeten dagvaarden. Dat bewindvoerder conclusies heeft genomen maakt niet dat zij in rechte is verschenen nu de conclusies puur zien op n-o</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2020:4095:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">RECHTBANK ROTTERDAM</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>zaaknummer: 8261817 CV EXPL 20-1434</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>uitspraak: 1 mei 2020</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam,</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>in de zaak van</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid <emphasis role="bold">Ziggo Services B.V.,</emphasis></para>
    <para>voorheen genaamd UPC Nederland B.V.,</para>
    <para>gevestigd te Utrecht,</para>
    <para>eiseres,</para>
    <para>gemachtigde: LAVG gerechtsdeurwaarders,</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>tegen</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">
        [gedaagde]
      </emphasis>,</para>
    <para>wonende te [woonplaats gedaagde]</para>
    <para>gedaagde,</para>
    <para>gemachtigde: Stichting Veritas Vertegenwoordiging.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Partijen worden hierna aangeduid als “Ziggo” en “ [gedaagde] ”. </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">Verloop van de procedure</emphasis>
    </para>
    <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
  </parablock>
  <orderedlist numeration="arabic">
    <listitem>
      <para>het exploot van dagvaarding van 18 december 2019, met producties;</para>
    </listitem>
    <listitem>
      <para>de conclusie van antwoord, met producties;</para>
    </listitem>
    <listitem>
      <para>de conclusie van repliek, met producties;</para>
    </listitem>
    <listitem>
      <para>de conclusie van dupliek.</para>
    </listitem>
  </orderedlist>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">1. Omschrijving van het geschil </emphasis>
    </para>
    <para>1.1 Ziggo heeft gevorderd om bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde] te veroordelen aan haar te betalen € 387,62, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 333,45 vanaf </para>
    <para>5 december 2019 tot aan de dag der algehele voldoening, met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>1.2 Ziggo legt het navolgende aan de vordering ten grondslag. Ziggo heeft met [gedaagde] een abonnement voor kabeltelevisie en internet afgesloten. De facturen over de periode van augustus 2017 tot en met februari 2018 zijn onbetaald gebleven. Wegens wanbetaling heeft Ziggo deze overeenkomst per 1 maart 2018 beëindigd. Naast een bedrag van € 333,45 aan hoofdsom vordert zij een bedrag van € 14,17 aan vervallen wettelijke rente en een bedrag van € 40,- aan buitengerechtelijke incassokosten. </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>1.3 Namens [gedaagde] wordt het volgende aangevoerd. Ziggo is niet-ontvankelijk in haar vordering, zij heeft de verkeerde partij gedagvaard. [gedaagde] staat onder bewind en daarvan was (de gemachtigde van) Ziggo al voor het uitbrengen van de dagvaarding op de hoogte. </para>
  </parablock>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2. </nr>Beoordeling van het geschil</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <parablock>
        <para>Het bewind is uitgesproken bij beschikking van deze rechtbank van 1 november 2018. Ziggo erkent dat zij per brief van 8 november 2019 aan de bewindvoerder van [gedaagde] opgave heeft gedaan van het openstaande saldo van haar vordering. Zij wist dus van het bewind af. Dat het bewind niet is gepubliceerd in het curatele- en bewind register doet niets af aan de geldigheid daarvan. Tijdens het bewind komen het beheer en de beschikking over de onder bewind staande goederen niet toe aan [gedaagde] maar aan de bewindvoerder. Verder vertegenwoordigt de bewindvoerder de rechthebbende tijdens het bewind bij de vervulling van zijn taak in en buiten rechte (artikel 1:441 lid 1 BW). Hiermee strookt dat de bewindvoerder in een eventueel geding over een onder bewind gesteld goed optreedt als formele procespartij ten behoeve van de rechthebbende. </para>
        <para>Ziggo had dan ook de bewindvoerder moeten dagvaarden. Dit heeft zij niet gedaan en zij zal daartoe ook niet meer in de gelegenheid worden gesteld. Immers, alléén als de wederpartij van de onder bewind gestelde niet met het bewind bekend was of bekend behoorde te zijn met het bewind, kan het bewind niet aan deze wederpartij worden tegengeworpen en dient gelegenheid geboden te worden de bewindvoerder alsnog in rechte te betrekken. Daar is hier geen sprake van nu, zoals gezegd, Ziggo voor het uitbrengen van de dagvaarding op de hoogte was van het bewind. Ziggo is dan ook niet-ontvankelijk in haar vordering tegen [gedaagde] . Dat de bewindvoerder in deze procedure als gemachtigde van [gedaagde] is opgetreden, maakt – anders dan door Ziggo gesteld – niet dat deze de procedure heeft overgenomen van [gedaagde] . De conclusies bevatten immers geen inhoudelijke standpunten maar slechts het formele standpunt dat Ziggo niet-ontvankelijk is.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>Ziggo wordt als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de proceskosten van [gedaagde] , tot op heden begroot op € 72,- aan salaris gemachtigde (1 punt). </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3. </nr>De beslissing</title>
    <para>De kantonrechter:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart Ziggo niet-ontvankelijk in haar vordering;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt Ziggo in de proceskosten aan de zijde van [gedaagde] , begroot op een bedrag van € 72,- aan salaris gemachtigde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. S.H. Poiesz en uitgesproken ter openbare terechtzitting.</para>
      <para>745</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>