<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2020:4036</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-05-11T08:17:40</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-05-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-04-28</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/10/595492 / FA RK 20-2904</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2020:4036">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2020:4036</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-05-11T08:17:16</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-05-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2020:4036 Rechtbank Rotterdam , 28-04-2020 / C/10/595492 / FA RK 20-2904</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2020:4036:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>verlenging inbewaringstelling</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2020:4036:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ROTTERDAM</bridgehead>
    <para>
      <?linebreak?>Team Familie</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaak-/rekestnummer: C/10/595492 / FA RK 20-2904 </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 28 april 2020 betreffende een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling als bedoeld in artikel 37 van de Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten (hierna: Wzd)</emphasis>
        <?linebreak?>
      </para>
      <para>op verzoek van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">het Centrum Indicatiestelling Zorg, </emphasis>hierna: CIZ,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>met betrekking tot:<?linebreak?></para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [naam cliënt]
        </emphasis>,</para>
      <para>geboren op [geboortedatum cliënt] te [geboorteplaats cliënt] , </para>
      <para>hierna: cliënt,</para>
      <para>wonende aan de [adres cliënt] , [postcode cliënt] [woonplaats cliënt] ,</para>
      <para>thans verblijvende in Verpleeghuis Het Parkhuis, afdeling Dubbelstein, te Dordrecht,</para>
      <para>advocaat mr. C.E. Willemsen te Gorinchem.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1. </nr>Procesverloop</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <parablock>
        <para>Het verloop van de procedure blijkt uit het verzoekschrift van het CIZ, ingekomen ter griffie op 23 april 2020.</para>
        <para>Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:</para>
      </parablock>
      <parablock>
        <para> de beschikking van de burgemeester van 23 april 2020;</para>
        <para> de verklaring van dr. M.J.W. Vreeling, psychiater, van 23 april 2020;</para>
        <para> het indicatiebesluit op grond van artikel 3.2.3 van de Wet langdurige zorg d.d. 3 maart 2020;</para>
        <para> de aanvraag van 23 april 2020.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <parablock>
        <para>De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 28 april 2020.</para>
        <para>Bij die gelegenheid zijn op grond van artikel 2 Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid de navolgende personen telefonisch gehoord omdat het houden van een fysieke zitting vanwege het coronavirus niet mogelijk was: </para>
      </parablock>
      <parablock>
        <para> cliënt in het bijzijn van dhr. [naam hoofdbehandelaar] , hoofdbehandelaar, en mw. [naam geriatrie verpleegkundige] , geriatrie verpleegkundige, beiden verbonden aan Verpleeghuis Het Parkhuis;</para>
        <para> de hiervoor genoemde advocaat van cliënt;</para>
        <para> dhr. [naam echtgenoot cliënt] , echtgenoot van cliënt. </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2. </nr>Beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Op grond van artikel 37 Wzd in samenhang gelezen met de artikelen 38 en 39 Wzd kan de rechter op verzoek van het CIZ met betrekking tot een cliënt een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling verlenen, indien de burgermeester ten aanzien van deze cliënt op grond van artikel 29 lid 1 en 2 Wzd een last tot inbewaringstelling heeft afgegeven.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Op 23 april 2020 heeft de burgemeester van de gemeente Dordrecht ten behoeve van cliënt een last tot inbewaringstelling genomen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <parablock>
        <para>Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling is gebleken dat er </para>
        <para>sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel waardoor een rechterlijke machtiging niet kan worden afgewacht. Het ernstig vermoeden bestaat dat het gedrag van cliënt als gevolg van haar psychogeriatrische aandoening, te weten de ziekte van Alzheimer, dit ernstig nadeel veroorzaakt. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling is gebleken dat er ten aanzien van cliënt sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, onder meer gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op ernstig lichamelijk letsel en de situatie dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is. Cliënt is sinds 2018 bekend met bovengenoemde psychogeriatrische aandoening. Naast deze psychogeriatrische aandoening, zijn bij cliënt een COVID-19 besmetting en een blaasontsteking vastgesteld. Het ontbreekt haar aan enig ziektebesef en –inzicht. Cliënt houdt erg van wandelen en is continu geneigd tot (ver)dwalen. Zij houdt zich niet aan de noodzakelijke isolatiemaatregelen en nu zij besmet is met het COVID-19 virus brengt zij daarmee ook anderen in gevaar. Cliënt is niet meer in staat zichzelf goed te verzorgen en haar blaasontsteking zou kunnen leiden tot een delier bij gebrek aan zorg, nu cliënt geen vrijwillige zorg toelaat. De geriatrie verpleegkundige verklaart tijdens de mondelinge behandeling dat cliënt sterk achteruit gaat. De hoofdbehandelaar voegt daaraan toe dat een progressieve achteruitgang met veel ontremming en motorische onrust wordt waargenomen. Hij verklaart dat cliënt momenteel nog op de COVID-afdeling van het verpleeghuis dient te blijven, maar dat cliënt ontregeld is en niet goed begrijpt wat er gaande is. Getracht wordt dan ook cliënt zodra het kan naar een psychogeriatrische afdeling over te plaatsen, waar haar de voor haar noodzakelijke rust en structuur geboden zal worden. De echtgenoot verklaart dat de ondersteunde thuiszorg niet meer kan komen en de dagbehandeling van cliënt niet meer doorgaat door het COVID-19 virus. De belasting in de thuissituatie was voor hem dan ook erg zwaar.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <parablock>
        <para>Om het onmiddellijk dreigend ernstig nadeel te voorkomen dan wel af te wenden is</para>
        <para>voortzetting van de inbewaringstelling noodzakelijk. Dit middel is ook geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen dan wel af te wenden en er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>Cliënt verzet zich tegen een voortzetting van haar verblijf in de accommodatie. Er is geprobeerd cliënt vrijwillig op te laten nemen in het verpleeghuis, maar zij wilde steeds weglopen en verzette zich tegen opname. Het gebrek aan ziektebesef en –inzicht leidt ertoe dat cliënt dagelijks probeert weg te lopen van de afdeling waar zij verblijft. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <para>Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat is voldaan aan de criteria voor een voortzetting van de inbewaringstelling. De machtiging zal worden verleend voor de duur van zes weken.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3. </nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>verleent een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling ten aanzien van [naam cliënt] voornoemd;</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 9 juni 2020.</para>
      <para />
      <para />
      <informaltable>
        <tgroup cols="3">
          <colspec colname="colA" />
          <colspec colname="colB" />
          <colspec colname="colC" />
          <tbody>
            <row>
              <entry namest="colA" nameend="colC">
                <para>Deze beschikking is op 28 april 2020 mondeling gegeven door mr. B.E. Dijkers, rechter, in tegenwoordigheid van K.J. Gielen, griffier en op 30 april 2020 schriftelijk uitgewerkt en getekend.</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry namest="colA" nameend="colC">
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </informaltable>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>