<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2020:3857</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T11:12:21</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-04-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-04-24</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">7952814 / CV EXPL 19-33263</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>Prg. 2020/136</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2020:3857">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2020:3857</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-05-01T08:39:58</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-05-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2020:3857 Rechtbank Rotterdam , 24-04-2020 / 7952814 / CV EXPL 19-33263</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2020:3857:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Absolute bevoegdheidsgrens kantonrechter, artikel 93 sub a Rv, eisvermindering</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2020:3857:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ROTTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: 7952814 / CV EXPL 19-33263</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>uitspraak: 24 april 2020</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam</emphasis>,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de naamloze vennootschap</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Achmea Schadeverzekeringen N.V.</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Apeldoorn,</para>
      <para>eiseres, </para>
      <para>gemachtigde: mr. B.A. Scheffelaar Klots te Tilburg,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats gedaagde] ,</para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>gemachtigde: mr. E.B. Jobse te Rotterdam.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen worden hierna aangeduid als ‘Achmea’ en ‘ [gedaagde] ’.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1. </nr>Het verdere verloop van de procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>Het verdere verloop van de procedure volgt uit de volgende processtukken, waarvan de kantonrechter kennis heeft genomen:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>het tussenvonnis van 31 januari 2020;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de akte van uitlating en eisvermindering van 26 februari 2020 aan de zijde van Achmea;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de antwoordakte van 25 maart 2020 aan de zijde van [gedaagde] .</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>De kantonrechter heeft de uitspraak van dit vonnis bepaald op heden.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2. </nr>De verdere beoordeling</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Bij het tussenvonnis van 31 januari 2020 heeft de kantonrechter ambtshalve geconstateerd dat de vordering van Achmea de in artikel 93 sub a Rv opgenomen bevoegdheidsgrens van de kantonrechter van € 25.000,00, daarin begrepen de tot aan de dag van de dagvaarding verschenen rente, overstijgt. Achmea is daarop in de gelegenheid gesteld om zich bij akte over de bevoegdheid van de kantonrechter uit te laten. Vervolgens is [gedaagde] in de gelegenheid gesteld om op de door Achmea genomen akte te reageren.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>De kantonrechter constateert dat Achmea haar vordering bij akte van uitlating en eisvermindering van 26 februari 2020 heeft verminderd door de vordering tot betaling van de wettelijke rente geheel te laten vervallen. In het licht van hetgeen in het tussenvonnis is overwogen, begrijpt de kantonrechter deze vermindering in die zin dat Achmea daarmee de vordering ter zake de verschenen wettelijke rente wenst te laten vervallen. [gedaagde] heeft tegen de vermindering op zich geen bezwaar gemaakt, maar nog wel aangevoerd dat het, gelet op de onzorgvuldige procesvoering op dit punt, redelijker van Achmea zou zijn geweest de vordering enorm te matigen.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>Door de vermindering van eis bestaat de vordering van Achmea enkel nog uit een bedrag van € 25.000,00 aan hoofdsom, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van de dagvaarding en met veroordeling van Achmea in de proceskosten en de nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente. De kantonrechter is dan ook bevoegd om van het onderhavige geschil kennis te nemen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4</nr>
      <para>Achmea heeft in haar akte van uitlating en eisvermindering van 26 februari 2020 gesteld dat zij de conclusie van antwoord niet heeft ontvangen, zodat zij niet in de gelegenheid is geweest om een conclusie van repliek te nemen. De kantonrechter verwijst de zaak daarom naar de rolzitting van de kantonrechter van <emphasis role="bold">woensdag 20 mei 202</emphasis> <emphasis role="bold">om 14:30 uur</emphasis>, op welke rolzitting Achmea in de gelegenheid is om een conclusie van repliek te nemen.<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5</nr>
      <para>De schriftelijke reactie moet in tweevoud worden ingestuurd en uiterlijk de dag vóór genoemde rolzitting om 12:00 uur ter griffie zijn ontvangen. Achmea kan het processtuk ook zelf of door tussenkomst van een gemachtigde indienen op genoemde rolzitting.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6</nr>
      <para>De kantonrechter houdt iedere verdere beslissing aan.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3. </nr>De beslissing</title>
    <para>De kantonrechter:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart zich bevoegd om van het onderhavige geschil kennis te nemen;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verwijst de zaak naar de rolzitting van <emphasis role="bold">woensdag 20 mei 2020 om 14:30 uur</emphasis>, op welke rolzitting Achmea in de gelegenheid is om een conclusie van repliek te nemen;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>houdt iedere verdere beslissing aan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. K.J. Bezuijen en uitgesproken ter openbare terechtzitting.</para>
      <para>38671</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>