<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2020:3679</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-04-21T17:25:13</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-04-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-04-09</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">FT RK 20-151</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_insolventierecht">Civiel recht; Insolventierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001860&amp;artikel=8&amp;g=2019-01-01">Faillissementswet 8</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001860&amp;artikel=6&amp;g=2017-12-23">Faillissementswet 6</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2020:3679">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2020:3679</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-04-21T17:23:17</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-04-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2020:3679 Rechtbank Rotterdam , 09-04-2020 / FT RK 20-151</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2020:3679:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verzet gegrond – afdoening zonder mondelinge behandeling met schriftelijke instemming per e-mail van opposant, geopposeerde en curator. Tijdelijk afwijkende regeling Insolventiezaken rechtbanken vanwege de bijzondere omstandigheden door de coronacrisis (TARIC)</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2020:3679:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">Rechtbank Rotterdam</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team insolventie</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">verzet gegrond</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>insolventienummer [nummer]</para>
      <para>uitspraakdatum: 9 april 2020</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vonnis op het verzoekschrift van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verzoeker] ,</emphasis>
      </para>
      <para>wonende aan [adres, postcode en woonplaats]</para>
      <para> ,</para>
      <para>verzoeker,</para>
      <para>advocaat: mr. S.A.C.R. Wahlbrinck,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>strekkende tot vernietiging van het vonnis van deze rechtbank van </para>
      <para>25 februari 2020, waarbij hij op verzoek van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verweerster] ,</emphasis>
      </para>
      <para>wonende te [land] ,</para>
      <para>verweerster,</para>
      <para>advocaat: mr. E.A. Buziau</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in staat van faillissement is verklaard met benoeming van mr. J.C.A.M. Los (inmiddels mr. C.G.E. Prenger) tot rechter-commissaris en met aanstelling van mr. A-J. van der Duijn Schouten als curator.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het verzoekschrift is op 9 maart 2020 ter griffie ontvangen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij bericht van 2 april 2020 heeft de curator zijn bevindingen aan de rechtbank doen toekomen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij e-mailberichten van 2 april 2020 hebben de advocaten van partijen de rechtbank bericht dat partijen een betalingsregeling hebben getroffen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij e-mailbericht van 9 april 2020 heeft de advocaat van verweerster de rechtbank bericht dat verweerster het afgesproken bedrag van verzoeker heeft ontvangen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij e-mailbericht van 9 april 2020 heeft de curator de rechtbank bericht dat verzoeker zekerheid heeft gesteld voor zijn salaris en kosten, en dat hij instemt met vernietiging.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank doet met instemming van partijen en de curator uitspraak op stukken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitspraak is bepaald op heden.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Nu het verzet tijdig is ingesteld, is verzoeker ontvankelijk in zijn verzoek.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank stelt op grond van de berichten van partijen en de curator van 2 en 9 april 2020 vast dat niet summierlijk is gebleken van feiten en omstandigheden die aantonen dat verzoeker verkeert in de toestand van te hebben opgehouden te betalen. De rechtbank zal daarom het vonnis van 25 februari 2020 vernietigen en het salaris van de curator en de verschotten vaststellen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>vernietigt het vonnis van deze rechtbank van 25 februari 2020, waarbij verzoeker in staat van faillissement is verklaard;<?linebreak?></para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>stelt het salaris van de curator vast op € 1.986,65 (exclusief de daarover verschuldigde omzetbelasting) en brengt dit bedrag ten laste van verzoeker;</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para>- stelt de verschotten vast op € 79,47 (exclusief de daarover verschuldigde omzetbelasting) en brengt dit bedrag ten laste van verzoeker.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. J.C.A.T. Frima, rechter, en in aanwezigheid van <?linebreak?>mr. M. Mouthaan, griffier, in het openbaar uitgesproken op 9 april 2020.<footnote-ref linkend="_5105d856-faf2-4b36-b0ca-f900087c88e6" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_5105d856-faf2-4b36-b0ca-f900087c88e6" label="1">
    <para>Tegen deze uitspraak kan degene aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak, hoger beroep instellen. Het hoger beroep kan uitsluitend door een advocaat worden ingesteld bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof dat van deze zaak kennis moet nemen.</para>
    <para />
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>