<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2020:3369</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-04-16T10:00:31</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-04-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-04-15</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">559625 HA ZA 18-939</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2020:3369">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2020:3369</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-04-15T15:17:28</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-04-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2020:3369 Rechtbank Rotterdam , 15-04-2020 / 559625 HA ZA 18-939</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2020:3369:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vonnis na uitlating bewijslevering. Verwezen voor uitlating deskundigenbericht</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2020:3369:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="b6a537af-7488-4771-80a2-5d6419db5bd6" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="ffb9c297-1e95-4690-a84c-5f262df9a64e" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>vonnis</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ROTTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team handel en haven</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer / rolnummer: C/10/559625 / HA ZA 18-939</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van 15 april 2020</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">DAMEN SHIPREPAIR ROTTERDAM B.V.</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Schiedam,</para>
      <para>eiseres in conventie,</para>
      <para>verweerster in reconventie,</para>
      <para>advocaat mr. N.J. Margetson te Rotterdam,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>rechtspersoon naar vreemd recht</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">WELDING COMPANY N.V.</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Schelle, België,</para>
      <para>gedaagde in conventie,</para>
      <para>eiseres in reconventie,</para>
      <para>advocaat mr. J. Blussé van Oud-Alblas te Rotterdam.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen zullen hierna DSR en WelCom genoemd worden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>het tussenvonnis van de rechtbank van 20 november 2019 (hierna: het tussenvonnis);</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de akte van Welding;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de antwoordakte van DSR.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De verdere beoordeling</title>
    <bridgehead role="bold">in reconventie</bridgehead>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Bij het tussenvonnis is WelCom toegelaten te bewijzen dat zij de laswerkzaamheden aan de [naam schip] correct en volgens de ten tijde van de laswerkzaamheden geldende lasspecificatie heeft uitgevoerd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Uit de akte van WelCom leidt de rechtbank af dat WelCom het aan haar opgedragen bewijs wenst te leveren door middel van een deskundigenonderzoek als bedoeld in de artikelen 194 en verder Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv). De rechtbank acht daarvoor voldoende redenen aanwezig en zal daarom een deskundigenbericht bevelen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Alvorens de rechtbank hiertoe overgaat, zullen partijen eerst in de gelegenheid worden gesteld zich bij akte uit te laten over de aan de te benoemen deskundige(n) voor te leggen vraag of vragen. De rechtbank stelt voor dat aan de te benoemen deskundige(n) de algemene vraag wordt voorgelegd of WelCom de laswerkzaamheden aan de spudcans van de [naam schip] in overeenstemming met de daaraan te stellen eisen en volgens de ten tijde van de laswerkzaamheden geldende lasspecificatie heeft uitgevoerd. Partijen mogen zich over deze vraagstelling uitlaten. Zij mogen ook aanvullende vragen voorstellen. Het is vanzelfsprekend toegestaan dat partijen over de vraagstelling in onderling overleg treden. De rechtbank spreekt ook de voorkeur uit dat zij dit doen en zo veel mogelijk met gemeenschappelijke voorstellen komen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Partijen worden ook in de gelegenheid gesteld zich bij akte uit te laten over de persoon van de deskundige(n). Deze mag niet eerder bij deze zaak in welke hoedanigheid dan ook betrokken zijn geweest. Het verdient aanbeveling dat partijen met betrekking tot de persoon van de deskundige in overleg treden en ook hierover overeenstemming bereiken. Als partijen geen overeenstemming kunnen bereiken over de persoon van de deskundige en beide partijen (een) deskundige(n) voorstellen, dienen zij gemotiveerd aan te geven waarom zij de voorkeur geven aan de door henzelf voorgestelde deskundige en waarom de deskundige die door de wederpartij is voorgesteld, niet voor benoeming in aanmerking behoort te komen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>Partijen kunnen zich bij de hiervoor genoemde akte tevens uitlaten over de hoogte van het voorschot van de te benoemen deskundige. Bij gebreke van een dergelijke uitlating zal de rechtbank in overleg met de te benoemen deskundige de hoogte van het voorschot vaststellen. Gelet op de hoofdregel van artikel 195 Rv zal WelCom als eisende partij de kosten van het voorschot van de deskundige moeten betalen.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>WelCom heeft DSR in haar akte nog verzocht zich uit te laten over haar al dan niet bereidwilligheid om haar rapportages en inspectieverslagen die betrekking hebben op de (controle van de) laswerkzaamheden in het geding te brengen, bij gebreke waarvan zij een vordering ex artikel 843a Rv zal instellen. De rechtbank overweegt in dit kader dat de te benoemen deskundige(n) zijn of haar onderzoek op grond van artikel 198 lid 1 Rv onpartijdig en naar beste weten zal moeten uitvoeren. Dit brengt mee dat het aan de deskundige is om te bepalen welke door partijen te verschaffen gegevens noodzakelijk zijn voor de uitvoering van het hem of haar opgedragen onderzoek. Op grond van artikel 198 lid 3 Rv zijn partijen verplicht mee te werken aan het deskundigenonderzoek, zodat zij desgevraagd de deskundige die gegevens moeten verstrekken. Uit een weigering tot medewerking aan het deskundigenonderzoek zal de rechtbank de gevolgtrekking kunnen maken die zij geraden acht. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <para>Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">in reconventie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van <emphasis role="bold">13 mei 2020 </emphasis>voor het nemen van een akte na tussenvonnis door beide partijen waarin zij zich uitlaten als bedoeld in de rechtsoverwegingen 2.3 tot en met 2.5,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>houdt iedere verdere beslissing aan.</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. drs. J. van den Bos, mr. W.J. van den Bergh en mr. J.E. Molenaar. Het is ondertekend door mr. J.F. Koekebakker, rolrechter, en door deze in het openbaar uitgesproken op 15 april 2020</para>
        <para>2474/2504/3152/1407</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>