<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2020:3190</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-04-14T09:33:37</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-04-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-04-03</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">8074104 / CV EXPL 19-42164</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2020:3190">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2020:3190</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-04-14T09:33:02</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-04-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2020:3190 Rechtbank Rotterdam , 03-04-2020 / 8074104 / CV EXPL 19-42164</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2020:3190:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>verzetprocedure, partijen hebben lopende de procedure een regeling getroffen, verstekvonnis vernietigd</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2020:3190:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ROTTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: 8074104 / CV EXPL 19-42164</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>uitspraak: 3 april 2020</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis in verzet van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam</emphasis>,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Direct Pay Services B.V.</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Barendrecht,</para>
      <para>oorspronkelijk eiseres,</para>
      <para>gedaagde in verzet,</para>
      <para>gemachtigde: Webcasso B.V. te Rotterdam,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats gedaagde] ,</para>
      <para>oorspronkelijk gedaagde,</para>
      <para>eiser in verzet,</para>
      <para>gemachtigde: mr. P.H. de Bruin te Rotterdam.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen worden hierna aangeduid als ‘DPS’ en ‘ [gedaagde] ’.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1. </nr>Het verloop van de procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>Het verloop van de procedure volgt uit de volgende processtukken, waarvan de kantonrechter kennis heeft genomen:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>het inleidend exploot van dagvaarding van 9 januari 2015, met producties;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het verstekvonnis van 6 maart 2015;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de verzetdagvaarding van 13 september 2019, met een productie;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de brief van 3 maart 2020 aan de zijde van [gedaagde] , met een productie.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>De kantonrechter heeft de uitspraak van dit vonnis bepaald op heden.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2. </nr>De beoordeling</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Partijen zijn sinds begin november 2019 in onderhandeling geweest om de onderhavige procedure minnelijk te schikken. Bij brief van 3 maart 2020 heeft de gemachtigde van [gedaagde] de kantonrechter bericht dat partijen een regeling hebben getroffen. Die regeling houdt het volgende in:</para>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">1</emphasis>. <emphasis role="bold">Ter regeling van het geschil zal [gedaagde] een bedrag ad € 437,05 voldoen. Nu vanuit het onder gedaagde gelegde derdenbeslag, vanwege bovengenoemd vonnis, een bedrag ad € 1.080,14 door DPS is ontvangen, zal DPS aan [gedaagde] een bedrag ad € 607,09 (€ 1.080,14 -/- €473,05) terugbetalen op een door [gedaagde] aan te geven bankrekeningnummer.</emphasis></para>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">2</emphasis>. <emphasis role="bold">Partijen hebben na uitvoering van het bovenstaande niets meer van elkaar te vorderen en verlenen elkaar alsdan finale kwijting van het onderhavige verschil</emphasis>.</para>
      <para />
      <para />
      <mediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="1c5a75e5-a835-4bf1-bccf-d39488994a44" depth="201" width="545" format="image/png" />
        </imageobject>
      </mediaobject>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>De kantonrechter zal beslissen overeenkomstig de door partijen getroffen regeling. Dat betekent dat het verstekvonnis van 6 maart 2015 zal worden vernietigd. Aangezien het door [gedaagde] aan DPS verschuldigde bedrag van € 473,05 al vanuit een onder [gedaagde] gelegd derdenbeslag door DPS is ontvangen en DPS daar bovenop nog een bedrag van € 607,09 uit dat derdenbeslag heeft ontvangen, zal DPS worden veroordeeld om een bedrag van € 607,09 aan [gedaagde] terug te betalen. De proceskosten worden gecompenseerd.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3. </nr>De beslissing</title>
    <para>De kantonrechter:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>vernietigt het op 6 maart 2015 tussen partijen gewezen verstekvonnis;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">en opnieuw rechtdoende:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt DPS om aan [gedaagde] tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen € 607,09;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>compenseert de proceskosten van partijen, zodat iedere partij de eigen kosten draagt;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad en wijst af het meer of anders gevorderde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. A.J.M. van Breevoort en uitgesproken ter openbare terechtzitting.</para>
      <para>38671</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>