<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2020:3069</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-04-08T13:21:11</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-04-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-04-01</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/10/577169 / HA ZA 19-611</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2020:3069">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2020:3069</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-04-08T13:20:49</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-04-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2020:3069 Rechtbank Rotterdam , 01-04-2020 / C/10/577169 / HA ZA 19-611</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2020:3069:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Incident. De zaak wordt voor zover nog bij de rechtbank Rotterdam aanhangig verwezen naar de rechtbank Amsterdam.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2020:3069:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="47a5ba26-5540-44de-bf66-cea67415917d" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="8b9561af-2cbb-44eb-9d45-6926c5e58ecc" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>vonnis</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ROTTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team handel en haven</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer / rolnummer: C/10/577169 / HA ZA 19-611</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis in incident van 1 april 2020</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [naam eiser]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te Monaco,</para>
      <para>eiser in de hoofdzaak,</para>
      <para>verweerder in de incidenten,</para>
      <para>advocaat mr. F.J.H. Krumpelman te Rotterdam,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">mr. ARNOUD M.J. COMANS</emphasis>,</para>
      <para>kantoorhoudende te Amsterdam,</para>
      <para>gedaagde in de hoofdzaak,</para>
      <para>eiser in de incidenten,</para>
      <para>advocaat mr. P.J. de Jong Schouwenburg te Amsterdam.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen worden hierna [naam eiser] en Comans genoemd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1. </nr>De procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>het tussenvonnis in de incidenten van 13 november 2019, met de daaraan ten grondslag liggende stukken;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het faxbericht van 27 november 2019 namens Comans, met als bijlage een kopie van de bankgarantie van Coöperatieve Rabobank U.A.;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de akte uitlaten verwijzing naar Rechtbank Amsterdam namens [naam eiser] ;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de akte tot referte namens Comans.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald in de incidenten.</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">2.	De verdere beoordeling in de incidenten tot onbevoegdverklaring en tot zekerheidstelling van de proceskosten.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>In 4.7 van het tussenvonnis van 13 november 2019 is overwogen dat gezamenlijke behandeling van de vorderingen ten aanzien waarvan de rechtbank Rotterdam bevoegd is én van de vorderingen ten aanzien van de schade die buiten het rechtsgebied van deze rechtbank is geleden, vanuit veel gezichtspunten aangewezen lijkt. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Beide partijen hebben zich met betrekking tot de wenselijkheid van (ambtshalve) verwijzing van de zaak vanuit de rechtbank Rotterdam naar de rechtbank Amsterdam ten aanzien van de vorderingen waarvan de rechtbank Rotterdam zich wel bevoegd acht, gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Gelet hierop wordt de zaak voor zover nog bij de rechtbank Rotterdam aanhangig, verwezen naar de rechtbank Amsterdam. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>De proceskosten in de incidenten zijn in het tussenvonnis van 13 november 2019 aangehouden. Nu de hoofdzaak zoals genoemd wordt verwezen naar de rechtbank Amsterdam, bestaat aanleiding om daarover te beslissen in de volgende zin.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>In het incident tot onbevoegdverklaring is geen van partijen in het ongelijk gesteld. Daarom worden de proceskosten in dit incident gecompenseerd, zodat iedere partij de eigen kosten draagt.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>
        [naam eiser] wordt als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten van het incident tot zekerheidstelling van de proceskosten veroordeeld. De kosten aan de zijde van Comans worden begroot op een bedrag van € 461,00 aan salaris advocaat (1 punt x tarief € 461,00).</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3. </nr>De beslissing</title>
    <para>De rechtbank</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">in het incident tot onbevoegdverklaring </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>compenseert de kosten in het incident tussen partijen, in die zin dat elke partij de eigen kosten draagt,</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">in het incident tot het stellen van zekerheid voor de proceskosten</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>veroordeelt [verweerder] in de kosten van het incident, aan de zijde van Comans tot op heden begroot op € 461,00,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>verklaart deze proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad,</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">in de hoofdzaak</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>verwijst de zaak voor zover nog bij de rechtbank Rotterdam aanhangig in de stand waarin zij zich bevindt naar de rechtbank Amsterdam, sector handelszaken,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>houdt iedere verdere beslissing aan.</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. C. Bouwman en in het openbaar uitgesproken op 1 april 2020.</para>
        <para>2027 / 1729</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>