<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2020:2974</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-10-02T15:17:52</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-04-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-04-08</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">8279440 \ HA VERZ  20-10</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_arbeidsrecht">Civiel recht; Arbeidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>AR-Updates.nl 2020-0496</rdf:li>
          <rdf:li>VAAN-AR-Updates.nl 2020-0496</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2020:2974">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2020:2974</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-04-06T12:52:18</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-04-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2020:2974 Rechtbank Rotterdam , 08-04-2020 / 8279440 \ HA VERZ  20-10</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2020:2974:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Arbeidsrecht. Verzoek van een werkgever tot een gefixeerde schadevergoeding na ontslag op staande voet. Er is geen grond voor toekenning van deze vergoeding, omdat er geen sprake is van een dringende reden voor het ontslag op staande voet.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2020:2974:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ROTTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: 8279440 \ HA VERZ  20-10</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>uitspraak: 8 april 2020</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">beschikking van de kantonrechter, zitting houdende te Dordrecht</emphasis>,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de rechtspersoonlijkheid bezittende stichting</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Stichting Het Dilemma</emphasis>, </para>
      <para>gevestigd te Zwijndrecht,</para>
      <para>verzoekster,</para>
      <para>gemachtigde: mr. M.A. Oosterveen,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verweerster]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats verweerster] ,</para>
      <para>verweerster, </para>
      <para>gemachtigde: mr. A. Rhijnsburger,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen worden hierna verder aangeduid als “de Stichting” en “ [verweerster] ”.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1. </nr>Het verloop van de procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure volgt uit de volgende processtukken, waarvan de kantonrechter kennis heeft genomen: </para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>het verzoekschrift, ingekomen op 21 januari 2020, met producties;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het verweerschrift, met producties. </para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>De mondelinge behandeling heeft op 11 maart 2020 plaatsgevonden. [verweerster] is ter zitting verschenen, bijgestaan door mr. Rhijnsburger. Namens de Stichting is mevrouw [naam] verschenen, bijgestaan door mr. Oosterveen. Tijdens deze zitting is ook de zaak 8273690 \ HA VERZ  20-6 (over het ontslag op staande voet) behandeld. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>De uitspraak van deze beschikking is bepaald op heden.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2. </nr>De vaststaande feiten</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Voor de vaststaande feiten wordt verwezen naar de beschikking van heden in de zaak met het zaaknummer: 8273690 \ HA VERZ  20-6. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3. </nr>Het verzoek</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <parablock>
        <para>De Stichting heeft verzocht om bij beschikking, uitvoerbaar bij voorraad:</para>
        <para>I. [verweerster] te veroordelen om aan de Stichting te voldoen, tegen behoorlijk bewijs van kwijting een bedrag van € 7.198,93 bestaande uit de gefixeerde schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente; </para>
        <para>II. [verweerster] te veroordelen in de kosten van deze procedure, waaronder begrepen de nakosten. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>De Stichting heeft aan haar verzoek het volgende ten grondslag gelegd. [verweerster] heeft door opzet of schuld aan de Stichting meerdere dringende redenen gegeven om de arbeidsovereenkomst onverwijld op te zeggen, in de zin van artikel 7:677 lid 2 BW. Daardoor is [verweerster] aan de Stichting een vergoeding verschuldigd, aangezien de Stichting van haar bevoegdheid gebruik heeft gemaakt om [verweerster] op staande voet te ontslaan op 22 november 2019. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4. </nr>Het verweer</title>
    <para>
      [verweerster] heeft zich op het standpunt gesteld dat zij ten onrechte op staande voet is ontslagen en het verzoek daarom moet worden afgewezen. </para>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>5. </nr>De beoordeling</title>
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>Op grond van artikel 7:677 lid 2 BW is de partij die door opzet of schuld aan de wederpartij een dringende reden heeft gegeven om de arbeidsovereenkomst onverwijld op te zeggen, aan de wederpartij een vergoeding verschuldigd, indien de wederpartij van die bevoegdheid gebruik heeft gemaakt.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>De Stichting heeft [verweerster] op 22 november 2019 op staande voet ontslagen. In de beschikking van heden in zaak met het zaaknummer 8273690 \ HA VERZ  20-6 is echter geoordeeld dat dit ontslag niet rechtsgeldig is vanwege het ontbreken van een dringende reden. Dit betekent dat er geen grond is voor toekenning van de verzochte vergoeding. Het  verzoek wordt dus afgewezen.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>De Stichting wordt als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten veroordeeld. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6. </nr>De beslissing</title>
    <para>De kantonrechter:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst het verzoek af;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt de Stichting in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] vastgesteld op € 480,00 aan salaris voor de gemachtigde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is gegeven door mr. R.R. Roukema en uitgesproken ter openbare terechtzitting.</para>
      <para>31688</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>