<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2020:2561</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-06-06T06:06:33</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-03-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-03-23</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/10/593507 / FA RK 20-1894</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>JGz 2020/56 met annotatie van Frederiks, B.J.M.</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2020:2561">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2020:2561</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-03-26T09:15:25</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-03-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2020:2561 Rechtbank Rotterdam , 23-03-2020 / C/10/593507 / FA RK 20-1894</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2020:2561:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verzoek tot voortzetting inbewaringstelling op grond van de Wzd. Bij client is vermoedelijk (al enkele jaren) sprake van dementie. Tot voor kort is het mogelijk geweest client thuis te laten wonen met de hulp van thuis- en mantelzorg. Sinds haar echtgenoot onlangs is overleden is dit echter niet langer mogelijk. Hij nam een groot deel van de verzorging op zich en doordat dit is weggevallen is het toestandsbeeld van client verslechterd. Client verzet zich niet fysiek tegen de opname in de accommodatie, waardoor er twijfel bestaat of er is voldaan aan het vereiste van verzet. De specialist ouderengeneeskunde geeft echter aan dat client, gezien haar huidige toestandsbeeld, niet meer begrijpt wat er speelt. Hierdoor is er geen sprake van bereidheid tot vrijwillig verblijf. Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat aan het vereiste van verzet is voldaan. Gelet op de geringe mate van verzet zal het verzoek worden toegewezen voor de verkorte duur van drie weken.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2020:2561:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ROTTERDAM</bridgehead>
    <para>
      <?linebreak?>Team familie</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaak-/rekestnummer: C/10/593507 / FA RK 20-1894 </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 23 maart 2020 betreffende een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling als bedoeld in artikel 37 van de Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten (hierna: Wzd)</emphasis>
        <?linebreak?>
      </para>
      <para>op verzoek van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">CIZ,</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>met betrekking tot:<?linebreak?></para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [naam cliënt]
        </emphasis>,</para>
      <para>geboren op [geboortedatum cliënt] ,</para>
      <para>hierna: cliënt,</para>
      <para>wonende aan de [adres cliënt] , [woonplaats cliënt] ,</para>
      <para>thans verblijvende in verpleeghuis Humanitas, locatie Akropolis te Rotterdam,</para>
      <para>advocaat mr. A. van Toorn te Rotterdam.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Procesverloop</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <parablock>
        <para>Het verloop van de procedure blijkt uit het verzoekschrift van het CIZ, ingekomen ter griffie op 19 maart 2020.</para>
        <para>Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:</para>
      </parablock>
      <parablock>
        <para> de beschikking van de burgemeester van 18 maart 2020;</para>
        <para> de verklaring van J.M. van Brussel, arts, van 18 maart 2020, en</para>
        <para> de aanvraag van 19 maart 2020.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <parablock>
        <para>De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 23 maart 2020. Vanwege de coronacrisis heeft de zitting telefonisch plaatsgevonden.</para>
        <para>Bij die gelegenheid zijn verschenen: </para>
      </parablock>
      <parablock>
        <para> cliënt met haar hierboven genoemde advocaat;</para>
        <para> S. Ormel, arts, verbonden aan verpleeghuis Humanitas; </para>
        <para> E. Miranova, specialist ouderengeneeskunde, verbonden aan verpleeghuis Humanitas.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>De rechtbank heeft vastgesteld dat cliënt niet in staat was zich te doen horen. </para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para>
        <?linebreak?>
      </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>Beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Op grond van artikel 37 Wzd in samenhang gelezen met de artikelen 38 en 39 Wzd kan de rechter op verzoek van het CIZ met betrekking tot een persoon een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling verlenen, indien de burgermeester ten aanzien van deze persoon op grond van artikel 29 lid 1 en 2 Wzd een last tot inbewaringstelling heeft afgegeven.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Op 18 maart 2020 heeft de burgemeester van de gemeente Krimpen aan den IJssel ten behoeve van cliënt in voorliggende zaak een last tot inbewaringstelling genomen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <parablock>
        <para>Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling is gebleken dat er </para>
        <para>sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel waardoor een rechterlijke machtiging niet kan worden afgewacht. Het ernstig vermoeden bestaat dat het gedrag van cliënt als gevolg van haar psychogeriatrische aandoening, dit ernstig nadeel veroorzaakt.   </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling is gebleken dat er ten aanzien van cliënt sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van ernstige verwaarlozing. Daarnaast bestaat het risico dat er ernstige psychische schade zal optreden bij het steunsysteem van cliënt en bestaat er gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen. Het vermoeden bestaat dat er bij cliënt al enkele jaren sprake is van dementie. Tot voor kort is het altijd mogelijk geweest om de nadelen die hieruit voortvloeien, af te wenden met inzet van thuis- en mantelzorg. Een groot deel van de zorg werd door de echtgenoot van cliënt gedaan. Op 7 maart 2020 is de echtgenoot van cliënt echter overleden. Hierna is de toestand snel verslechterd. De dagstructuur en zorg zijn weggevallen. Cliënt is afhankelijk van hulp met betrekking tot de algemene levensverrichtingen. Zij is niet meer in staat zelf eten te bereiden, neemt geen initiatief meer om te drinken. Haar dochters verbleven het grootste gedeelte van de tijd bij haar in huis maar raakten hierdoor overbelast en daarnaast was ook dat niet afdoende om het nadeel af te kunnen wenden. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <parablock>
        <para>Om het onmiddellijk dreigend ernstig nadeel te voorkomen dan wel af te wenden is</para>
        <para>voortzetting van de inbewaringstelling noodzakelijk. Dit middel is ook geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen dan wel af te wenden en er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>Cliënt verzet zich niet fysiek tegen de opname in de accommodatie en is vriendelijk aanwezig op de afdeling. De behandelaren en de advocaat zijn het met elkaar eens dat het onduidelijk is of aan het wettelijk vereiste van verzet is voldaan. De specialist ouderengeneeskunde geeft daarbij wel aan dat het toestandsbeeld van betrokkene met zich brengt dat zij niet meer begrijpt wat er speelt en dat er daardoor geen sprake is van vrijwilligheid. Gelet op het ernstig nadeel wat zich afspeelde in de thuissituatie is voortzetting van de opname noodzakelijk. De rechtbank is van oordeel dat er geen sprake is van bereidheid tot vrijwillig verblijf en dat daarmee voldaan is aan het wettelijk vereiste en dat er sprake is van verzet. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <para>Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat is voldaan aan de criteria voor een voortzetting van de inbewaringstelling. Vanwege de geringe mate van verzet zal de machtiging in afwijking van de door het CIZ verzochte termijn worden verleend voor de duur van drie weken.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>verleent een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling ten aanzien van [naam cliënt] voornoemd;</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 13 april 2020.</para>
      <para />
      <para />
      <informaltable>
        <tgroup cols="3">
          <colspec colname="colA" />
          <colspec colname="colB" />
          <colspec colname="colC" />
          <tbody>
            <row>
              <entry namest="colA" nameend="colC">
                <para>Deze beschikking is op 23 maart 2020 mondeling gegeven door mr. A.C. Hendriks, rechter, in tegenwoordigheid van C.D. van der Veeke, griffier, en op 24 maart 2020 schriftelijk uitgewerkt en getekend.</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry namest="colA" nameend="colC">
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </informaltable>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>