<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2020:13335</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-10-04T10:12:49</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-10-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-06-20</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">ROT 19/2510</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2020:13335">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2020:13335</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-10-04T10:09:26</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-10-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2020:13335 Rechtbank Rotterdam , 20-06-2020 / ROT 19/2510</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2020:13335:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>de inzichtelijkheid van een CIZ advies.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2020:13335:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">Rechtbank Rotterdam</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: ROT 19/2510</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 juni 2020 in de zaak tussen</bridgehead>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [naam eiseres], te [woonplaats eiseres], eiseres,</bridgehead>
    <para>gemachtigde: [naam 1],</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">de Raad van bestuur van de Sociale Verzekeringsbank, verweerder,</bridgehead>
    <para>gemachtigde: mr. P. Stahl- — de Bruin.</para>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 29 maart 2019 (het primaire besluit) heeft verweerder aan eiseres dubbele</para>
      <para>kinderbijslag op grond van de Algemene Kinderbijslagwet (AKW) toegekend voor haar</para>
      <para>zoon [naam 2] vanaf het tweede kwartaal van 2019 tot en met 19 maart 2020.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 25 april 2019 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van</para>
      <para>eiseres niet-ontvankelijk verklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onderzoek ter zitting heeft (telefonisch, in verband met de corona-problematiek)</para>
      <para>plaatsgevonden op 4juni 2020. Eiseres heeft zich laten vertegenwoordigen door haar</para>
      <para>gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen de geldigheidsduur van het advies van</para>
    <parablock>
      <para>Centrum indicatiestelling zorg (CIZ) dat ten grondslag ligt aan het bestreden besluit.</para>
      <para>Verweerder heeft het bezwaar van eiseres niet-ontvankelijk verklaard omdat hier sprake zou</para>
      <para>zijn van een feitelijke mededeling die niet op rechtsgevolg is gericht. Verweerder heeft in</para>
      <para>het verweerschrift aangegeven dat het bezwaar in het bestreden besluit daarentegen</para>
      <para>ontvankelijk, doch ongegrond had moeten worden verklaard. Dat standpunt deelt de</para>
      <para>rechtbank en om die reden is het beroep gegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2. Eiseres voert aan dat er onvoldoende grondslag is om de duur van het recht op</para>
    <parablock>
      <para>dubbele kinderbijslag te beperken tot een jaar. Het CIZ-advies waarop verweerder zich</para>
      <para>baseert is te summier en niet inzichtelijk, aldus eiseres. Het besluit is dus volgens haar niet</para>
      <para>op voldoende zorgvuldig onderzoek gebaseerd en daarmee in strijd met artikel 3:2 van de</para>
      <para>Awb. Die opvatting deelt de rechtbank.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <parablock>
        <para>Verweerder is ter beoordeling van de zorgbehoefte van [naam 2] op grond van</para>
        <para>artikel 12, eerste lid, van het BUK, gehouden om advies in te winnen bij het CIZ. Het CIZ</para>
        <para>heeft positief advies uitgebracht, maar daarbij expliciet aangegeven dat dat advies maar een</para>
        <para>jaar geldig is. In het advies is alleen vermeld: ‘<emphasis role="italic">Het CIZ geeft een positief advies af voor de</emphasis></para>
        <para>
          <emphasis role="italic">duur van een jaar omdat de zorgbehoefte van uw kind mogelijk nog kan verbeteren”.</emphasis> Op</para>
        <para>zich mag verweerder bij de beoordelen van de vraag of en hoe lang de zorgbehoefte van een</para>
        <para>kind tot dubbele kinderbijslag noodzaakt op dat CIZ-advies afgaan. Het advies moet dan wel</para>
        <para>voldoende inzichtelijk zijn. Als dat niet zo is moet verweerder nadere vragen stellen. In dit</para>
        <para>geval geldt dat ook, omdat uit het advies niet valt af te leiden hoe het CIZ tot die conclusie</para>
        <para>komt en overigens ook niet of de beoordelaar(s) in kwestie beschik(t)(ken) over die</para>
        <para>vakkennis die hen bekwaam maakt om een dergelijke conclusie te trekken.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para>3. Onder verwijzing naar overweging 1.2. verklaart de rechtbank het beroep gegrond</para>
      <parablock>
        <para>en bepaalt de rechtbank dat verweerder aan eiseres het door haar betaalde griffierecht</para>
        <para>vergoedt.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para>4. De rechtbank veroordeelt verweerder in de door eiseres gemaakte proceskosten.</para>
      <parablock>
        <para>Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de</para>
        <para>door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op €1.050,- (1 punt voor het</para>
        <para>indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per</para>
        <para>punt van €525,- en wegingsfactor 1).</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para>- verklaart het beroep gegrond;</para>
    <para>- vernietigt het bestreden besluit;</para>
    <para>- bepaalt dat verweerder aan eiseres het betaalde griffierecht van € 47,- vergoedt;</para>
    <para>- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 1.050,-.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. A.P. Hameete, rechter, in aanwezigheid van</para>
      <para>mr. J. Nieuwstraten, griffier. De uitspraak is gedaan op 20 juni 2020.</para>
      <para>Als gevolg van maatregelen rondom het coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op</para>
      <para>een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze</para>
      <para>uitspraak alsnog in het openbaar uitgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">De griffier is buiten staat                          De rechter is verhinderd te tekenen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>griffier                                                                       rechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Rechtsmiddel</title>
    <para>Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.</para>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>