<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2020:12791</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-01-26T09:53:11</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-01-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-12-24</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/10/610216 / JE RK 20-3546</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2020:12791">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2020:12791</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-01-26T09:52:09</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-01-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2020:12791 Rechtbank Rotterdam , 24-12-2020 / C/10/610216 / JE RK 20-3546</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2020:12791:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>‘Afwijzing verzoek vervangende toestemming medische behandeling.’</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2020:12791:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>beschikking</para>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ROTTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team Jeugd</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaakgegevens: C/10/610216 / JE RK 20-3546</para>
      <para>Datum uitspraak: 24 december 2020</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">Beschikking vervangende toestemming medische behandeling</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond, </bridgehead>
    <para>hierna te noemen de GI, gevestigd te Rotterdam,</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>betreffende</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [naam kind] , geboren op [geboortedatum kind] 2017 te [geboorteplaats kind] , </bridgehead>
    <para>hierna te noemen [naam kind] .</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [naam moeder] , </bridgehead>
    <para>hierna te noemen de moeder, zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland.</para>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Het procesverloop</title>
    <para>Het procesverloop blijkt uit de volgende stukken:</para>
    <para>- het verzoekschrift met bijlagen van de GI van 21 december 2020, ingekomen bij de griffie op 21 december 2020;</para>
    <para>- het verweerschrift van de moeder, ingediend door [naam 1] op 21 december 2020.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 24 december 2020 heeft de kinderrechter de zaak ter zitting met gesloten deuren behandeld. Gehoord zijn:</para>
    </parablock>
    <para>- de moeder, bijgestaan door mr. F.G.T. Meershoek,</para>
    <para>- een tweetal vertegenwoordigers van de GI, [naam 2] en [naam 3] .</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Een vertegenwoordiger van de Raad voor de Kinderbescherming, [naam 4] , heeft de zitting als toehoorder bijgewoond. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kinderrechter heeft bijzondere toegang verleend aan [naam 5] , stagiaire van </para>
      <para>mr. Meershoek.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>De feiten </title>
    <para>Het ouderlijk gezag over [naam kind] wordt uitgeoefend door de moeder.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij beschikking van 20 november 2020 is [naam kind] voorlopig onder toezicht gesteld tot </para>
      <para>20 februari 2021. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kinderrechter heeft bij beschikking van 2 december 2020 een machtiging tot uithuisplaatsing van [naam kind] in een voorziening voor pleegzorg verleend tot 1 januari 2021. Deze machtiging is vandaag verlengd voor de duur van de voorlopige ondertoezichtstelling.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>Het verzoek</title>
    <para>De GI heeft verzocht op grond van artikel 1:265h van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) vervangende toestemming te verlenen voor de medische behandeling van [naam kind] . Deze medische behandeling betreft het gaan naar geplande controle-afspraken om de gezondheid van [naam kind] te kunnen volgen en eventueel spoedoverleg met de arts, indien zich een (acute) astmatische aanval voordoet.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De GI heeft ter zitting het verzoek gehandhaafd.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>Het standpunt van de moeder</title>
    <para>Door en namens de moeder is verweer gevoerd tegen het verzoek. De behandeling van [naam kind] is niet door de moeder stopgezet. Er is echter sprake van een vertrouwensbreuk met de arts en met het oog op de verhuizing van de moeder zal er een andere arts moeten komen. Zolang er geen andere arts is, blijft de moeder met [naam kind] bij de huidige arts. De moeder heeft haar toestemming niet geweigerd waardoor vervangende toestemming niet nodig is. Zij ziet in dat het belangrijk is dat de controle-afspraken doorgaan en dat er in geval van spoed adequaat gehandeld wordt. Zij zal daarom haar toestemming ook niet weigeren. </para>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>De beoordeling</title>
    <para>De kinderrechter kan op grond van artikel 1:265h BW vervangende toestemming verlenen voor de medische behandeling van een minderjarige jonger dan twaalf jaar, indien behandeling noodzakelijk is om ernstig gevaar voor de gezondheid van de minderjarige af te wenden en de ouder die het gezag uitoefent zijn toestemming daarvoor weigert.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Omdat de moeder ter zitting bevestigd heeft dat zij toestemming geeft voor de behandeling van [naam kind] door [naam arts] , kinderlongarts van het Sophia Kinderziekenhuis, is er geen belang meer bij de beoordeling van het verzoek tot vervangende toestemming voor de medische behandeling van [naam kind] . De toestemming van de moeder omvat de voornoemde controle-afspraken en eventueel spoedoverleg met de arts, indien zich een (acute) astmatische aanval voordoet. Nu geen sprake is van geweigerde toestemming, zal het verzoek van de GI worden afgewezen.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>De beslissing</title>
    <para>De kinderrechter:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst het verzoek af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 24 december 2020 door mr. A.A.J. de Nijs, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. W.A. Graven als griffier. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 20 januari 2021.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:</para>
    </parablock>
    <para>- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,</para>
    <para>- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.</para>
    <para>Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof<?linebreak?>Den Haag.</para>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>