<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2020:12608</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-01-18T10:51:49</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-01-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-12-24</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/10/607861 / JE RK 20-3141</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2020:12608">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2020:12608</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-01-18T10:51:17</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-01-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2020:12608 Rechtbank Rotterdam , 24-12-2020 / C/10/607861 / JE RK 20-3141</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2020:12608:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verlenging uithuisplaatsing voor de duur van de ondertoezichtstelling</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2020:12608:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ROTTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Jeugdrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: C/10/607861 / JE RK 20-3141</para>
      <para>Datum uitspraak: 24 december 2020</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beschikking van de kinderrechter over een verlenging machtiging tot uithuisplaatsing</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,</bridgehead>
    <para>locatie Rotterdam, hierna te noemen: de GI,</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>betreffende</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [naam minderjarige] , geboren op [geboortedatum minderjarige] 2019 te [geboorteplaats minderjarige] ,</bridgehead>
    <para>hierna te noemen: [voornaam minderjarige] . </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [naam moeder] ,</bridgehead>
    <parablock>
      <para>hierna te noemen: de moeder, wonende te [woonplaats moeder] ,</para>
      <para>advocaat: mr. M.P.G. Rietbergen, te Rotterdam.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kinderrechter merkt als informant aan: mw. [naam pleegmoeder] , de pleegmoeder.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Het procesverloop</title>
    <parablock>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen van de GI van </para>
      <para>13 november 2020, ingekomen bij de griffie op die datum.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 24 december 2020 heeft de kinderrechter de zaak tijdens de mondelinge behandeling met gesloten deuren behandeld. Verschenen zijn:<?linebreak?>-	namens de moeder, mr. M.P.G. Rietbergen, voornoemd;<?linebreak?>-	een vertegenwoordigster van de GI, mw. [naam vertegenwoordigster] ;</para>
      <para>- 	de pleegmoeder.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De feiten</title>
    <para>Het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige] wordt uitgeoefend door de moeder.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [voornaam minderjarige] verblijft bij de pleegmoeder.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij beschikking van 9 april 2020 is [voornaam minderjarige] onder toezicht gesteld tot 9 april 2021. De kinderrechter heeft bij die beschikking ook een machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg verleend tot 9 januari 2021.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Het verzoek</title>
    <para>De GI heeft verzocht de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg te verlengen voor de duur van de ondertoezichtstelling, met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De GI heeft het verzoek ter zitting gehandhaafd en als volgt toegelicht. In de afgelopen periode is onderzocht of een terugplaatsing van [voornaam minderjarige] bij de moeder mogelijk is. Dit is volgens de GI niet mogelijk. Het is geen onwil bij de moeder, maar onkunde. De moeder heeft onvoldoende geprofiteerd van de therapie en daarnaast is het contact tussen [voornaam minderjarige] en de moeder niet altijd even goed verlopen. Vanwege de coronamaatregelen en een detentie van moeder is er voor langere tijd geen fysiek contact geweest, maar ook videobellen is voor de moeder lastig gebleken. Zij neemt vaak niet op. De pleegmoeder heeft aangegeven perspectiefbiedend te zijn en het is van belang dat het verblijf van [voornaam minderjarige] bij de pleegouders wordt voortgezet. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De standpunten</title>
    <para>Door en namens de moeder is ter zitting geen verweer gevoerd tegen het verzoek van de GI. Namens de moeder is benadrukt dat zij heel veel van [voornaam minderjarige] houdt en het beste wil voor haar. Zij zou graag een goede omgangsregeling willen waarbij zij [voornaam minderjarige] kan zien. Het is voor de moeder lastig om zich aan afspraken te houden vanwege haar financiële situatie. Het doet de moeder daarnaast veel verdriet en het is daardoor moeilijk om het gesprek aan te gaan. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De pleegmoeder heeft ter zitting aangegeven dat het goed gaat met [voornaam minderjarige] . Zij ontwikkelt zich boven verwachting goed. [voornaam minderjarige] heeft onderling contact met haar broers en er is ruimte voor contact met de moeder. Indien [voornaam minderjarige] niet terug kan naar de moeder, kan zij in het pleeggezin blijven. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>De beoordeling</title>
    <para>Op basis van de stukken en de mondelinge behandeling is de kinderrechter van oordeel dat de verlenging van de uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] noodzakelijk is in het belang van haar verzorging en opvoeding.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>In de afgelopen periode is onderzocht in hoeverre plaatsing van [voornaam minderjarige] bij de moeder mogelijk is. [voornaam minderjarige] is inmiddels ruim een jaar oud en heeft nog niet eerder bij de moeder gewoond. Zij verblijft vanaf haar geboorte in (netwerk)pleeggezinnen. De moeder heeft een belast verleden en zij kampt met persoonlijke problematiek. Ondanks dat de moeder veel van [voornaam minderjarige] houdt en het beste wil voor haar, heeft er in de afgelopen periode helaas onvoldoende verandering in haar situatie plaatsgevonden. Door diverse omstandigheden was er daarnaast voor langere periode geen fysiek contact tussen de moeder en [voornaam minderjarige] . Ook het videobellen blijkt moeizaam te verlopen. Na een netwerkplaatsing, verblijft [voornaam minderjarige] in een perspectiefbiedend pleeggezin. Zij ontwikkelt zich hier goed en heeft ook geregeld contact met haar broers. Alles afwegend, is de kinderrechter van oordeel dat het verblijf van [voornaam minderjarige] in het pleeggezin op dit moment het meest in haar belang is en daarom moet worden voortgezet. Het siert de moeder dat zij zich hierbij neerlegt, terwijl het haar veel verdriet doet; hieruit blijkt dat de moeder het belang van [voornaam minderjarige] voorop kan stellen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kinderrechter zal op grond van vorenstaande het – onweersproken – verzoek tot verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing toewijzen voor de duur van de ondertoezichtstelling. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>De beslissing</title>
    <para>De kinderrechter:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg tot 9 april 2021;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart de beslissing tot uithuisplaatsing uitvoerbaar bij voorraad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="3">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <colspec colname="colC" />
        <tbody>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 24 december 2020  door mr. A.A.J. de Nijs, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. W.A. Graven, als griffier. </para>
              <para />
              <para>Deze beslissing is schriftelijk vastgesteld op 12 januari 2021.</para>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <parablock>
      <para>Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:</para>
    </parablock>
    <para>- door de verzoekers en de belanghebbende(n) aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;</para>
    <para>- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.</para>
    <para>Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Den Haag.</para>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>