<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2020:12490</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-01-07T17:31:46</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-01-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-10-07</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/10/605245 / JE RK 20-2735</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2020:12490">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2020:12490</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-01-07T17:30:47</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-01-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2020:12490 Rechtbank Rotterdam , 07-10-2020 / C/10/605245 / JE RK 20-2735</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2020:12490:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>vervallenverklaring mondeling verleende spoedmachtiging gesloten jeugdhulp</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2020:12490:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>beschikking</para>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ROTTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team Jeugd</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaakgegevens: C/10/605245 / JE RK 20-2735</para>
      <para>datum uitspraak: 7 oktober 2020</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">beschikking </bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond, </bridgehead>
    <para>hierna te noemen de GI, gevestigd te Rotterdam,</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>betreffende</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [naam kind] , </bridgehead>
    <para>geboren op [geboortedatum kind] 2008 te [geboorteplaats kind] , hierna te noemen [naam kind] .</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [naam moeder] , </bridgehead>
    <para>hierna te noemen de moeder, wonende te [woonplaats moeder] .</para>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Het procesverloop</title>
    <para>Het procesverloop blijkt uit de beschikking van de kinderrechter van deze rechtbank van 2 oktober 2020 en de daaraan ten grondslag liggende stukken.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 7 oktober 2020 heeft de kinderrechter de zaak ter zitting met gesloten deuren behandeld. </para>
      <para>Gehoord zijn:</para>
    </parablock>
    <para>- de advocaat van de moeder, mr. G.E. van der Pols,</para>
    <para>- de advocaat van [naam kind] , mr. S. Bosmans,</para>
    <para>- twee vertegenwoordigers van de GI, [naam vertegenwoordiger] en [naam vertegenwoordigster] .</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Opgeroepen en niet verschenen is de moeder (met bericht van verhindering).</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De feiten</title>
    <para>Het ouderlijk gezag over [naam kind] wordt uitgeoefend door de moeder.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [naam kind] verblijft op een gesloten groep van het Bergse Bos.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij beschikking van 5 november 2019 is de ondertoezichtstelling van [naam kind] verlengd tot 9 november 2020. Bij beschikking van 25 augustus 2020 is een machtiging tot uithuisplaatsing in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder verleend tot 9 november 2020. Bij beschikking van 10 september 2020 heeft de kinderrechter een machtiging gesloten jeugdhulp verleend met ingang van 2 oktober 2020 tot 2 november 2020. Bij beschikking van 2 oktober 2020 heeft de kinderrechter een spoedmachtiging gesloten jeugdhulp verleend met ingang van 2 oktober 2020 voor de duur van vier weken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Het verzoek</title>
    <para>De GI heeft een spoedmachtiging verzocht om [naam kind] in een gesloten accommodatie te doen opnemen en te doen verblijven voor de duur van vier weken. Daarnaast is verzocht om aansluitend een machtiging te verlenen voor verblijf in een gesloten accommodatie voor de duur van twee maanden.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De GI heeft ter zitting het volgende toegelicht. [naam kind] is de afgelopen tijd op de gesloten groep iets rustiger geworden, maar hij is nog niet klaar voor een open groep. Op zeer korte termijn zal een verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling van [naam kind] worden ingediend bij de rechtbank. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De standpunten</title>
    <parablock>
      <para>Namens de moeder is verweer gevoerd tegen de reeds verleende spoedmachtiging gesloten jeugdhulp en het aansluitende verzoek van de GI. Eerder is door de kinderrechter een machtiging gesloten jeugdhulp verleend tot 2 november 2020. De moeder staat achter de plaats van [naam kind] bij Bergse Bos en ziet dat hij daar op zijn plek zit.  </para>
      <para>Ondanks dat er al een machtiging gesloten jeugdhulp loopt en een eerder spoedverzoek tot gesloten plaatsing van [naam kind] op 30 september 2020 is afgewezen, heeft de GI daags daarna op 2 oktober 2020 nogmaals een mondeling spoedverzoek bij de rechtbank gedaan. De inhoud van het mondelinge spoedverzoek kent de moeder niet maar in ieder geval worden in de schriftelijke onderbouwing van het spoedverzoek onwaarheden vermeld en wordt de onjuiste indruk gewekt dat [naam kind] op een open groep verblijft. Het is kwalijk dat door de desbetreffende jeugdbeschermer, [naam vertegenwoordiger] , een onjuiste afspiegeling van de zaak is gegeven. Mr. van der Pols verzoekt de lopende spoedmachtiging gesloten jeugdhulp op te heffen en het aansluitende verzoek af te wijzen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Namens [naam kind] is eveneens verweer gevoerd tegen de reeds verleende spoedmachtiging gesloten jeugdhulp en het aansluitende verzoek van de GI. Omdat het voor [naam kind] niet meer te begrijpen is wat er juridisch gebeurt, heeft mr. Bosmans het onderhavige verzoek niet met [naam kind] besproken. Ten aanzien van de gang van zaken met betrekking tot de verschillende verzoeken die door de GI zijn gedaan, sluit mr. Bosmans zich aan bij mr. Van der Pols.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>De beoordeling</title>
    <para>Gelet op het bepaalde in artikel 6.1.2, tweede lid, Jeugdwet kan een machtiging gesloten jeugdhulp slechts worden verleend indien naar het oordeel van de kinderrechter deze jeugdhulp noodzakelijk is in verband met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van de jeugdige naar volwassenheid ernstig belemmeren. Bovendien dient de opneming en het verblijf noodzakelijk te zijn om te voorkomen dat de jeugdige zich aan deze jeugdhulp onttrekt of daaraan door anderen wordt onttrokken.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting is het volgende gebleken. Het spoedverzoek zoals dat door de GI is ingediend en reeds is toegewezen beslaat de periode van 2 oktober 2020 tot 30 oktober 2020. De kinderrechter stelt vast dat op 10 september 2020 reeds een machtiging gesloten jeugdhulp is verleend tot 2 november 2020. Daarmee valt de spoedmachtiging gesloten jeugdhulp zoals deze is verleend op 2 oktober 2020 voor de gehele duur samen met de reeds lopende machtiging gesloten jeugdhulp. Gelet hierop concludeert de kinderrechter dat het belang aan dit spoedverzoek ontbreekt. De kinderrechter zal de spoedmachtiging gesloten jeugdhulp om die reden met onmiddellijke ingang opheffen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kinderrechter zal tevens het verzoek van de GI afwijzen om aansluitend aan de spoedmachtiging gesloten jeugdhulp een machtiging gesloten jeugdhulp te verlenen voor de duur van twee maanden. Aangezien de ondertoezichtstelling op 9 november 2020 afloopt en het onderhavige verzoek van de GI niet is gepaard gegaan met een verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling, resteert slechts een periode van zeven dagen, te weten van 2 november 2020 tot 9 november 2020, waarvoor het verzoek kan worden toegewezen. Voor het overige overschrijdt de duur van het verzoek van de GI de duur van de lopende ondertoezichtstelling. Op grond van artikel 6.1.2, zesde lid, van de Jeugdwet behoeft het verzoek van de GI de instemming van een gekwalificeerde gedragswetenschapper die de jeugdige met het oog daarop kort tevoren heeft onderzocht. De GI heeft verzuimd een dergelijke instemmingsverklaring van de gedragswetenschapper te overleggen. Gelet hierop zal de kinderrechter het verzoek afwijzen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ten overvloede merkt de kinderrechter nog het volgende op. Het is van het allergrootste belang dat er bij (spoed)verzoeken door de GI een correcte en volledige weergave van de feiten en omstandigheden wordt gegeven. De rechtbank dient hier op te kunnen vertrouwen. De kinderrechter stelt vast dat het daaraan heeft ontbroken op 2 oktober 2020. [naam vertegenwoordigster] heeft aangegeven dat een verzoek tot verlenging van de OTS en mogelijk een verlenging van de machtiging gesloten jeugdhulp op dit moment zorgvuldig wordt voorbereid. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>De beslissing</title>
    <para>De kinderrechter:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart vervallen de op 2 oktober 2020 verleende mondelinge spoedmachtiging gesloten jeugdhulp van [naam kind] ;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst het resterende deel van het verzoek af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="3">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <colspec colname="colC" />
        <tbody>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 7 oktober 2020 door mr. M. van Kuilenburg, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. M.C.J. Holierhoek als griffier. </para>
              <para>De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 12 oktober 2020.</para>
              <para />
              <para>De kinderrechter, mr. M. van Kuilenburg, is buiten staat deze beschikking te ondertekenen.</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
              <para />
              <para />
              <para />
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:</para>
              <para>-	door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,</para>
              <para>-	door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.</para>
              <para>Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof<?linebreak?>Den Haag. </para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>