<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2020:11816</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-05-19T18:41:35</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-12-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-12-18</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">20/5578</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#schadevergoedingsuitspraak">Schadevergoedingsuitspraak</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#voorlopigeVoorziening">Voorlopige voorziening</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_bestuursprocesrecht">Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2020:11816">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2020:11816</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-05-19T18:34:12</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-05-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2020:11816 Rechtbank Rotterdam , 18-12-2020 / 20/5578</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2020:11816:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Veelprocedeerder. Afwijzing verzoek om voorlopige voorziening hangende een verzoek om schadevergoeding.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2020:11816:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">Rechtbank Rotterdam</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: ROT 20/5578</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">uitspraak van de voorzieningenrechter van 18 december 2020 als bedoeld in artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [Naam], te [plaats], verzoeker,</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV)</emphasis>, verweerder</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verzoeker vindt dat verweerder (of een voorloper van verweerder) hem ten onrechte ziek heeft gehouden op 22 maart 1999. Verzoeker heeft de rechtbank gevraagd om verweerder te veroordelen tot vergoeding van schade die hij daardoor lijdt of zal lijden<footnote-ref linkend="_876dbd48-02fd-41fb-9f88-2b795426d504" />. Hij heeft daarbij de schade berekend op € 500.025,84. Verzoeker heeft daarnaast aan de voorzieningenrechter gevraagd om alvast een voorlopig oordeel te geven over zijn schadeverzoek. Dit wordt een ‘verzoek om voorlopige voorziening’ genoemd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.	De voorzieningenrechter stelt allereerst vast dat in de hoofdzaak nog beoordeeld zal dienen te worden of verzoeker in zijn verzoek om schadevergoeding ontvankelijk is en of de rechtbank bevoegd is om over een dergelijk schadeverzoek te oordelen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Voordat verzoeker bij de rechtbank een verzoek om schadevergoeding indient, moet hij eerst het betrokken bestuursorgaan schriftelijk vragen om vergoeding van de schade, tenzij dit redelijkerwijs niet van hem kan worden gevergd. Verzoeker moet dit verzoek aan het bestuursorgaan bovendien doen ten minste acht weken voor het indienen van het schadeverzoek bij de rechtbank<footnote-ref linkend="_916daefe-ce53-4dce-93d1-14cfb2a3539e" />.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>Verzoeker heeft het schadeverzoek op 23 oktober 2020 bij de rechtbank ingediend. Uit de door verzoeker ingestuurde stukken blijkt dat hij op 2 oktober 2020 een bezwaarschrift naar verweerder heeft gestuurd, waarin hij aangeeft dat hij recht heeft op een schadevergoeding in verband met onrechtmatig handelen door verweerder na 19 maart 1999. Op het moment van het indienen van het schadeverzoek bij de rechtbank was de termijn van acht weken dus nog niet verstreken. Wat hiervan het gevolg dient te zijn, zal beoordeeld dienen te worden in de hoofdzaak. Vooralsnog zal de voorzieningenrechter dit probleem passeren, omdat de termijn van acht weken inmiddels wel is verstreken.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>Ten aanzien van de gevraagde schadevergoeding tot een bedrag van € 500.025,84 dient het belang van verzoeker bij toewijzing van het verzoek te worden afgewogen tegen het belang van verweerder bij afwijzing van het verzoek. Allereerst is de hoogte van het gevorderde bedrag van belang. Toekenning van een dermate hoog bedrag bij wijze van voorschot in het kader van een voorlopige voorziening brengt voor verweerder het risico mee dat, indien de uitspraak op het verzoek om schadevergoeding niet leidt tot veroordeling van verweerder tot vergoeding van schade, dit bedrag wellicht niet (meer) bij verzoeker kan worden teruggehaald.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>Hiermee komt de vraag aan de orde of er een redelijke mate van waarschijnlijkheid bestaat dat de rechtbank in de bodemprocedure zal oordelen dat verweerder de door verzoeker gestelde schade tot een bedrag van € 500.025,84 dient te vergoeden. Voor vergoeding van schade is in ieder geval vereist dat de gestelde schade verband houdt met onrechtmatig handelen van verweerder op 22 maart 1999. Voorts komen alleen die schadeposten voor vergoeding in aanmerking die in zodanig verband staan met dat handelen dat zij het bestuursorgaan, mede gezien de aard van de aansprakelijkheid en van de schade, als een gevolg van dat handelen kunnen worden toegerekend.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>Voor de voorzieningenrechter is op dit moment niet duidelijk waar verzoeker zijn vordering precies op baseert. Tevens rijst de vraag of het verzoek om schadevergoeding inmiddels niet is verjaard, omdat er inmiddels twintig jaren zijn verstreken na de gebeurtenis waardoor de schade zou zijn veroorzaakt<footnote-ref linkend="_91bc0164-0a15-495d-a55a-7a24ccab0f5d" />. De voorzieningenrechter stelt verder vast dat verweerder nog geen besluit heeft genomen op het verzoek om schadevergoeding. De voorzieningenrechter kan dus ook niet toetsen of verweerder een juist standpunt heeft ingenomen ten aanzien van het verzoek om schadevergoeding. Dit betekent dat de voorzieningenrechter als eerste een oordeel zal moeten vellen over het verzoek om schadevergoeding. Nu het daarbij gaat om een aanzienlijk bedrag, en er bovendien het risico bestaat dat, als de uitspraak in de bodemprocedure niet tot schadevergoeding leidt, het bedrag niet door verzoeker kan worden terugbetaald, vindt de voorzieningenrechter dat toekenning van het verzoek te verstrekkend is en zich niet leent voor de procedure van een voorlopige voorziening. </para>
      <para />
      <para>4. Het verzoek is daarom kennelijk ongegrond, zodat de voorzieningenrechter uitspraak kan doen zonder zitting<footnote-ref linkend="_ac5e37e0-752f-45d9-9747-87b1c2979ba3" />.</para>
      <para />
      <para>5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. A.J. van Spengen, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van E.C. Petrusma, griffier. De uitspraak is in het openbaar gedaan op 18 december 2020.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">De griffier en de voorzieningenrechter zijn verhinderd om de uitspraak te ondertekenen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>griffier	voorzieningenrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Rechtsmiddel</title>
    <para>Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.</para>
  </section>
  <footnote id="_876dbd48-02fd-41fb-9f88-2b795426d504" label="1">
    <para> Verzoeker heeft dit verzoek gedaan op grond van artikel 8:88 van de Algemene wet bestuursrecht.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_916daefe-ce53-4dce-93d1-14cfb2a3539e" label="2">
    <para> Dit staat in artikel 8:90, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_91bc0164-0a15-495d-a55a-7a24ccab0f5d" label="3">
    <para> Zie artikel 8:93 van de Algemene wet bestuursrecht in samenhang met artikel 310 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_ac5e37e0-752f-45d9-9747-87b1c2979ba3" label="4">
    <para> Dit kan op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>