<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2020:11633</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-12-15T15:44:33</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-12-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-11-25</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11/005299-98</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2020:11633">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2020:11633</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-12-15T15:43:10</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-12-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2020:11633 Rechtbank Rotterdam , 25-11-2020 / 11/005299-98</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2020:11633:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>TBS-verlenging met één jaar.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2020:11633:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold caps">Rechtbank Rotterdam</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team straf 2</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 11/005299-98      </para>
      <para>Datum uitspraak: 25 november 2020</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Beslissing van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, met betrekking tot de terbeschikkingstelling van <?linebreak?></para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [naam ter beschikking gestelde]
        </emphasis>, (de ter beschikking gestelde), <?linebreak?>geboren op Curaçao (Nederlandse Antillen) op [geboortedatum ter beschikking gestelde] , </para>
      <para>thans verblijvende op het adres:</para>
      <para>
        [verblijfadres ter beschikking gestelde] , </para>
      <para>raadsman mr. N.M. van Wersch, advocaat te Amsterdam. </para>
    </parablock>
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1. </nr>Inleiding</title>
    <parablock>
      <para>Bij vonnis van de rechtbank Dordrecht van 25 mei 1999 is de terbeschikkingstelling van [naam ter beschikking gestelde] gelast en is zijn verpleging van overheidswege (hierna: dwangverpleging) bevolen. <?linebreak?></para>
      <para>De terbeschikkingstelling is gelast ter zake van drie pogingen tot doodslag. De termijn van de terbeschikkingstelling is aangevangen op 10 november 1999.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij beslissing van 23 december 2019 heeft deze rechtbank de terbeschikkingstelling laatstelijk verlengd met één jaar en is de dwangverpleging voorwaardelijk beëindigd.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>2. </nr>Procesverloop </title>
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft op 6 november 2020 van het openbaar ministerie een vordering tot verlenging van de terbeschikkingstelling ontvangen (artikel 6:6:10, eerste lid aanhef en  onder b van het Wetboek van Strafvordering (Sv)). Bij die vordering zijn de daarbij op grond van artikel 6:6:12 Sv vereiste stukken gevoegd dan wel later toegezonden.<?linebreak?></para>
      <para>De vordering is op de openbare zitting van 25 november 2020 behandeld. De officier van justitie, mr. R.J.A. Segerink, de ter beschikking gestelde, bijgestaan door zijn raadsman, en als deskundige mevrouw M.I.N. van Andel, werkzaam bij Reclassering Nederland, zijn gehoord.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3. </nr>Adviezen</title>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Advies reclassering</emphasis>
      </para>
      <para>De reclassering adviseert in het rapport, gedateerd 25 augustus 2020, de voorwaardelijke beëindiging van de terbeschikkingstelling te verlengen met één jaar.</para>
      <para>De reclassering wenst het ambulante traject van de ter beschikking gestelde zorgvuldig vorm te geven en te monitoren. De verwachting is dat een jaar begeleiding voldoende zal zijn onder de huidige omstandigheden. </para>
      <para>De ter beschikking gestelde laat een langere tijd een stabiel beeld zien. Hulp en ondersteuning zijn hierbij noodzakelijk. Hij herkent zijn risicosignalen en zoekt tijdig hulp bij zijn naaste familie en professionele netwerk. Op deze wijze kan hij zijn spanningen reguleren en frustraties het hoofd bieden. De komende periode is het de bedoeling dat het EFT en daarmee F-RIBW De Blink meer naar de achtergrond zullen treden en de reclassering meer naar de voorgrond. Daarnaast zal het behandelcontact dat de ter beschikking gestelde sinds 1 juli 2020 bij het AC Fivoor heeft, verder moeten bestendigen. Ook is de reclassering voornemens de ter beschikking gestelde aan te melden voor de Maatschappelijke Juridische Dienstverlening (MJD) van Fivoor, zodat hij op termijn praktische ondersteuning krijgt vanuit AC Fivoor. </para>
      <para>
        <emphasis role="underline">Advies psychiater</emphasis>
      </para>
      <para>Psychiater C.A.M. van der Meijs adviseert in zijn rapport, gedateerd 20 augustus 2020, de termijn van de terbeschikkingstelling te verlengen met één jaar.</para>
      <para>De ter beschikking gestelde lijdt aan een ziekelijke stoornis van zijn geestvermogens die is gediagnosticeerd als schizofrenie. Daarbij is sprake van een lichte stoornis in cannabisgebruik, in langdurige remissie. Met betrekking tot het recidiverisico merkt de psychiater op dat dit naar verwachting van laag naar matig toeneemt wanneer het toezicht en de huidige zorg plotseling zouden worden gestaakt. Wanneer de ter beschikking gestelde weer psychotisch zou raken, neemt het risico op recidive toe  naar hoog.<?linebreak?>De psychiater adviseert de termijn van de terbeschikkingstelling met een jaar te verlengen om de ter beschikking gestelde goed voor te kunnen bereiden op een zelfstandig bestaan met voldoende sociale contacten, op het belang van voortzetting van de medicatie en op de (nieuwe) zorgverlening door AC Fivoor. Daarbij dient ook aandacht te blijven uitgaan naar terugvalpreventie. Over een jaar zou het een optie kunnen zijn om het juridisch kader om te zetten naar een zorgmachtiging indien er twijfels zijn of de ter beschikking gestelde de antipsychotische medicatie zal blijven gebruiken.</para>
      <para>
        <emphasis role="underline">Advies psycholoog</emphasis>
      </para>
      <para>Psycholoog A.J. de Groot adviseert in zijn rapport, gedateerd 15 augustus 2020, de termijn van de terbeschikkingstelling te verlengen met één jaar.</para>
      <para>Bij de ter beschikking gestelde is sprake van schizofrenie, een post traumatische stressstoornis (deels in remissie) en een stoornis in het gebruik van cannabis (in langdurige remissie binnen gereguleerde omstandigheden). Het recidiverisico wordt binnen het huidige risicomanagement laag geschat. Zonder externe steun en toezicht is dat risico matig.</para>
      <para>De psycholoog adviseert de voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging te continueren. De reclassering zit goed in de regie en er is sprake van een adequate samenwerking. Het ligt in de rede om over een jaar te toetsen of bij adequaat functioneren een onvoorwaardelijke beëindiging van de maatregel aan de orde kan zijn. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Op de zitting gegeven adviezen</emphasis>
      </para>
      <para>Deskundige Van Andel heeft het verlengingsadvies van de reclassering ter zitting toegelicht en bevestigd dat de begeleiding goed verloopt. De ter beschikking gestelde heeft een goede start gemaakt bij AC Fivoor, werkt goed mee en is medicatietrouw. Wel wordt een aanpassing van de medicatie overwogen, vanwege mogelijke nierproblemen die zouden kunnen ontstaan. Deze aanpassing moet goed gemonitord worden en zal waarschijnlijk in klinische setting moeten plaatsvinden. Vanwege de woning die hij heeft gekregen, heeft hij nog een jaar begeleiding door het EFT. Het ambulante centrum krijgt een steeds prominentere rol. Het klopt dat de psychiater een knelpunt ziet tussen het ziekte-inzicht en het innemen van medicatie. De ter beschikking gestelde heeft echter een goede intrinsieke motivatie en hij ziet zelf dat hij het goed doet op de medicatie. De reclassering heeft daarom vertrouwen in het goede verloop. </para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4. </nr>Standpunt van partijen</title>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Standpunt van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft geconcludeerd tot verlenging van de termijn van de terbeschikkingstelling met één jaar. </para>
      <para>
        <emphasis role="underline">Standpunt van de ter beschikking gestelde</emphasis>
      </para>
      <para>De ter beschikking gestelde en zijn raadsman hebben zich niet verzet tegen verlenging van de termijn van de terbeschikkingstelling.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>5. </nr>Beoordeling</title>
    <para>Op grond van de adviezen van de deskundigen komt de rechtbank tot de volgende oordelen:</para>
    <para>- er is nog steeds sprake van een gebrekkige ontwikkeling van en/of ziekelijke stoornis in de geestvermogens van de ter beschikking gestelde;</para>
    <para>- de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen eist dat de termijn van de terbeschikkingstelling wordt verlengd.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank stelt vast dat het traject van de ter beschikking gestelde, met name de afgelopen jaren, positief is verlopen. Hij laat al langere tijd een stabiel beeld zien, is medicatietrouw en is in staat zijn risicosignalen te herkennen en tijdig hulp te zoeken. Wel is de ter beschikking gestelde nog steeds gebaat bij hulp en ondersteuning. De komende periode dienen in dat verband AC Fivoor en de reclassering meer op de voorgrond te treden. Het is van belang om daarvoor de tijd te nemen, zodat ook met hen een goede samenwerking zal ontstaan. De rechtbank acht het voorts van belang dat de positieve ontwikkeling verder bestendigt en dit, evenals een mogelijke medicatiewissel, wordt gemonitord. De rechtbank zal daarom de vordering toewijzen en de termijn van de terbeschikkingstelling verlengen met één jaar. </para>
    </parablock>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6. </nr>Beslissing</title>
    <para>De rechtbank:	</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">verlengt</emphasis> de termijn van de terbeschikkingstelling met <emphasis role="bold">1 (één) jaar</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beslissing is gegeven door</para>
      <para>mr. A.M.G. van de Kragt, voorzitter, </para>
      <para>en mrs. B.E. Dijkers en F.J. Koningsveld, rechters, </para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. H.C. Fraaij griffier, </para>
      <para>en is in het openbaar uitgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De jongste rechter is buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen deze beslissing kan het openbaar ministerie binnen veertien dagen na de uitspraak en de ter beschikking gestelde binnen veertien dagen na betekening daarvan beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>