<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2020:11397</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-12-16T10:00:31</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-12-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-12-11</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">8328182</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2020:11397">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2020:11397</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-12-11T10:08:18</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-12-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2020:11397 Rechtbank Rotterdam , 11-12-2020 / 8328182</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2020:11397:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Onrechtmatige daad. Hoogte van de schade aan toegangshek niet onderbouwd en daarom afgewezen. Oordeel over schadevergoeding anders dan in geld (artikel 6:103 BW).</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2020:11397:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ROTTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: 8328182 CV EXPL 20-5390</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>uitspraak: 11 december 2020</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [eiseres] </para>
      <para>,</para>
      <para>gevestigd te [vestigingsplaats] , </para>
      <para>eiseres, </para>
      <para>gemachtigde: mr. E.M. Uijttewaal te Ochten (gemeente Neder-Betuwe),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde]
        </emphasis>,</para>
      <para>handelend onder de naam <emphasis role="underline">[naam bedrijf gedaagde]</emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats] (gemeente [gemeente] ), </para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>gemachtigde: mr. D. Bemelmans te Den Haag.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen worden hierna ‘ [eiseres] ’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1. </nr>De procedure</title>
    <para>De kantonrechter heeft kennisgenomen van: </para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>de dagvaarding, met producties van 4 februari 2020;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de conclusie van antwoord, met producties van 21 april 2020;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de conclusie van repliek, met een wijziging van eis en producties, van 16 juni 2020;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de conclusie van dupliek, met één productie van 11 augustus 2020;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de akte uitlaten producties van [eiseres] van 6 oktober 2020.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter heeft de uitspraak van dit vonnis nader bepaald op heden.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2. </nr>De feiten</title>
    <para>Er wordt uitgegaan van de volgende feiten:</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>
        [gedaagde] is op 28 november 2018 met zijn vrachtwagen tegen het toegangshek van [eiseres] aangereden.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>
        [naam bedrijf] schrijft in een aan [eiseres] op 14 december 2018 uitgebrachte offerte, voor zover nu van belang:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Hierbij ontvangt u de offerte voor het vervaardigen en plaatsen van een spijlenhekwerk, geheel in kleur, geplaatst op uw locatie aan de [adres] te Rotterdam.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Bovengenoemd hekwerk (…) kunnen wij voor u plaatsen en fabriceren voor een prijs van</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>€ 6.096,40 excl. btw.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>EMN schrijft in een ‘kort rapport aansprakelijkheid’ van 12 april 2019 aan Risk Verzekeringen, voor zover nu van belang:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Toedracht/oorzaak</emphasis>
        </para>
        <para>Door een aanrijding met het voertuig van verzekerde is schade ontstaan aan het hekwerk van wederpartij.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Schadeomvang</emphasis>
        </para>
        <para>Verzekerde deelde ons mee dat zijn voertuig alleen tegen het schuifportaal aan is gekomen, waardoor dit portaal scheef is komen te staan. Wij ontvingen een door beide partijen ondertekende verklaring (zie <emphasis role="bold">bijlage</emphasis>) waarin staat genoemd, dat schade ontstond aan het voornoemde schuifportaal. Naar onze mening bestaat de schade alleen uit het opnieuw richten en afstellen van het schuifportaal.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Schadevaststelling</emphasis>
        </para>
        <para>Wederpartij heeft een offerte laten opstellen door [naam bedrijf] inzake de vervanging van een groot deel van het hekwerk. De offerte sluit op € 6.096,40 exclusief btw. Het betreft echter een “oud” hekwerk (minimaal 15 jaar oud). Daarnaast is er sprake van veel reeds bestaande schade. Foto’s hiervan zijn reeds in uw bezit. Wederpartij gaf aan een geschil te hebben met verzekerde en geen interesse te hebben in het standpunt van de verzekeraar van verzekerde. Het hekwerk zou door wederpartij zelf niet zijn verzekerd.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Bij het vaststellen van de schade zijn wij uitgegaan van het opnieuw richten en afstellen van het schuifportaal. Op basis van een eigen calculatie hebben wij de herstelkosten vastgesteld op <emphasis role="bold">€ 375,00 exclusief btw</emphasis>.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4</nr>
      <para>
        [gedaagde] heeft het schadebedrag dat hij erkent (€ 375,00) tijdens deze procedure aan [eiseres] betaald.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3. </nr>Het geschil</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>
        [eiseres] vordert, na een wijziging van haar eis, met rente, € 4.023,84 aan incassokosten en veroordeling van [gedaagde] in de kosten van de procedure:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">primair </emphasis>
          [gedaagde] te veroordelen een schadevergoeding van € 7.376,64 (het bedrag uit de onder 2.2 genoemde offerte vermeerderd met de omzetbelasting) aan haar te betalen;</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">subsidiair</emphasis> [gedaagde] ertoe te veroordelen voor zijn rekening een derde de opdracht te geven haar hek terug te brengen in de staat waarin het zich bevond voordat [gedaagde] daar met zijn vrachtwagen tegenaan reed.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>
        [gedaagde] voert verweer tegen de vordering.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>Voor zover voor de beoordeling van belang, wordt hierna ingegaan op de stellingen waarmee [eiseres] en [gedaagde] de vordering en het verweer daartegen (verder) onderbouwen.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4. </nr>De beoordeling</title>
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <parablock>
        <para>Als [gedaagde] met zijn vrachtwagen tegen het toegangshek van [eiseres] rijdt, moet hij de schade die [eiseres] daardoor lijdt vergoeden (artikel 6:162 BW). Dat [gedaagde] aansprakelijk is voor de schade die [eiseres] lijdt, en dat [eiseres] schade lijdt erkent [gedaagde] door in ieder geval </para>
        <para>€ 375,00 aan [eiseres] betaald te hebben, staat niet ter discussie. De vraag is alleen hoe hoog de schade dan is.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>
        [eiseres] stelt dat haar schade € 7.376,64 (inclusief omzetbelasting) bedraagt. Dat dit zo is blijkt echter niet. [eiseres] verwijst ter onderbouwing van haar schade alleen naar de door [naam bedrijf] uitgebrachte offerte (zie 2.2). In die offerte staat weliswaar het bedrag dat [eiseres] aan schade noemt, maar [naam bedrijf] biedt niet aan de schade te herstellen. [naam bedrijf] biedt aan voor het genoemde bedrag een heel nieuw hek te plaatsen. [eiseres] onderbouwt niet welke schade is ontstaan door de aanrijding en hoeveel het kost om díe schade te herstellen. [eiseres] richt haar pijlen in haar stukken met name op hoe [gedaagde] onderbouwt dat de schade € 375,00 bedraagt. Het is echter niet aan [gedaagde] om te stellen en te bewijzen hoe hoog de schade is. Het is aan [eiseres] om dit te doen, temeer nu [gedaagde] gemotiveerd, met foto’s onderbouwd, aanvoert dat het toegangshek ook voor de aanrijding al niet in al te beste staat verkeerde. [eiseres] brengt hier onvoldoende tegenin. Dat [eiseres] € 7.376,64 aan schade lijdt onderbouwt zij niet (voldoende). Verder zijn er geen aanknopingspunten om een ander bedrag dan gevorderd toe te wijzen. De primaire vordering van [eiseres] moet daarom afgewezen worden.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>De subsidiaire vordering van [eiseres] [gedaagde] ertoe te veroordelen voor zijn rekening een derde de opdracht te geven haar hek terug te brengen in de staat waarin het zich bevond voordat [gedaagde] daar met zijn vrachtwagen tegenaan reed, is ook niet toewijsbaar. De vraag die hierbij van belang is is namelijk: in welke staat bevond het hek zich dan voordat [gedaagde] daar met zijn vrachtwagen tegenaan reed? [eiseres] beantwoordt die vraag in deze procedure echter niet. Een veroordeling van [gedaagde] zoals [eiseres] dit subsidiair voor ogen staat, zal daarom meer problemen opleveren dan dat het oplost. De kantonrechter ziet daarom geen aanleiding af te wijken van de hoofdregel dat een schadevergoeding in geld wordt betaald.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4</nr>
      <para>De primaire en de subsidiaire vordering van [eiseres] zijn dus niet toewijsbaar. Aan de beoordeling van de gevorderde rente en de incassokosten komt de kantonrechter daarom niet toe.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5</nr>
      <para>Het staat niet ter discussie dat [eiseres] schade heeft geleden aan haar hek doordat [gedaagde] daar met zijn vrachtwegen tegenaan gereden is. [gedaagde] erkent immers aansprakelijk te zijn voor een schade van € 375,00. Dit kan al afgeleid worden uit de brief van 12 april 2019 (zie 2.3). Op het moment dat [eiseres] [gedaagde] dagvaardde was dit bedrag echter nog niet betaald. Dat is pas tijdens deze procedure gebeurd. Er kan dus niet gezegd worden dat [eiseres] [gedaagde] geheel onterecht in deze procedure betrokken heeft en evenmin kan gezegd worden dat [eiseres] geheel de in het ongelijk gestelde partij is. In het feit dat [gedaagde] tijdens deze procedure een bedrag aan schade aan [eiseres] betaald heeft, in combinatie met het feit dat het bedrag dat [eiseres] in deze zaak vordert níet toewijsbaar is, ziet de kantonrechter aanleiding te bepalen dat ieder van de partijen de eigen kosten van deze procedure draagt.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6</nr>
      <para>Omdat geen van de partijen iets aan de ander hoeft te betalen, heeft het geen zin om dit vonnis ‘uitvoerbaar bij voorraad’ te verklaren. Die vordering wordt daarom afgewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5. </nr>De beslissing</title>
    <para>De kantonrechter:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst de vordering van [eiseres] af;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bepaalt dat ieder van de partijen de eigen kosten van deze procedure draagt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. I.K. Rapmund en uitgesproken ter openbare terechtzitting.</para>
      <para>686</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>