<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2020:10766</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-12-01T14:51:39</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-11-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-11-06</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/10/606730 / JE RK 20-2963</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2020:10766">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2020:10766</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-12-01T14:51:06</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-12-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2020:10766 Rechtbank Rotterdam , 06-11-2020 / C/10/606730 / JE RK 20-2963</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2020:10766:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2020:10766:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ROTTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Jeugdrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: C/10/606730 / JE RK 20-2963</para>
      <para>Datum uitspraak: 6 november 2020</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de Raad voor de Kinderbescherming,</bridgehead>
    <para>regio Rotterdam-Dordrecht, locatie Rotterdam, hierna te noemen: de Raad,</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>betreffende</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [naam minderjarige] , </bridgehead>
    <parablock>
      <para>geboren op [geboortedatum minderjarige] 2007 te [geboorteplaats minderjarige] ,</para>
      <para>hierna te noemen: [voornaam minderjarige] . </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kinderrechter merkt als belanghebbende aan: </para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [naam moeder] ,</bridgehead>
    <parablock>
      <para>hierna te noemen: de moeder,</para>
      <para>wonende te: [woonplaats moeder] .</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Het procesverloop</title>
    <parablock>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen van de Raad van </para>
      <para>23 oktober 2020, ingekomen bij de griffie op 27 oktober 2020.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 6 november 2020 heeft de kinderrechter de zaak tijdens de mondelinge behandeling met gesloten deuren behandeld. </para>
      <para>Verschenen zijn:<?linebreak?>-	[voornaam minderjarige] , die apart is gehoord;<?linebreak?>-	een vertegenwoordiger van de Raad, dhr. [naam vertegenwoordiger] ;<?linebreak?>-	een vertegenwoordigster van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming west </para>
      <para>	Dordrecht, mw. [naam vertegenwoordigster] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Opgeroepen en niet verschenen is:</para>
      <para>-	de moeder.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De feiten</title>
    <para>Het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige] wordt uitgeoefend door de moeder.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [voornaam minderjarige] verblijft op een groep van Sterk Huis in Teteringen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Het verzoek</title>
    <para>De Raad heeft een ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] verzocht voor de duur van negen maanden, met uitvoerbaarverklaring bij voorraad. Tevens is de uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een gezinsvervangende voorziening verzocht voor de duur van de ondertoezichtstelling.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Raad heeft het verzoek ter zitting gehandhaafd en als volgt toegelicht. In de komende periode moet duidelijk worden of de moeder in staat is om haar verantwoordelijkheden als gezaghebbende ouder te dragen. Indien de moeder onvoldoende verandering laat zien moet er gekeken worden naar een verderstrekkende maatregel. [voornaam minderjarige] ontwikkelt zich verder goed op de groep. Het is knap hoe zij haar leven heeft opgepakt en hoe zij zich makkelijk aanpast. Daarnaast moet onderzocht worden of de familie van [voornaam minderjarige] een rol kan spelen in de opvoeding van [voornaam minderjarige] .</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Het standpunt van de GI</title>
    <para>De GI heeft zich ter zitting aangesloten bij het verzoek van de Raad. Het is van belang dat een neutrale derde de belangen van [voornaam minderjarige] gaat vertegenwoordigen. Gelet op de complexe geschiedenis moet onderzocht worden of een terugplaatsing bij de moeder wel haalbaar is. </para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De mening van [voornaam minderjarige]</title>
    <para> is het eens met het verzoek van de Raad. [voornaam minderjarige] vindt het fijn op de groep in Teteringen. Zij wil wel weer terug naar haar moeder, maar dan moet de moeder eerst veranderen en daar is veel tijd voor nodig. </para>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>De beoordeling</title>
    <para>Op basis van de stukken en de mondelinge behandeling is de kinderrechter van oordeel dat is voldaan aan het wettelijke criterium genoemd in artikel 1:255 van het Burgerlijk Wetboek (BW).</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De ontwikkelingsbedreiging van [voornaam minderjarige] is gelegen in de opvoedsituatie bij de moeder thuis. De moeder kampt met persoonlijke problematiek en is niet in staat om [voornaam minderjarige] een stabiele opvoedsituatie te bieden. Daarnaast is de onderlinge relatie tussen [voornaam minderjarige] en de moeder ernstig verstoord. De moeder lijkt vanuit haar persoonlijke emoties te handelen en zij verliest daarbij het belang van [voornaam minderjarige] uit het oog. Omdat er te veel conflicten tussen [voornaam minderjarige] en de moeder plaatsvonden, heeft [voornaam minderjarige] er voor gekozen om uit huis te gaan. [voornaam minderjarige] verblijft sinds juni 2020 op een leefgroep in Teteringen waar zij zich prettig voelt. [voornaam minderjarige] ontwikkelt zich hier goed. Ze gaat naar school en heeft vriendinnen op de groep. [voornaam minderjarige] is erg zelfstandig en houdt zich aan de regels en afspraken. Ze kan daarnaast goed verwoorden waar de zorgen liggen met betrekking tot haar thuissituatie. De moeder lijkt in de afgelopen periode afstand te hebben genomen van [voornaam minderjarige] . De beperkte contactmomenten zijn wisselend verlopen en het is onvoldoende duidelijk in hoeverre de moeder in staat is om emotioneel en pedagogisch aan te sluiten bij wat [voornaam minderjarige] nodig heeft. In de komende periode is het van belang dat er contactherstel plaatsvindt tussen [voornaam minderjarige] en de moeder. Het is daarbij noodzakelijk dat de moeder hulpverlening krijgt voor haar eigen problematiek. Omdat de moeder een ambivalente houding heeft richting de hulpverlening en een beperkt probleeminzicht, wordt de betrokkenheid van een jeugdbeschermer noodzakelijk geacht. De kinderrechter zal daarom [voornaam minderjarige] onder toezicht stellen voor de duur van negen maanden. In deze periode dient ook te worden onderzocht waar het perspectief van [voornaam minderjarige] ligt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ook is de kinderrechter van oordeel dat de uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding, zoals genoemd in artikel 1:265b (BW). Gelet op de instabiele thuissituatie en de verstoorde ouder-kind relatie is een thuisplaatsing op dit moment niet in haar belang. De kinderrechter zal daarom de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] verlenen voor de duur van negen maanden.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>De beslissing</title>
    <para>De kinderrechter:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>stelt [voornaam minderjarige] onder toezicht van de gecertificeerde instelling Stichting Jeugdbescherming west Dordrecht tot 6 augustus 2021;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een accommodatie jeugdhulpaanbieder tot 6 augustus 2021;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="3">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <colspec colname="colC" />
        <tbody>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op door mr. W.J. Loorbach, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. W.A. Graven, als griffier. Deze beslissing is schriftelijk vastgesteld op 24 november 2020.</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <parablock>
      <para>Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:</para>
    </parablock>
    <para>- door de verzoekers en de belanghebbende(n) aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;</para>
    <para>- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.</para>
    <para>Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Den Haag.</para>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>