<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2020:10237</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-11-16T12:00:08</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-11-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-11-12</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">ROT 20/5557</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#voorlopigeVoorziening">Voorlopige voorziening</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2020:10237">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2020:10237</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-11-13T09:33:56</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-11-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2020:10237 Rechtbank Rotterdam , 12-11-2020 / ROT 20/5557</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2020:10237:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verzoek om voorlopige voorziening. Verweerder heeft beslag gelegd op verzoekers inkomen. Op verzoek van verzoeker heeft verweerder de beslagvrije voet vanaf augustus verhoogd. De beslagvrije voet is het gedeelte van het inkomen waar verweerder geen beslag op mag leggen. Verzoeker heeft aan de voorzieningenrechter gevraagd om te bepalen dat de beslagvrije voet over de periode vóór augustus ook wordt verhoogd. De voorzieningenrechter legt in klare taal uit waarom verzoeker geen spoedeisend belang heeft bij dit verzoek. Het verzoek wordt daarom afgewezen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2020:10237:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ROTTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: ROT 20/5557</para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      <?linebreak?>uitspraak van de voorzieningenrechter van 12 november 2020 in de zaak tussen</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">
      [verzoeker] , te [plaats] , verzoeker(gemachtigde: mr. N. Talhaoui),</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV)</emphasis>, verweerder<?linebreak?>(gemachtigde: J. Schuller-Middelkoop).</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 18 augustus 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder aan verzoeker laten weten dat de beslagvrije voet met betrekking tot het beslag op verzoekers inkomen, niet met terugwerkende kracht wordt verhoogd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit bezwaar gemaakt. Hij heeft de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Waar gaat het in deze zaak om?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. Verzoeker heeft een schuld bij verweerder en verweerder heeft beslag gelegd op verzoekers inkomen. Verweerder moet daarbij rekening houden met de beslagvrije voet. Dit is het gedeelte van het inkomen wat verzoeker zelf mag houden, zodat hij in zijn levensonderhoud kan voorzien. Bij besluit van 11 augustus 2020 heeft verweerder de beslagvrije voet op verzoek van verzoeker verhoogd. Verzoeker heeft aan verweerder gevraagd om de beslagvrije voet ook met terugwerkende kracht te verhogen, dus over de periode voor 11 augustus 2020. In het bestreden besluit heeft verweerder gezegd dat hij de beslagvrije voet niet met terugwerkende kracht verhoogt, omdat verzoeker niet heeft gereageerd op eerdere brieven van verweerder om de beslagvrije voet <emphasis role="italic">toen</emphasis> te beoordelen.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Spoedeisend belang</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2. De voorzieningenrechter kan een voorlopige voorziening treffen als er sprake is van een spoedeisend belang.</para>
    <para />
    <para>3. Verzoeker heeft aan de voorzieningenrechter gevraagd om te bepalen dat de beslagvrije voet ook met terugwerkende kracht wordt verhoogd.</para>
    <para />
    <para>4. De griffier van de rechtbank heeft aan verzoeker gevraagd waarom hij niet kan wachten op de beslissing op zijn bezwaarschrift. Daarbij is aan verzoeker gevraagd om inzicht te geven in zijn financiële positie en dit met bewijsstukken te onderbouwen. Aan verzoeker is gevraagd in te gaan op de vraag waarin hij op dit moment, ook na verhoging van de beslagvrije voet, niet genoeg inkomen heeft waardoor sprake is van een acute financiële noodsituatie of een acuut dreigende huisuitzetting.</para>
    <para />
    <para>5. Verzoeker heeft op 27 oktober 2020 een reactie gestuurd naar de rechtbank, maar heeft daarbij niets gezegd over waarom hij op dit moment een spoedeisend belang heeft bij het treffen van een voorlopige voorziening. Ook heeft hij geen financiële gegevens ingestuurd.</para>
    <para />
    <para>6. De voorzieningenrechter kan een voorlopige voorziening treffen als er sprake is van een zodanig spoedeisend belang, dat verzoeker niet kan wachten op een beslissing op zijn bezwaarschrift. Dit betekent dat een voorlopige voorziening (met name) is gericht op de toekomst, namelijk de periode vanaf het indienen van het verzoek tot aan de beslissing op bezwaar. De voorzieningenrechter zal daarom niet snel een voorlopige voorziening treffen die ziet op periodes uit het verleden.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>In dit geval vraagt verzoeker de voorzieningenrechter juist om een voorlopige voorziening te treffen over een periode uit het verleden. Verzoeker wil met dit verzoek bereiken dat hij een deel van zijn inbeslaggenomen inkomen weer terugkrijgt. Verweerder heeft bij de beslaglegging op verzoekers inkomen echter rekening gehouden met de voor verzoeker geldende beslagvrije voet. Verzoeker beschikt hierdoor in principe over voldoende inkomsten om op dit moment in zijn levensonderhoud te kunnen voorzien. Verzoeker heeft niet aangegeven waarom dit niet voldoende zou zijn, zelfs niet nadat de griffier van de rechtbank hem expliciet om een nadere toelichting heeft gevraagd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>7. Gelet hierop acht de voorzieningenrechter het verzoek niet spoedeisend. Het verzoek is daarom kennelijk ongegrond, zodat de voorzieningenrechter uitspraak kan doen zonder zitting<footnote-ref linkend="_5fa37d13-3314-4c80-8b78-e1a57204a54b" />.</para>
    <para />
    <para>8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. A.J. van Spengen, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van E.C. Petrusma, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 12 november 2020.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">De voorzieningenrechter is verhinderd om de uitspraak te ondertekenen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>griffier</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>voorzieningenrechter</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Rechtsmiddel</title>
    <para>Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open. </para>
  </section>
  <footnote id="_5fa37d13-3314-4c80-8b78-e1a57204a54b" label="1">
    <para> Dit kan op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>