<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2020:10142</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-11-10T15:37:22</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-11-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-10-23</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">8481320 CV EXPL 20-12866</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2020:10142">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2020:10142</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-11-10T14:45:35</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-11-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2020:10142 Rechtbank Rotterdam , 23-10-2020 / 8481320 CV EXPL 20-12866</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2020:10142:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Tussenvonnis, aangezien gebleken is dat gedaagde vóór het uitbrengen van de dagvaarding failliet is verklaard. Eiser mag zich bij akte hierover uitlaten.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2020:10142:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ROTTERDAM</bridgehead>
    <para>zaaknummer: 8481320 CV EXPL 20-12866</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>uitspraak: 23 oktober 2020</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam,</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiser] ,</emphasis>
      </para>
      <para>wonende te [woonplaats eiser] ,</para>
      <para>eiser,</para>
      <para>gemachtigde: [naam gemachtigde] , <?linebreak?></para>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde] ,</emphasis>
      </para>
      <para>wonende te [woonplaats gedaagde] , </para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>die procedeert in persoon.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen worden hierna aangeduid als ‘ [eiser] ’ en ‘ [gedaagde] ’.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1. </nr>Het verloop van de procedure</title>
    <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
    <orderedlist numeration="arabic">
      <listitem>
        <para>de dagvaarding van 17 januari 2020, met bijlagen;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>het mondelinge antwoord van [gedaagde] d.d. 13 juni 2020;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de conclusie van repliek;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de conclusie van dupliek.</para>
      </listitem>
    </orderedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het vonnis is nader bepaald op heden. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2. </nr>Het geschil</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>
        [eiser] vordert dat [gedaagde] bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, wordt veroordeeld tot betaling aan [eiser] van € 14.508,41, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 11.914,- vanaf 1 februari 2019 tot aan de dag van algehele voldoening, met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten en de nakosten.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>Het gevorderde bedrag van € 14.508,41 bestaat uit € 11.914,- aan hoofdsom, € 1.081,91 aan buitengerechtelijke incassokosten en € 1.512,50 ter zake juridische bijstand.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>
        [eiser] heeft het volgende aan zijn vordering ten grondslag gelegd. Partijen hebben een koopovereenkomst met elkaar gesloten inzake de levering van alcoholische dranken. [gedaagde] heeft de producten niet geleverd en is daardoor tekort geschoten in de nakoming van zijn verplichtingen uit hoofde van de overeenkomst. [gedaagde] is daarom verplicht de schade te vergoeden die [eiser] heeft geleden.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4</nr>
      <para>
        [gedaagde] is het niet eens met de vordering van [eiser] . Hij voert daartegen – kort gezegd – aan dat hij de producten niet heeft geleverd omdat [eiser] zijn betalingsverplichting niet volledig is nagekomen. </para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3. </nr>De beoordeling</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>Gebleken is dat [gedaagde] per 13 augustus 2019 failliet is verklaard. Het betreft in deze zaak een geldvordering die voldoening uit de boedel ten doel heeft. De vordering kan daarom in beginsel niet tegen [gedaagde] worden ingesteld, maar moet ter verificatie worden ingediend bij de curator (zie artikel 26 Fw). Dat zou betekenen dat [eiser] in zijn vordering niet-ontvankelijk is. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>
        [eiser] wordt eerst in de gelegenheid gesteld zich over het voorgaande uit te laten, nu het faillissement van [gedaagde] geen onderdeel van het debat is geweest. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>Iedere verdere beslissing wordt in dit stadium aangehouden.  </para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4. </nr>De beslissing</title>
    <para>De kantonrechter<emphasis role="bold">:</emphasis></para>
    <para />
    <parablock>
      <para>verwijst de zaak naar de rolzitting van dinsdag <emphasis role="bold">17 november 2020 </emphasis>alwaar [eiser] zich bij akte mag uitlaten over het voorstaande;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst [eiser] erop dat de akte in tweevoud ingestuurd moet worden en uiterlijk de dag vóór de rolzitting om 12.00 uur door de rechtbank ontvangen moet zijn; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst [eiser] erop dat hij ook op grond van een tijdelijke regeling een e-mailbericht mag sturen aan <emphasis role="underline">kantondagvaarding.rtm@rechtspraak.nl</emphasis>;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>houdt iedere verdere beslissing aan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. R. Kruisdijk en uitgesproken ter openbare terechtzitting.</para>
      <para>43416</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>