<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2019:9562</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-12-06T13:20:25</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-12-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-11-27</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">586547 / HA RK 19-1411</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#wraking">Wraking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_burgerlijkProcesrecht">Civiel recht; Burgerlijk procesrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2019:9562">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2019:9562</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-12-06T13:19:35</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-12-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2019:9562 Rechtbank Rotterdam , 27-11-2019 / 586547 / HA RK 19-1411</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2019:9562:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verzoeker niet-ontvankelijk in wrakingsverzoeken. Het verzoek tot wraking van de rechters van de wrakingskamer mist feitelijke grondslag nu uit de beslissing van de wrakingskamer van 31-10-2019 blijkt dat aan verzoeker een schriftelijke uitnodiging voor de zitting van de wrakingskamer is toegezonden. Op 31-10-2019 heeft de wrakingskamer – in welke kamer de rechter zitting nam – een beslissing uitgesproken. Die uitspraak is een eindbeslissing waarmee de behandeling van de zaak door de rechter is geëindigd. Het wrakingsverzoek is op 13-11-2019 en derhalve na de uitspraak van voormelde beslissing ingediend.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2019:9562:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <emphasis role="bold caps">Rechtbank Rotterdam </emphasis>
      <?linebreak?>
    </para>
    <para>Meervoudige kamer voor wrakingszaken</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer /  rekestnummer: 586547 / HA RK 19-1411 </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beslissing van 27 november 2019 </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op het verzoek van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [naam verzoeker]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>verzoeker, hierna aangeduid als [naam verzoeker] ,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>strekkende tot wraking van:</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">mr. M. de Geus</emphasis>, rechter in de wrakingskamer van de rechtbank Rotterdam</para>
      <para>en</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">de rechters van de wrakingskamer in de rechtbank Rotterdam</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Het procesverloop en de processtukken</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>De wrakingskamer in de rechtbank Rotterdam heeft op 31 oktober 2019 een beslissing uitgesproken ten aanzien van het verzoek van verzoeker tot wraking van rechters mr. I. de Greef en mr. R. Kruisdijk. In die wrakingskamer namen zitting als rechters: mr. P.C. Santema, mr. M. de Geus en mr. M.G.L. de Vette (hierna: de eerste wrakingskamer). Die wrakingsprocedure heeft als kenmerk 583320 / HA RK 19-1157.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Bij brief van 13 november 2019 heeft verzoeker rechter mr. M. de Geus gewraakt. Die brief heeft – voor zover van belang – als inhoud:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">“…….</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Onderwerk: Wraking van de Rechter (mr. M. de Geus).</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(ZaakNummer / RekestNummer: 583320 / HA RK 19-1157</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Geachte heer/mevrouw,</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Rechter M. de Geus, die word bij deze schriftelijk gewraakt, naar aanleiding van zijn zitting,</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Waarvoor hij nooit een gedegen oproep heeft verzonden.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">U bent vooringenomen geweest, en U heeft dus de schijn van Partijdigheid gewekt</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">U bent bij deze, schriftelijk gewraakt, (voordat er een definitieve uitspraak is gedaan).</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Hoogachtend,</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">…….”</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>Bij brief van 15 november 2019 heeft de algemeen secretaris van de wrakingskamer aan verzoeker het volgende meegedeeld en gevraagd:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">“…….</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Geachte heer [naam verzoeker] ,</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">U heeft op 13 november jl. bij de Centrale Informatiebalie van de rechtbank Rotterdam een brief ingediend, waarin u rechter mr. M. de Geus wraakt.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Daarin schrijft u onder meer dat u die rechter wraakt naar aanleiding van zijn zitting en u noemt het zaaknummer / rekestnummer 583320 / HA RK 19-1157.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Dat kenmerk betreft een wrakingsprocedure, waarin de wrakingskamer reeds op 31 oktober 2019 een eindbeslissing heeft uitgesproken. U heeft een exemplaar van die uitspraak toegezonden gekregen. In die wrakingskamer namen als rechters zitting – behalve mr. M. de Geus – mr. P.C. Santema en mr. M.G.L. de Vette.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Wraking van een rechter is alleen mogelijk indien de rechter een zaak van u behandelt. </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Mr. M. de Geus was – evenals de twee andere genoemde rechters – met het doen van de uitspraak van 31 oktober jl. klaar met de behandeling van uw wrakingszaak. Nu nog mr. De Geus wraken zal dus hoogstwaarschijnlijk leiden tot een niet-ontvankelijkheid.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Wilt u ondanks het vorenstaande toch dat uw verzoek tot wraking van mr. De Geus door de wrakingskamer wordt behandeld?</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Of heeft rechter mr. De Geus op dit moment nog een andere zaak van u in behandeling, waarvan u het kenmerk nog niet hebt genoemd? Als dat zo is, verneem ik graag welke zaak dat is en wat het kenmerk van die zaak is.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Hoogachtend,</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">…….”</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4.</nr>
      <para>Bij brief van 17 november 2019, ingekomen ter griffie op 19 november 2019, heeft verzoeker het volgende meegedeeld:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">“…….</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Geachte heer/mevrouw,</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Aangezien de Wrakingskamer, mij nog steeds geen gedegen oproep heeft verzonden, naar aanleiding van het eerste Wrakingskamer, word de WrakingsKamer dus ook schriftelijk gewraakt. (volgens de WrakingsProcedure, zie Bijlage)</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">U bent vooringenomen en/of partijdig, omdat U naast een gedegen wrakingszitting-oproep ook geen processtukken en/of dossier heeft verzonden.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">U bent al vanaf het begon vooringenomen geweest, en U heeft dus de schijn van Partijdigheid gewerkt. Door het door de griffier, laten noteren, van valse en/of vedraaide verklaringen!</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">U bent bij deze, schriftelijk gewraakt, (vlak voor de Uitspraak van ergens in november 2019)</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Hoogachtend,</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">…….”</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.5.</nr>
      <para>Aan de wrakingskamer is ter beschikking gesteld het dossier van de hiervoor omschreven wrakingsprocedure, waarin zich onder meer bevindt de beslissing van 31 oktober 2019.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het verzoek</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Ter adstructie van het wrakingsverzoek heeft verzoeker aangevoerd hetgeen hiervoor in rechtsoverwegingen 1.2. en 1.4. is geciteerd uit zijn brieven van 13 november 2019 en 17 november 2019.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">het verzoek tot wraking van de rechters van de wrakingskamer</emphasis>
      </para>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>3.1.1.</nr>
        <para>De wrakingskamer leest de brief van 17 november 2019 van verzoeker aldus, dat hij de rechters wraakt van deze tweede wrakingskamer, nog voor deze een beslissing kan nemen en uitspreken.</para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>3.1.2.</nr>
        <parablock>
          <para>De wrakingskamer laat het verzoek tot wraking van de rechters van de tweede wrakingskamer buiten behandeling omdat zij van oordeel is dat sprake is van evident misbruik van recht. </para>
          <para>Uit de beschikking van 31 oktober 2019 blijkt immers dat aan verzoeker een schriftelijke uitnodiging is toegezonden voor de zitting van de eerste wrakingskamer, alwaar zijn verzoek tot wraking van rechters mr. De Greef en mr. Kruisdijk is behandeld. Het verzoek mist derhalve feitelijke grondslag. </para>
          <para>Voor de thans ten aanzien van het voorliggende verzoek te geven beslissing is een mondelinge behandeling niet noodzakelijk, zodat die behandeling achterwege wordt gelaten en evenmin een oproeping van verzoeker voor een zitting wordt toegezonden. </para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>3.1.3.</nr>
        <para>Gelet op deze omstandigheden kan het verzoek tot wraking van de rechters van de tweede wrakingskamer in redelijkheid niet anders worden verstaan dan als de aanwending van de bevoegdheid tot wraking voor een ander doel dan waarvoor deze is gegeven (welk toetsingskader volgt uit het arrest van de Hoge Raad van 25 september 2018, ECLI:NL:HR:2018:1770).</para>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">het verzoek tot wraking van rechter mr. M. de Geus</emphasis>
      </para>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>3.2.1.</nr>
        <para>Wraking is een middel ter verzekering van de onpartijdigheid van de rechter. Op grond van hetgeen is bepaald in artikel 36 Rv kan de rechter die een zaak behandelt worden gewraakt. Het middel is derhalve toegekend aan een partij die wenst te voorkomen dat een rechter die jegens een partij een vooringenomenheid koestert, althans aan een partij die dienaangaande bestaande vrees heeft die objectief gerechtvaardigd is, (nog langer) bemoeienis met de zaak zal hebben. Dat doel kan niet meer worden bereikt als de rechter reeds een einduitspraak heeft gedaan omdat de behandeling van de zaak daarmee is geëindigd. </para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>3.2.2.</nr>
        <para>Op 31 oktober 2019 heeft de eerste wrakingskamer – in welke kamer mr. M. de Geus zitting nam – een beslissing uitgesproken. Die uitspraak is een eindbeslissing waarmee de behandeling van de zaak door rechter mr. M. de Geus is geëindigd.</para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>3.2.3.</nr>
        <parablock>
          <para>Het wrakingsverzoek is op 13 november 2019 en derhalve na de uitspraak van voormelde beslissing ingediend. Uit het vorenstaande volgt dat rechter mr. M. de Geus de zaak van verzoeker niet meer behandelde op het moment dat het verzoek tot wraking is gedaan. </para>
          <para>Gelet op het voorafgaande is voor de  te geven beslissing een mondelinge behandeling niet noodzakelijk, zodat die behandeling achterwege wordt gelaten en evenmin een oproeping van verzoeker voor een zitting wordt toegezonden. </para>
          <para>Verzoeker is kennelijk niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot wraking van rechter mr. M. de Geus. Verzoeker zal op die grond, met toepassing van het bepaalde in artikel 9.1, aanhef en onder c, van het Wrakingsprotocol van deze rechtbank en zonder behandeling van het verzoek ter zitting niet-ontvankelijk worden verklaard in het verzoek. </para>
        </parablock>
        <para />
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot wraking van de rechters van de wrakingskamer;</para>
    <para />
    <para>- verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in het verzoek tot wraking van mr. M. de Geus.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beslissing is gegeven door mr. R.R. Roukema, voorzitter, mr. J.J. van den Berg en <?linebreak?>mr. I.K. Rapmund, rechters en door de voorzitter uitgesproken ter openbare terechtzitting van 27 november 2019 in tegenwoordigheid van J.A. Faaij, griffier. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Verzonden op: </para>
      <para>aan: </para>
    </parablock>
    <para>- verzoeker</para>
    <para>- mr. M. de Geus</para>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>