<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2019:9554</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-12-06T10:39:55</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-12-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-11-21</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">584109 / HA RK 19-1217</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#wraking">Wraking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht_strafprocesrecht">Strafrecht; Strafprocesrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2019:9554">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2019:9554</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-12-06T10:39:01</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-12-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2019:9554 Rechtbank Rotterdam , 21-11-2019 / 584109 / HA RK 19-1217</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2019:9554:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Wrakingsverzoek niet-ontvankelijk met bepaling dat een volgend wrakingsverzoek in deze zaak niet in behandeling wordt genomen. Het verzoek tot wraking richt zich tegen alle rechters van de rechtbank Rotterdam. Uit de toelichting bij het wrakingsverzoek blijkt dat verzoeker beoogt verwijzing naar een andere rechtbank te bewerkstelligen. Misbruik van de mogelijkheid te wraken.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2019:9554:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">Rechtbank Rotterdam </bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Meervoudige kamer voor wrakingszaken</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer/rekestnummer: 584109 HA RK 19-1217</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beslissing van 21 november 2019</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op het verzoek van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [naam verzoeker]
        </emphasis>,</para>
      <para>ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:</para>
      <para>
        [adres] , </para>
      <para>verzoeker,</para>
      <para>advocaat mr. K. Blonk te Rotterdam.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>strekkende tot wraking van:</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">alle rechters</emphasis> in de rechtbank Rotterdam. </para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Het procesverloop en de processtukken</title>
    <parablock>
      <para>Ter zitting van de politierechter mr. J. Bergen (hierna: de politierechter) van 15 oktober 2019 zijn behandeld de tegen verzoeker aanhangig gemaakte strafzaken met parketnummer </para>
      <para>10.151405-19 en 10.222948-18. Verzoeker heeft tijdens die zitting wraking van alle rechters in de rechtbank Rotterdam verzocht. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan de wrakingskamer is ter beschikking gesteld het dossier van de hiervoor omschreven strafzaken, waarin zich onder meer bevindt het proces-verbaal van de zitting van 15 oktober 2019. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verzoeker, de rechter en de officier van justitie zijn uitgenodigd voor de zitting waarop het wrakingsverzoek is behandeld. De politierechter is in de gelegenheid gesteld voorafgaand aan de zitting schriftelijk te reageren. De politierechter heeft van die gelegenheid gebruik gemaakt per e-mail van 24 oktober 2019. Naast de hiervoor genoemde stukken heeft de wrakingskamer voorts nog kennis genomen van de schriftelijke reactie van de officier van justitie van 5 november 2019 alsmede de e-mails van verzoeker van 17 oktober 2019 en </para>
      <para>4 november 2019 en de daarbij overgelegde stukken. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ter zitting van de wrakingskamer op 7 november 2019, alwaar het wrakingsverzoek is behandeld, is verzoeker verschenen, bijgestaan door zijn raadsvrouw mr. K. Blonk. </para>
      <para>De politierechter en de officier van justitie zijn met bericht van verhindering niet verschenen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het verzoek en de reactie daarop</title>
    <para />
    <paragroup>
      <para />
      <parablock>
        <para>Ter adstructie van het wrakingsverzoek heeft verzoeker - verkort en zakelijk weergegeven - het volgende aangevoerd.</para>
        <para>Verzoeker heeft in het verleden twee officieren bedreigd. Deze zaak is destijds door de rechtbank Rotterdam verwezen naar de rechtbank Utrecht. De rechters waren toen van mening dat zij de zaak niet objectief konden behandelen, omdat de officieren werkzaam waren in het arrondissement Rotterdam. In het verleden heeft verzoeker ook nog twee rechters van de rechtbank Rotterdam bedreigd en laatstelijk heeft verzoeker nog een andere officier van justitie bedreigd. Daarvan is geen aangifte gedaan. Gelet op het feit dat de rechtbank Rotterdam eerder zelf heeft besloten om de zaak door te verwijzen naar een andere rechtbank meent verzoeker dat de recente strafzaken ook naar een andere rechtbank moeten worden verwezen. In het geval de rechter de zaken zelf behandelt bestaat er bij verzoeker een vrees voor vooringenomenheid. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">2.2</emphasis>
        </para>
        <para>De politierechter heeft niet in de wraking berust. De politierechter heeft te kennen gegeven dat niet sprake is van een omstandigheid die grond tot wraking kan opleveren. </para>
        <para>Daarbij is - verkort en zakelijk weergegeven - het volgende aangevoerd.</para>
        <para>In de door verzoeker gestelde bedreigingen tegen enkele officieren en rechters ziet de politierechter geen zwaarwegende aanwijzingen voor het oordeel dat zij jegens verzoeker een vooringenomenheid koestert, althans dat de vrees daarvoor naar objectieve maatstaven gerechtvaardigd is. De feiten die aan verzoeker ten laste zijn gelegd en die behandeld zouden worden op de zitting van 15 oktober 2019 hebben geen betrekking op bedreigingen tegen officieren en rechters. Aan verzoeker is ten laste gelegd een bedreiging van een medewerker van de gemeente, een mishandeling en het niet voldoen aan een ambtelijk bevel. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">2.3</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie heeft geconcludeerd tot afwijzing van het verzoek. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verzoeker heeft ter zitting van de politierechter wraking van alle rechters van de rechtbank Rotterdam verzocht. Ter zitting van de wrakingskamer heeft verzoeker nader toegelicht dat dit wrakingsverzoek niet is gericht tegen de rechters van de wrakingskamer, in de rol van wrakingsrechters. Het wrakingsverzoek staat in zoverre dan ook niet aan een behandeling door de wrakingskamer in de weg. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <para />
      <parablock>
        <para>Op grond van artikel 512 Wetboek van Strafvordering kan een partij wraking verzoeken van elk van de rechters die een zaak behandelen op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Daarbij dienen feiten en omstandigheden te worden gesteld die de rechter betreffen tegen wie het wrakingsverzoek zich richt.</para>
        <para>Een wrakingsverzoek kan slechts worden ingediend tegen individuele rechters die de zaak behandelen. De wet biedt niet de mogelijkheid van wraking van een rechter die geen bemoeienis heeft met de behandeling van de zaak of een rechtscollege als geheel. Nu het verzoek tot wraking zich richt tegen alle rechters van de rechtbank Rotterdam luidt de conclusie dat verzoeker niet kan worden ontvangen in zijn verzoek tot wraking.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">3.3</emphasis>
        </para>
        <para>Uit de toelichting bij het wrakingsverzoek blijkt dat verzoeker beoogt verwijzing naar een andere rechtbank te bewerkstelligen. Dat kan niet worden bereikt door middel van wraking en de mogelijkheid tot wraking is daarvoor ook niet bestemd. Verzoeker maakt aldus misbruik van de mogelijkheid te wraken en de rechtbank ziet daarin aanleiding te bepalen dat een volgend verzoek in deze zaak niet in behandeling zal worden genomen. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in het verzoek tot wraking van alle rechters van de rechtbank Rotterdam;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bepaalt dat een volgend wrakingsverzoek in deze zaak niet in behandeling wordt genomen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beslissing is gegeven door mr. A.A. Kalk, voorzitter en mr. I.K. Rapmund en</para>
      <para>mr. drs. J. van den Bos, rechters en uitgesproken door mr. I.K. Rapmund ter openbare terechtzitting van 21 november 2019 in tegenwoordigheid van mr. C.J.C. Korteland, griffier. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Verzonden op: </para>
      <para>aan: </para>
    </parablock>
    <para>- </para>
    <para>- </para>
    <para>- </para>
    <para>- </para>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>