<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2019:937</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-12-07T12:11:56</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-02-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-01-23</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10/167363-16</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2019:937">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2019:937</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-02-08T09:11:44</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-02-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2019:937 Rechtbank Rotterdam , 23-01-2019 / 10/167363-16</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2019:937:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>afwijzing vordering ontneming wegens vrijspraak hoofdzaak</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2019:937:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <section>
    <title>Rechtbank Rotterdam</title>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Team straf 3</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer 10/167363-16</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Datum uitspraak: 23 januari 2019</para>
      <para>Tegenspraak  </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>VONNIS (ontneming) (mk)</title>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, op de vordering als bedoeld in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht van de officier van justitie in de zaak tegen de betrokkene:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      [naam betrokkene] ,</title>
    <parablock>
      <para>geboren te [geboorteplaats betrokkene] op [geboortedatum betrokkene] , </para>
      <para>ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:</para>
      <para>
        [adres betrokkene] , [woonplaats betrokkene] ,</para>
      <para>raadsvrouw mr. T. Sandrk, advocaat te Dordrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Het onderzoek op de terechtzitting.</title>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 20 april 2018, 28 september 2018 en 23 januari 2019. De behandeling van de vordering heeft aansluitend plaatsgevonden op de behandeling van de aan de vordering ten grondslag liggende strafzaak tegen de betrokkene onder bovenvermeld parketnummer.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De vordering.</title>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>De (schriftelijke) vordering van de officier van justitie, mr. L. Visser, strekt tot het vaststellen van het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht wordt geschat en tot het opleggen aan de betrokkene van de verplichting tot betaling aan de staat van een geldbedrag ter ontneming van dat geschatte voordeel tot een maximum van € 653.815,80.</para>
      <para>De vordering van de officier van justitie is uitsluitend gebaseerd op artikel 36e lid 1 en lid 2 van het Wetboek van Strafrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Standpunt van de officier van justitie.</title>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>In het verlengde van zijn ter terechtzitting van 23 januari 2019 gedane vordering tot integrale vrijspraak van de betrokkene in de voorafgaande strafzaak en aan de vordering ten grondslag liggende feiten, heeft de officier van justitie verzocht de ontnemingsvordering af te wijzen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Standpunt van de verdediging.</title>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsman heeft zich aangesloten bij het standpunt van de officier van justitie om de ontnemingsvordering af te wijzen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Voorafgaand vonnis.</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij vonnis van deze rechtbank van 23 januari 2019 is de betrokkene vrijgesproken van de hem ten laste gelegde feiten. </para>
      <para>Van dat vonnis is een kopie, aangeduid als A, als bijlage aan dit vonnis gehecht. Deze bijlage maakt deel uit van dit vonnis.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling van de vordering.</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Nu de betrokkene blijkens voormeld vonnis is vrijgesproken van de hem in daarin verweten -aan de onderhavige vordering ten grondslag liggende- feiten, is de rechtbank met de officier van justitie en de verdediging van oordeel dat de onderhavige vordering dient te worden afgewezen.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing.</title>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>- wijst af de vordering van de officier van justitie.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door:</para>
      <para>mr. I.W.M. Laurijssens, voorzitter,</para>
      <para>en mrs. J. Bergen en A.A.T. Werner, rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van J.P. van der Wijden, griffier,</para>
      <para>en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 23 januari 2019.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De griffier is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>