<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2019:8678</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-21T21:21:09</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-11-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-10-22</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">584018 / HA RK 19-1210</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#wraking">Wraking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_burgerlijkProcesrecht">Civiel recht; Burgerlijk procesrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>NJF 2020/44</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2019:8678">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2019:8678</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-11-06T11:13:35</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-11-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2019:8678 Rechtbank Rotterdam , 22-10-2019 / 584018 / HA RK 19-1210</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2019:8678:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Wrakingsverzoek afgewezen wegens kennelijke niet-ontvankelijkheid. Het wrakingsverzoek moet zijn gericht tegen een of meer rechters die daadwerkelijk met de behandeling van de zaak zijn belast. Wraking van een gerecht of van alle rechters werkzaam bij een gerecht is niet mogelijk.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2019:8678:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">Rechtbank Rotterdam </bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Meervoudige kamer voor wrakingszaken</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer / rekestnummer: 584018 / HA RK 19-1210</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beslissing van 22 oktober 2019 </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op het verzoek van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [naam vennootschap] B.V.</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te [vestigingsplaats] ,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [naam verzoeker] ,</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">h.o.d.n. [naam] ,</emphasis>
      </para>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>verzoekers,</para>
      <para>gemachtigde mr. E. Köse te Rotterdam,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>strekkende tot wraking van:</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">de rechtbank Rotterdam</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Het procesverloop en de processtukken</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>In de civielrechtelijke procedure tussen de Stichting [naam stichting] als eiseres in conventie en verweerster in reconventie tegen verzoekers als gedaagden in conventie en eisers in reconventie werd bij vonnis van 8 augustus 2019 een comparitie van partijen bepaald ten overstaan van kantonrechter mr. A.J.L.M. van der Wildt op 16 oktober 2019 te 13.30 uur.  Die procedure draagt als kenmerk 753125 \ CV EXPL 19-6705.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij brief van 4 oktober 2019 heeft de advocaat van verzoekers aan de kantonrechter meegedeeld dat zij het wellicht verstandig achten dat de zaak door de rechtbank wordt verwezen naar een ander gerecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij brieven van 9 oktober 2019 heeft de griffier aan de gemachtigden van de procespartijen meegedeeld dat de zaak niet zal worden verwezen naar een ander gerecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij brief van 15 oktober 2019 heeft de advocaat van verzoekers wraking van de rechtbank Rotterdam verzocht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De ontvankelijkheid van het verzoek</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">2.1.</emphasis>
      </para>
      <para>Op grond van artikel 36 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering kan elk van de rechters die een zaak behandelen op verzoek van een partij worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Uit deze wetsbepaling volgt dat het wrakingsverzoek moet zijn gericht tegen een of meer rechters die daadwerkelijk met de behandeling van een zaak zijn belast en dat wraking van een gerecht of van alle rechters werkzaam bij een gerecht niet mogelijk is.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">2.2</emphasis>
      </para>
      <para>In artikel 9.1, tweede volzin en onder d. van het Wrakingsprotocol rechtbank Rotterdam is bepaald dat de wrakingskamer het verzoek tot wraking wegens kennelijke niet-ontvankelijkheid zonder behandeling ter zitting aanstonds kan afwijzen indien het verzoek geen betrekking heeft op de met de behandeling van de zaak belaste rechter of is gericht tegen het hele college.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">2.3</emphasis>
      </para>
      <para>Nu het wrakingsverzoek zich richt tegen de hele rechtbank Rotterdam zal de rechtbank met toepassing van artikel 9.1 van het Wrakingsprotocol rechtbank Rotterdam het verzoek wegens kennelijke niet-ontvankelijkheid en zonder behandeling ter zitting afwijzen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- wijst het verzoek tot wraking van de rechtbank Rotterdam af wegens kennelijke niet-ontvankelijkheid.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beslissing is gegeven door mr. R.R. Roukema, voorzitter, mr. A. Verweij en mr. W.J. Roos-van Toor, rechters.</para>
      <para>Bij afwezigheid van de voorzitter is deze beslissing door mr. A. Verweij uitgesproken ter openbare terechtzitting van 22 oktober 2019 tegenwoordigheid van J.A. Faaij, griffier en door hen ondertekend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Verzonden op: </para>
      <para>aan: </para>
    </parablock>
    <para>- mr. E. Köse</para>
    <para>- mr. E.J. Lichtenveldt</para>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>